Mike's Webs is het weblog van Michael Minneboo: schrijvend journalist, audiovisueel programmamaker (item-regisseur, camjo & editor) en webredacteur. Mike's Webs bevat artikelen over films, strips en media, vermengd met stukjes vol dagelijkse observaties. En de door Minneboo gemaakte video's.
De eerste Kunsstripbeurs is reeds geweest. Ik kon er wegens werkverplichtingen niet aanwezig zijn. Gelukkig heeft Michael van den Berg, van het edele blog Flugfruit, een verslagje op het digitale canvas geschreven. (Zie overigens ook de fotorepo van Kees Stravers en het blog van de organisatie voor meer updates.)
Ik kom nooit in een kerk, behalve dan als er wat te beleven valt. Zaterdag 7 november werd in de Utrechtse Janskerk de eerste Kunststripbeurs gehouden. Dit evenement is niet vergelijkbaar met de grote stripbeurzen, zoals de stripdagen in Houten en Breda. Daar zijn het vooral de grote uitgevers die het beeld bepalen. Het is je kans om een echte tekening van Franka of Storm te bemachtigen maar je moet wel een nummertje trekken. Als je goed zoekt in de hal met tweedehands boeken, vind je af en toe een verrassend creatief talent tussen de dozen met ‘drie voor een euro’. Mensen die experimentele, vernieuwende en vaak prachtige dingen maken waar veelal een kleine markt voor is.
Deze laatste categorie komt op de Kunststripbeurs veel beter tot zijn recht. Ik vind er een mooie mix van werk dat een beetje underground is, veel stripauteurs / kunstenaars die binnen de wereld van kenners bekend zijn, en af en toe ineens een echt grote naam als Mark Retera (Dirkjan), Theo van den Boogaard (vooral bekend van Sjef van Oekel). De sfeer is er goed en er zijn bijzondere werkjes te zien. Hier kom je ook de echte liefhebbers tegen, die overigens vaak zelf ook kunstenaar / stripmaker blijken te zijn. Dat geld geen rol speelt, voert misschien wat ver, maar het is duidelijk een bijzaak. Wouter Gresnigt, kunstenaar/ illustrator/ stripmaker en tevens een vriend, legt uit hoe dat werkt: 'Ik verdien nooit iets op dit soort dagen. Wat ik verdien, geef ik meestal meteen weer uit aan mooie dingetjes.' Hij heeft zojuist weer een curieus boekje op de kop getikt waarin Afrikaanse spreekwoorden worden geïllustreerd. Marcel Ruijters, een bekende naam inmiddels, heeft het ook naar zijn zin tussen al dat moois. Als hij weer eens bij zijn eigen stand komt vang ik op 'Je moet wel af en toe hier staan, iemand wil dit boek gesigneerd hebben en is al twee keer langs geweest!'
Hallie Lama hoopt aardig te verkopen, want hij wilde eigenlijk die prachtige nieuwe uitgave van Heinz meenemen. Ik had ook de kans om wat woorden te wisselen met Luc Cromheecke (Plunk) iemand die ik zeer bewonder en waarvoor je in Houten nummertjes moet trekken. Hij begint te begrijpen hoe dat werkt met geld verdienen. Luc heeft een stapel voorstudies en schetsen meegenomen, prachtig om te zien. 'Vroeger gooide ik deze dingen altijd weg, totdat ik ontdekte dat liefhebbers er zo tien euro voor betalen.' Wat nog een schijntje is natuurlijk.
Wederom neemt gastcolumnist Johan van Jooper.nl de pen ter hand. Johan heeft eens goed naar de nieuwe opiniesite De Joop gekeken, die deze week online ging, maar blijkt niet erg onder de indruk. Jooper geeft dus zijn mening over de Joop. Tja, dat mag bij opiniesites. Overigens hou ik mijn mening nog even voor me. Ik wil de Joop eerst een maandje aankijken, zien hoe die zich ontwikkelt voordat ik een oordeel vel.
En toen was www.joop.nl online. Eerste indruk? Mwah.
Eind augustus circuleerden voor het eerst de geruchten op het web. Internetjournalist Francisco van Jole, de man die me al lastig viel met nieuwsbrieven in de tijd dat ik nog een inbelverbinding bij Zonnet had, was in samenwerking met de VARA bezig om opinieblog De Joop op te zetten. De Joop zou volgens de berichten de strijd aan moeten gaan met rechtse nieuwsforums als GeenStijl, Spitsnieuws en Fok. Een progressief alternatief dus voor de rechtse schreeuwplatforms en een webstek waar de beschaafde reaguurder z’n ei zou kunnen leggen.
Dinsdag 3 november 2009, een maandje later dan gepland, is het zover. Het eerste dat opvalt, naast het feit dat De Joop gewoon joop.nl is geworden, is de lay-out. Er is gekozen voor de zakelijkheid van webpagina’s als die van De Volkkrant en NRC.nl, alleen komt de homepage nogal chaotisch en onoverzichtelijk over. Verder gortdroge koppen met daaronder een zo mogelijk nog drogere inhoud. Zelfs Dolf Jansen krijgt het voor elkaar in zijn eerste Joop-column elk vermoeden van humor te vermijden.
Inhoudelijk richt het zich niet bepaald tot de progressieve jongvolwassene. We zien een opiniestuk over hoe Geert Wilders ‘bestreden’ dient te worden (met daarin een niet al te originele verwijzing naar WO II), een headliner over het gebrek aan allochtonen in de Amsterdamse bestuurlijke toplaag en de rode lijst van bedreigde plant- en diersoorten. Iedereen nog wakker?
Nog een andere tegenvaller: reacties zullen vooraf gemodereerd worden. Weg snelle interactie, ongenuanceerd felle discussies en botte humor. Beschaving alom dus, opinie is niet om te lachen.
Is dit dan de manier om jong progressief Nederland te benaderen? Wat is de urgentie van een format dat niets toevoegt aan de zaterdagkaternen van de verschillende dagbladen? Wellicht dat Van Jole en mederedacteur Jeroen Mirck (wiens persoonlijk blog ik overigens met veel plezier volg) de vorm nog niet helemaal gevonden hebben, maar de eerste opzet valt niet anders te omschrijven dan dodelijk saai.
Mijn verwachting was dat Joop een uitnodiging zou zijn tot lezen, een uitdaging om de dialoog aan te gaan en een eigentijds intelligent antwoord zou geven op de rechtse nieuwe media. In plaats daarvan is het een risicoloos en triviaal weblog geworden van een stel zichzelf veel te serieus nemende opiniemakers.
De ‘shockblogs’ aan de ene kant en Joop aan de andere beoefenen twee takken van sport die geen enkel raakvlak hebben. Aan de kant van GeenStijl en Spitsnieuws wordt een stevige pot voetbal gespeeld. Scheldpartijen, vieze overtredingen en arbitraire dwalingen zijn schering en inslag, maar maken er wel een vermakelijk spel van. Bij Joop wordt een robbertje cricket gespeeld; nodeloos ingewikkeld, langdradig en vreselijk elitair.
Op Zaterdag 7 november vindt in de Janskerk de Kunststripbeurs plaats georganiseerd door stripintendant Gert Jan Pos van het Fonds BKVB en Albo Helm in samenwerking met het HAFF. Striptekenaars, animatoren, illustratoren en beeldend kunstenaars zullen daar zelf, dus zonder hun uitgevers of vertegenwoordigers, hun originelen, zeefdrukken, boeken en merchandise aan de man brengen.
Hans van de Meulengraaf (cKoe), Han Hoogerbrugge, Joost Swarte en Theo van de Boogaard zijn enkele namen van een lange lijst creatieven die reeds hebben toegezegd. Zie voor een meer volledige lijst het blog van de kunststripbeurs.
Die middag zal ook de animatie-intendant van het Filmfonds een presentatie houden waarin hij zijn beleid nader toelicht. Willem Thijssen is vanaf 1 september aangesteld om de animatiesector te stimuleren. Hij richt zich op de lange speelfilm, een genre waar ons land geen traditie in heeft. 'Nederland was tot voorkort een land waar alleen korte animatiefilms werden gemaakt, maar daar bouw je geen industrie mee op. Het zou mooi zijn als we over twee jaar ieder jaar een animatiefeature kunnen uitbrengen’, zegt Thijssen.
De intendant wil zijn budget vooral aan ontwikkelingssubsidies voor interessante projecten besteden. Daarmee kunnen producenten een concreet voorstel en een moving storyboard, een ruwe animatieversie, produceren. Daarnaast wil de intendant onder meer internationale coproducties stimuleren. Thijssen is voor twee jaar aangesteld. 'Als er aan het einde van mijn termijn een lange animatiefilm in de bioscoop draait, dan zou dat al heel mooi zijn.'
4 t/m 8 november staat Utrecht weer in het teken van de animatiefilm, want dan vindt voor de dertiende maal het Holland Animation Film Festival (HAFF) plaats. Dat betekent aandacht voor animatie in al haar verschijningsvormen, van lange speelfilms tot korte non-narratieve films. En speciale evenementen zoals een vj-optreden van Motomichi Nakamura en een kunststripbeurs.
Het HAFF wil het beste van het beste vertonen op animatiegebied. Het festival kent dan ook zes competities: van de internationale competitie voor shorts tot en met MovieSquad HAFF Junior, waar een kinderjury de scepter zwaait. Vanaf nu zal het HAFF, dat sinds 1985 om de twee jaar geprogrammeerd stond, jaarlijks plaatsvinden. De organisatie heeft hiervoor gekozen om op die manier beter op trends in te kunnen spelen. 'Op het vlak van animatie gebeurt er heel veel,' vertelt Gerben Schermer, directeur en samen met Erik van Drunen verantwoordelijk voor de programmering van het festival. 'Om dat bij te kunnen houden en te presenteren moet je jaarlijks een editie hebben. Nu kunnen we een nieuwe film als Panique au village (Stéphane Aubier en Vincent Patar, 2009) meteen vertonen in plaats van dat we een jaar moeten wachten.' Met ruim 1.300 inzendingen komen er in ieder geval genoeg films uit om jaarlijks een uiteenlopende selectie te maken.
Publiekstrekkers Naast een divers aanbod van korte animaties, reikend van kleine experimentele producties tot en met opdrachtfilms, toont het festival ook grote publieksfilms als Up! (Pete Docter en Bob Peterson, 2009) van de bekende animatiestudio Pixar en 9 (Shane Acker, 2009), geproduceerd door Tim Burton en Timur Bekmambetov. Een fijnzinnige film in het speelfilmaanbod die een speciale vermelding verdient is de Tsjechische film One night in the city van Jan Balej. Een stop-motion animatie waarin in drie verhalen vol verbeeldingskracht nachtelijke taferelen in de stad worden belicht: de rare hobby's van de bewoners van een appartementengebouw, de vriendschap tussen een boom en een vis en het laatste segment waarin de wensdromen van twee dronkaards worden gekoppeld aan de lotgevallen van een mislukte straatmuzikant.
4K Dit jaar ontbeert het festival een speciale gast waar de spotlight op gericht wordt. Voorgaande edities waren onder meer animator Peter Lord (medeoprichter van de Aardman Animations en co-creator van Wallace & Gromit) en Stephen Hillenburg (SpongeBob) speciale gast. Matt Groening, bedenker van de animatieserie The Simpsons, stond dit keer op het wenslijstje, maar het lukte de organisatie van het festival uiteindelijk niet om zijn bezoek rond te krijgen. 'Hopelijk kunnen we hem de volgende keer wel verwelkomen,' zegt Schermer. Wel bijzonder is de aanwezigheid van de Japanse kunstenaar/animator Motomichi Nakamura die de leader maakte voor het festival. Hij zal zaterdagavond 7 november een vj-show geven als onderdeel van het evenement en vertoningen van het Berlijnse Pictoplasma-project dat zich richt op hedendaags character-design.
In themaprogramma's wordt de focus op een bepaalde ontwikkeling in de animatiebranche gelegd of een stroming uitgelicht. Zo besteedt het HAFF traditiegetrouw aandacht aan Japanse animatie en nieuwe ontwikkelingen in de sector. Het festival opent bijvoorbeeld met de wereldpremière van de short Red-End and the Seemingly Symbiotic Society van filmmaker Robin Noorda en de fotografe en beeldend kunstenares Bethany de Forest. Deze stop-motion film is volledig digitaal geproduceerd in het nieuwe 4K format: een nieuwe digitale standaard met een zeer hoge resolutie. De productie ervan in live-action is nogal kostbaar, maar in de animatiesector relatief eenvoudig. De filmmakers geven vrijdag 6 november een seminar What the 4K! waarin dieper wordt ingegaan op deze techniek.
Slapstick In het programma 'Accidents & Disasters' staan cartooneske missers, fatale wendingen en slapstick centraal. Het kan geen toeval zijn dat er tijdens de dertiende editie van het animatiefestival een programma is samengesteld rondom het thema ongelukken. Toch is volgens Schermer nummer dertien maar bijzaak voor het samenstellen van het programma: 'De meeste jonge animators hebben de neiging om sociaalgeëngageerde films te maken. Er worden nog relatief weinig grappige films gemaakt, daarom wilde we de focus leggen op toegankelijke films waar om gelachen kan worden.' In 'Accidents & disasters' zijn onder andere twee films van grootmeester Tex Avery opgenomen en 3 Misses van de Nederlander Paul Driessen, waarin drie luchtige verhalen door elkaar verweven zijn: een flatbewoner, een ridder en een cowboy zijn door hun onkunde niet in staat om respectievelijk drie dames in nood, waaronder Sneuwwitje, te redden.
Om te laten zien wat de bovengenoemde nieuwe garde animators zoal maakt zijn er de competities studentenfilms uit Nederland en België en de vrije korte film. Door digitale technieken is het maken van animaties voor een groot publiek toegankelijk geworden. Dat is een trend die een paar jaar geleden werd ingezet en die een stroom aan producties heeft voortgebracht. Met HAFF Tube kunnen animators zelf hun films van maximaal vijf minuten uploaden en zichtbaar maken. Uiteindelijk kiest een jury, bestaande uit de filmmakers die met hun film zijn geselecteerd voor de competitie voor shorts, uit de shortlist van 50 films één winnaar die als gast van het festival wordt uitgenodigd. Wie zijn werk liever op een groot scherm geprojecteerd ziet, kan zijn werk aanmelden voor het programmaonderdeel Digitale Art Directie.
Naughty Animatie is een medium waarin de grens van de mogelijkheden vooral ligt bij de creativiteit van de makers. Zoals iedere kunstvorm heeft het medium ook met fatsoensgrenzen te maken en die worden soms overschreden. Medewerkers van Stash dvd magazine – gespecialiseerd in animatie, visual effects en motion graphics - stelde het programma 'Naughty, Naughty, Naughty' samen en bundelde 23 commercials, opdrachtfilms, videoclips en korte films waarin de seks, geweld en grove taal de grenzen van het toelaatbare in de media worden verlegd. Zo is in de Durex-reclame Get it on te zien hoe drie ballonhondjes gemaakt van condooms in verschillende standjes met elkaar copuleren. In een spot voor de kinderslotfunctie van een erotisch tv-kanaal, vloeien in een schetsboek inktvlekken langzaam over van afbeeldingen van geslachtsdelen naar beeltenissen die meer geschikt zijn voor kinderogen, zoals beertjes en vogels.
Recent werd ik tijdens Blog-Art waar ik een lezing hield over webvideo's, geïnterviewd door Marjolijn van Heemstra, een freelance journaliste van dagblad Trouw. (Zie hier het artikel dat ze uiteindelijk schreef, mijn quotes staan in de 2e kolom op pag. 2. Met dank aan Karin R.). Van Heemstra vroeg me of het niet raar was dat bloggers elkaar met Blog-art offline ontmoetten. Ik vind van niet. Online activiteiten zijn immers allemaal een vorm van communiceren. Waarom zou het ene het ander uitsluiten? Mijns inziens zijn allebei nodig om je contacten goed te leren kennen.
Vorige week vrijdag was ik in Utrecht bij Seats2Meet waar Karin Ramaker en Katja een Creatieve, ondernemende-borrel hadden georganiseerd. Het was gezellig toeven met een select gezelschap. (Zie onder andere deze post van Josephine Bronsgeest.) Nu kende ik Karin en Marco Raaphorst al van hun online werk en Blog-art, toch is samen keuvelen face to face van onschatbare waarde. Al het getwitter en gefacebook ten spijt, gaat rechtstreekse reallife communicatie gewoon sneller. Wat mij betreft, verloopt brainstormen in ieder geval soepeler. Was ik er via Twitter achtergekomen dat Raaphorst en ik een grote bewondering voelen voor John Lennon? Ik betwijfel het. Nu kwam de muzikant terloops ter sprake. Ik spreek niet vaak terloops op Twitter.
Ook Blog-art zelf bleek een prima ontmoetingsplek. Zo ontmoette ik Verbal Jam (Arnoud de Jong) tijdens Blog-art. De Jong maakte indertijd audiocolumns voor EeuwigWeekend.nl waar ik toen co-hoofdredacteur van was. Anders dan via mail hadden we nog nooit contact gehad. Nu zaten we aan de bar blog- en andere verhalen op te halen. (Afgelopen vrijdag nam ik een interview op met De Jong, voor een toekomstige Webisode.) Ook was dit evenement een mooie gelegenheid eens te converseren met Madbello en Rutger – en andere webloggers die ik regelmatig lees. De mensen achter blogs ontmoeten plaatst hun werk in een bepaalde context, het maakt het beeld van hen completer. Laatst had ik een afspraak met een illustratrice. Hoewel we elkaar slechts eerder kort op een netwerkborrel hadden gesproken, had ze al een aardig idee van me gekregen doordat ze een mijn tweets volgde. Dat gaf een beperkt beeld wellicht, maar een begin van een plaatje dat met deze ontmoeting aangevuld kon worden. Je krijgt nooit een volledig plaatje van iemand door alleen zijn tweets en/of blogs te lezen. Persoonlijk contact is daarom ook in deze tijden onontbeerlijk voor wie elkaar goed wil leren kennen.
Persoonlijk contact is voor een freelancer ook heel belangrijk, want in die beroepstak heb je heel erg te maken met de economie van het gunnen. Iemand een e-mail sturen met een goed verhaalidee werkt zelden als mensen je niet al een beetje kennen – dat geldt dubbelop in tijden van economische crisis. Daarom zijn (netwerk)borrels belangrijk. En terloopse ontmoetingen natuurlijk.
Misschien is het wel een leuk idee om de prijsuitreiking van de Dutch Bloggies bij te wonen. Niet vanwege de prijs, maar wel om mede-bloggers te ontmoeten.
Om je een idee te geven wat je gemist hebt als je niet bij Blog-art was een video-impressie gemaakt door Madbello. Het is een uitgebreide video van het Blog-art festival. Ook van mijn lezing zijn opnames gemaakt. Maar neem vooral geen genoegen met slechts een sample: ik ben voor een persoonlijk optreden nog altijd in te huren.
Tijdschrift Zone 5300bestaat 15 jaar. Dat leek mij een mooie gelegenheid om Tonio van Vugt, die samen met Marcel Ruijters de hoofdredactie vormt, aan de tand te voelen. Van Vugt vertelt over de ontstaansgeschiedenis van de Zone, over het gasthoofdredacteurschap van Peter de Wit en over hoe lastig het is om als klein tijdschrift in de huidige markt te overleven.
Voor wie het nog niet weet: ik ben redacteur bij de Zone 5300, hét tijdschrift over strips, cultuur en curiosa. Ik maak met deze Mike's Webisode dus een beetje reclame voor de Zone. Vind je dat niet kunnen? Ga dan lekker bij de Buma werken.
De volgende Webisode zal maandag 9 november online komen. Die zal gaan over de jurering van de Dutch Bloggies...
Recent schreef ik een column waarin ik verklaarde dat ik het niet zo hoog op heb met de Dutch Bloggies. In de eerste plaats omdat ik prijzen in het algemeen onzin vind, want zo'n verkiezing is toch vaak arbitrair. Ik vraag me dan ook af wat het nut is van de Dutch Bloggies. Daarbij vind ik dat het nomineren behoorlijk onoverzichtelijk werd met de maar liefst 16 (!) categorieën die ingevuld konden worden. Ondanks, of dankzij, die column heeft de organisatie van de Dutch Bloggies mij uitgenodigd om langs te komen toen de jury zich over de winnaars ging beraden. De opnames van dat overleg maakte ik afgelopen weekend. De volgende Webisode gaat dus over die jurering. In de aflevering spreek ik onder andere met juryvoorzitter Jeroen Mirck, Boris van der Ham en Chantall van den Heuvel. Inmiddels heeft Van den Heuvel al uit de school geklapt over het interview dat ik met haar afnam. Dat krijg je met die webloggers.
Vandaag, 31 oktober, is het wederom Halloween. En dus is het tijd voor mijn jaarlijkse Halloween-post. Dit keer met wat foto's uit Londen en drie, ietwat huiselijke, video's.
Halloween, ik ben er gek op. Toen ik laatst in Londen was hoopte ik een winkel te vinden die allerlei spulletjes rondom dit thema verkocht. Gewoon, om wat leuke items mee naar huis mee te nemen en mijn kantoor op te luisteren. Het is me alleen gelukt om een winkel te vinden waar kostuums werden verkocht en verhuurd.
Ook zag ik hier en daar posters en andersoortige aankondigingen van feesten. Ze maken er werk van, die Engelsen.
Bij Forbidden Planet kocht ik een buste van Jack Skellington. Het enige echte Halloween-item dat ik uit de UK meenam.
Halloween-video's Deze video is recent op YouTube gezet, al werd hij al in 2003 gemaakt. Een stel tieners gaan een kijkje nemen in een huis in de buurt waar een psychopaat woont. Verwacht er niet te veel van, want deze video staat vol met de filmclichés - de makers kennen hun klassiekers zullen we maar zeggen. Eigenlijk is het een lange puberale grap van 17 minuten. Maar toch is het melige geheel vermakelijk, al is het alleen al omdat de heren filmmakers wat betreft locatie niet verder komen dan hun eigen buurt. Ze tonen dus naar alle waarschijnlijkheid hun eigen huizen, wat dit tot een vreemdsoortige homevideo maakt.
Ook een soort van homevideo is de volgende productie. Ik vind hierin vooral het veld vol met pompoenen een mooi beeld opleveren. De schijnbaar niet gerelateerde scènes worden bij elkaar gehouden door de muziek, want zonder dit bindmiddel lijkt het geheel een arbitraire combinatie van opnames te zijn. Lijkt, want doordat hetzelfde meisje doorlopend in beeld is, gaat deze video vooral over de passie van de filmmaker voor deze vrouwpersoon.
Het is in Amerika gesneden koek dat je met Halloween een Pompoen maakt. En ik zie ze in Nederland ook steeds vaker in de supermarkt rondom Halloween. Tot slot dus een familievideo dat allesbehalve eng is, tenzij je kinderen griezelige wezens vindt natuurlijk.
Ik ben God, luidt de wat pretentieuze titel van het nieuwe album van Gerrie Hondius. Toch moet deze titel net zo luchtig worden opgevat als het stripverhaal dat hij aanduidt, want Hondius bewerkte voorvallen uit haar eigen leven met een flinke dosis zelfspot en fantasie.
Hondius toont haar vakmanschap in de visualisatie van Ik ben God. Met een aanstekelijke, zwierige lijn toont de stripmaakster alleen de noodzakelijke elementen om haar verhaal te vertellen. Dit biedt de lezer de ruimte om zelf details in te vullen. De plaatjes zijn kaderloos en lopen in elkaar over, waardoor de strip letterlijk Hondius' gedachtestroom visualiseert. Het is dan ook haar levensfilosofie en zoektocht naar zingeving die centraal staan. We zien Hondius herhaaldelijk in bed haar leven overpeinzen en dialogen met God of met een van haar onenightstands voeren. De herhaling van locaties en handelingen maakt dat het verhaal wat meer een eenheid wordt, hoewel dit vertelmiddel niet volledig het episodische karakter van de strip kan maskeren.
Het levensbeschouwelijk navelstaren van Hondius mag dan vermakelijk zijn, het ontstijgt het niveau van bladen als de Viva of de Happinez niet. Om Ik ben God dan ook het predikaat 'literaire strip' mee te geven, wat uitgeverij Contact zonder schroom op de achterflap doet, gaat wat ver. Waarschijnlijk kan Hondius daar zelf ook hartelijk om lachen.
Gerrie Hondius – Ik ben God (Contact, € 17,95)
Deze recensie is eerder gepubliceerd in Zone 5300#87.
In de derde aflevering van Mike's Webisodes een blik op de Stripdagen in Houten die eind september plaatsvonden. Dat betekent aandacht voor de autobiografische strip: een gesprek met Barbara Stok, winnares van de Stripschapprijs en met het stripduo Ype & Willem. Ook laat Paul Stellingwerf van zich horen. Als bonus analyseren stripkenners Dr. Penseel en Hans B. Potlood de deplorabele staat waarin de stripbeurs in Nederland verkeert.
Geen standaard reportage dus met daarin de hoogtepunten en nieuwswaardigheden van de Stripdagen. Dit evenement was immers al weer een paar weken geleden en dat maakt het oud nieuws. Bovendien leek het me wel eens leuk om een alternatieve blik op de stripbeurs te bieden. Een b-kant als het ware, met een speciale rol voor stripmaker Robert Schuit en de Vlaamse stripmaker Serge Baeken, die u reeds kent van Episode 2.
Voordat de vaste kijker misschien denkt dat die Webisodes alleen maar over strips en stripmakers gaan...
Episode 3 zal niet de laatste aflevering over strips zijn. De komende delen is er nog aandacht voor 15 jaar Zone 5300 en de tragische wereld van Cowboy John. Tussendoor reizen we af naar Londen voor een bezoek aan het beroemde kruispunt op Abbey Road. Daarna neem ik een interview op met Arnoud de Jong, beter bekend als Verbal Jam, om over bloggen te praten. Kortom: stay tuned.
Even een pretvertorial tussendoor, omdat ik zoals u weet gek ben op horrorfilms en Halloween in het bijzonder. Dit jaar organiseert Mr. Horror Jan Doense op 31 oktober namelijk een 'Horrornacht met Halloween in Tuschinski theater in Amsterdam.
De Halloween Horror Show is een marathon van vier nieuwe horrorfilms die tijdens dit evenement hun Nederlandse première beleven. Op vrijdag 30 oktober is het programma ook te zien in Trianon, Leiden tijdens het Leids Film Festival. Initiatiefnemer van de Halloween Horror Show is Jan Doense, voormalig directeur van het Imagine/Amsterdam Fantastic Film Festival. Doense, alias Mr. Horror, zag in het in Nederland steeds populairder wordende Halloween een goede aanleiding om de oude traditie nieuw leven in te blazen. 'In Amerika doen horrorfilms het rond deze tijd van het jaar heel goed', legt de organisator uit. 'Die trend is ook in Nederland steeds duidelijker waarneembaar.' Het is de bedoeling dat de Halloween Horror Show een jaarlijkse traditie wordt.
Op het programma van de Halloween Horror Show staan vier Nederlandse premières: Trick ‘r treat, Orphan, Triangle en The Tripper. De eerste en de laatste zijn tijdens de Halloween Horror Show eenmalig in de bioscoop te zien, de andere twee krijgen later nog een reguliere release. Verder zullen enkele korte horrorfilms worden vertoond - waaronder het Nederlandse Zombeer van Barend de Voogd en Rob van der Velden, waar ik in dit stuk al uitgebreid over schreef, het Spaanse Mamá en het Amerikaanse Treevenge. Bezoekers worden aangespoord om verkleed naar Tuschinski te komen.
Vrijdag 30.10 – 23.00u: Leids Film Festival. Trianon Theater, Leiden Zaterdag 31.10 – 24.00u: Pathé Tuschinski 1, Amsterdam