18 maart 2007

Striprecensie: Bloeddorst

De titel ‘Bloeddorst’ is goed gekozen: Nederland smacht naar horror. Criticasters die denken dat Holland geen land is voor horror hebben het mis. Niet alleen loopt het Amsterdam Fantastic Film Festival - van mister horror Jan Doense - al jaren goed, recentelijk beleefden de Lage Landen een eigen kleine horrorhausse.

Vorig jaar kwamen de Nederhorrorfilms Sl8n8 en Doodeind uit, begin dit jaar het vrijwilligers filmproject Horizonica. In dat opzicht kon een goede horrorstrip natuurlijk niet achterwege blijven. Menno Kooistra maakte een selectie uit vele inzendingen en stelde de bundel van een kleine honderd pagina’s samen. (Thematische bundels lijken een trend te worden. Vorig jaar kwamen Strips in stereo en Sprookjes in Strookjes uit.)

Bloeddorst geeft een goede indruk van het aanwezige tekentalent in Nederland. De bundel bevat bijdragen van Peter Pontiac, Fred de Heij, Eric Snelleman, Matt Baay, Kristof Spaey, Pieter van Oudheusden, Paul Stellingwerf – om er maar een paar van de dertig te noemen. Iedere tekenaar en scenarist doet een poging het vastomlijnde genre een eigen draai te geven. De een slaagt hier beter in dan de ander.

Simpel gezegd zijn er twee typen horror: het soort waar je om moet lachen en het soort dat je doet sidderen. In Bloeddorst slaat de balans iets meer uit naar de humor. Zoals bij veel horrorfilms het geval is, worden veel verhalen in de bundel gebracht met een flinke dosis humor – een manier om onze onderbewuste monsters en angsten te neutraliseren is immers door ze belachelijk te maken: horror om te lachen dus.

Een opvallende stijlbreuk zijn de twee tekstbijdragen in Bloeddorst. Deze zijn in de eerste persoon geschreven. Hierdoor bieden ze, meer dan de stripvorm, de mogelijkheid in de huid van de personages te kruipen. Dit nodigt uit tot een meer persoonlijke horrorbeleving.

Horrorclichés
Het probleem met het format van korte verhalen is dat, tja, de verhalen kort zijn. Dat betekent dat de verteller vaak niet verder komt dan het uitwerken van een enkel idee. De verhalen omvatten meestal een enkele scène. De makers hebben hun best gedaan hun verhaal aan het eind een verrassende wending te geven. Enkele strips vervallen echter te veel in horrorclichés. Herhaling van zetten is weliswaar een belangrijk kenmerk van het horrorgenre, toch blijven sommige verhalen daardoor hangen in voorspelbaarheid, waardoor de wending aan het einde niet verrassend is. Blind date: extraordinaire gastronomie van is bijvoorbeeld een mooi weergegeven, maar niet echt verrassend, verhaal.

De episodes die meer neigen naar experimenten zijn daarom het meest interessant om te lezen. Verhalen als Het museum aan de rand van de waanzin, van Martijn van Santen, zoekt op compacte wijze een grens tussen realiteit en surrealisme. De vertelling is speels en zelfreflexief; de tekenstijl – die ergens zit tussen realisme en humor - is daar zorgvuldig op afgestemd. Ook de bijdrage van Erik Wielaert, Lamia, prikkelt de lezer tot nadenken omdat er in de strip geen oplossing wordt geboden. Dit geeft een ongemakkelijk gevoel – een belangrijk gegeven van horror.

Tot slot is de bijdrage van Stephan Brusche stilistisch uitdagend. Hij gaat qua grafische vormgeving net iets verder dan de anderen en weet de zwart-witte pagina’s een boeiende plasticiteit te geven.

Nederhorror
Zombies, vampiers, demonen, psychopaten, weerwolven en kannibalen – bekende horrorfiguren maken hun opwachting in Bloeddorst. Het zijn figuren die we niet snel associëren met Hollandse cultuur. De term Nederhorror lijkt daarom niet geheel op zijn plaats: de makers zijn weliswaar van Nederlandse en Vlaamse afkomst, de setting van de verhalen is duidelijk geïnspireerd door Amerikaanse horrorfilms. De meeste horrorfilms zijn immers afkomstig uit de States en het genre lijkt in ons onderbewuste verbonden te zijn met de tableaus van de Amerikaanse cultuur.

Bloeddorst wordt op mooi gladpapier uitgegeven en is volledig in zwart-wit, wat prima past bij het onderwerp. Het is te hopen dat enkele stripmakers geïnspireerd worden om langere verhalen in het genre te gaan maken. Want, ook al wordt de dorst naar horror met Bloeddorst gelest – de bundel smaakt zeker naar meer.

Lees ook: Bloeddorst-borrel in Lambiek.

Voor meer nieuws en recensies over strips surf naar Comicbase.

1 opmerking:

Aukje zei

Volgende keer wordt het gewoon een boek van 300 pagina's en moet iedere tekenaar minstens 10 pagina's inleveren. Ben benieuwd wat er dan gebeurt met de verhalen!