Mike's Webs is het weblog van Michael Minneboo: schrijvend journalist, audiovisueel programmamaker (item-regisseur, camjo & editor) en webredacteur. Mike's Webs bevat artikelen over films, strips en media, vermengd met stukjes vol dagelijkse observaties. En de door Minneboo gemaakte video's.
Mooi hoor, hoe je overal tegenwoordig een profiel kunt aanmaken en je leven, gedachtes en andere zaken met vrienden, kennissen en wildvreemden kunt delen. Maar het heeft ook een nadeel als je online iemand tegenkomt met jouw naam.
Ik ben mijn ouders altijd dankbaar geweest voor mijn naam. Ik ben er erg op gesteld en vind dat mijn voor- en achternaam lekker allitereren. Michael Minneboo. Ook ben ik dankbaar dat het eind jaren zeventig in onze gemeente nog niet mogelijk was om 'Michael' als 'Maikel' te spellen omdat de Engelstalige spelling van mijn naam toen nog verplicht was. Een feit waar ik toen ik in Amerika woonde veel profijt van heb gehad.
Hoewel mijn ouders met de naam 'Michael' niet erg origineel waren, daar ik al een neef heb rondlopen die Michel heet. Dat ene lettertje verschil heeft al heel wat verkeerd-verbonden-momenten opgeleverd.
Welke voornaam je draagt is belangrijk. Een naam moet bij je passen. Er is natuurlijk niets ergers dan wanneer je een Ronald bent maar Patrice heet. Ook moeten mensen in staat zijn je naam makkelijk te onthouden. En vooral: ze moeten je naam kunnen spellen. (Da's met mijn achternaam altijd lastig, maar goed, ook daar raak je naar dertig plus jaren wel aan gewend.)
Wat ik zelf nog een belangrijke eigenschap van een naam vind is dat deze uniek moet zijn. Kijk, we kunnen natuurlijk niet allemaal met de naam Hallie Lama geboren worden, maar hoe onhandig is het niet als vijf andere collega's ook Jan heten? Helaas ben ik al lang niet meer de enige Michael Minneboo in de wereld. Naar mijn weten lopen er nog twee anderen rond.
Toen ik nog bij Intermediair werkte, kreeg ik op zekere dag een mailtje van een onbekende vrouw. Ze was net bevallen van haar zoontje en die had ze ook Michael genoemd. Toevallig deelden deze jonge spruit en ik dezelfde achternaam, hoewel we naar mijn weten geen directe familie zijn. Ze had de naam van haar zoon gegoogled en was zo op mijn site terechtgekomen. Ook woont er nog een naamgenoot in Zeeland. Die heeft sinds 2008 een Hyvesprofiel onder mijn naam, euh zijn naam aangemaakt. En daarmee begint de ellende.
Als journalist en videomaker wil je dat mensen je kunnen googlen, zodat ze een indruk krijgen van je werk en je hopelijk een leuke opdracht aanbieden. Daarom ben ik nu ook druk bezig met mijn eigen domeinsite op te zetten. Maar tijdens de virtuele zoektocht moeten mensen natuurlijk niet op Hyves terechtkomen en denken dat ik die aardige gozer met die twee kleine kinderen op de profielpagina ben. Het kan natuurlijk nog erger: foto's van een uit de hand gelopen studentenfeestje waarop handelingen staan waar je nooit van je leven mee geassocieerd wilt worden. Ik hoop dat mijn naamgenoot zich een beetje gedraagt, want stel dat hij extreme meningen op zijn pagina uitspreekt waardoor je niet meer zonder bewaking over straat kunt. Je zult bijvoorbeeld maar een vriendelijke tuinman zijn die Geert Wilders heet.
Het is ironisch dat ik een tijd geleden een column schreef waarin ik aankondigde dat ik mijn Hyvesaccount had gewist omdat ik die virtuele hangplek maar abject vind en dat er nu nog steeds een Hyvesaccount bestaat met mijn naam erop. De verwarring van identiteit en nare Hyvesplekken: het zijn enkele van de grote nadelen van de virtuele wereld waar we niet omheen kunnen.
Zucht.
Goed, voor de duidelijkheid: dit is dus niet mijn profiel. En wie precies wilt weten wat ik tegen Hyves heb, kan daar hier alles over lezen.
Eindelijk is Black Hole van Charles Burns in Nederlandse vertaling verschenen. Een prachtige grafische roman die tot na de laatste bladzijde blijft boeien.
In Zwart gat raken in de jaren zeventig tieners besmet met een seksueel overdraagbare ziekte die lichamelijke afwijkingen veroorzaakt. De een wordt opgezadeld met een paar bulten, de ander is minder gelukkig en krijgt er gratis een ledemaat of orgaan bij. Bij Rob groeit bijvoorbeeld een tweede mond die praat als hij slaapt; Eliza heeft een staart boven haar kont en Chris heeft vergroeiingen in haar rug en verliest geregeld haar bovenste huidlaag. De meeste besmette tieners leven als verschoppelingen in het bos en proberen er het beste van te maken.
Zwart gat is claustrofobisch en verontrustend, maar tegelijkertijd blijvend fascinerend. De toon is ernstig en gespeend van humor. Burns werkte een decennium aan het verhaal en publiceerde de twaalf afleveringen eerst afzonderlijk voordat in 2005 de graphic novel in zijn geheel werd uitgegeven. Black Hole bleef niet onopgemerkt, en won de Eisner Award, de Harvey Award en de Ignatz Award. Het is opmerkelijk dat deze strip pas na vier jaar eindelijk in het Nederlands is vertaald. Wellicht heeft dit te maken met de aankomende filmadaptatie. Naar verluidt zal regisseur David Fincher (Fight Club, Se7en) de verfilming voor zijn rekening nemen. Een prima keuze, al zou een regisseur als David Cronenberg, met zijn voorliefde voor vreemde lichaamsopeningen, ook zeker raad weten met het rijke materiaal van deze graphic novel.
Puberteit als ziekte Zwart gat is een complexe vertelling vol flashbacks en psychedelische dromen, waarin verschillende vertellers afwisselend aan het woord komen. Wat de belevenissen van al deze personages bindt is de vreemdsoortige ziekte die door wordt doorgegeven als de tieners onbeschermde seks met elkaar hebben. Toch moeten we Zwart gat niet zien als een pamflet tegen onbeschermde seks; Burns gebruikt de ziekte en de vervreemding die deze veroorzaakt tussen de slachtoffers en gezonde mensen als metafoor voor de puberteit. Een periode waarin het lichaam ook allerlei veranderingen ondergaat en waarin de adolescent zich vaak ook een buitenbeentje voelt. Burns heeft zelf ooit in een interview gezegd dat hij in Black Hole de pubertijd voorstelt als een ziekte. De één groeit erover heen, de ander blijft er eeuwig in hangen. Misschien dat de geïnfecteerde personages daarom nooit hulp zoeken voor hun lichamelijke afwijkingen. Ze vluchten liever weg van de maatschappij en het daarin heersende ouderlijk gezag. Zwart gat is een interessante studie naar de belevingswereld van adolescenten die, zoals het clichébeeld over deze periode dicteert, hun dagen vooral slijten met de speurtocht naar bier, seks en drugs.
Meesterverteller Burns doet de naam beeldroman, of graphic novel zo je wil, eer aan. Hij gebruikt de middelen van het medium optimaal. Burns tekent in een semi-realistische stijl, wat het effect van de horrorelementen vergroot. Zijn strakke lijnvoering en zwart-wit verdeling zijn formidabel. De stripmaker gebruikt een scherp licht-donker contrast. In combinatie met het strakke lijnperspectief geeft dit de tekeningen veel diepte. Ondanks het feit dat hij jarenlang aan de strip werkte is zijn stijl consistent. Maar goed, de hand van Burns is eigenlijk altijd herkenbaar. Dat geldt zowel voor zijn illustratiewerk voor The New Yorker en The Believer, als voor zijn andere strips die onder andere in het experimentele striptijdschrift RAW verschenen.
In Zwart gat zijn subjectieve kaders een belangrijk stijlmiddel. Om te vertellen wat er zich in het hoofd van de personages afspeelt gebruikt Burns innerlijke monologen, maar vooral ook point of view-shots. Hiermee maakte hij een gelaagde en bij vlagen intieme vertelling. Soms is Burns voyeuristisch, zoals bij de seksscène tussen Chris en Rob. We zien vanuit het perspectief van Chris hoe Rob haar penetreert. Het stijlmiddel van de subjectieve camera wordt heel effectief ingezet als Chris halverwege de daad tot haar schrik (en die van de lezer) de extra mond in de hals van Rob ontdekt. In dezelfde scène gebruikt Burns een visuele metafoor om het orgasme van Chris te verbeelden. Binnen een sequentie weet meesterverteller Burns dus verschillende genres te vermengen en diverse beeldmiddelen effectief in te zetten. Moeiteloos laat hij een romantisch samenzijn tussen twee nieuwe geliefden ontaarden in een horrormatig schrikmoment. De vervreemding die de jongen en het meisje na hun eerste vrijpartij ervaren is dan weer een exemplarisch voor de ongemakken die de eerste stappen op het seksuele vlak met zich meebrengen.
Burns, Charles – Zwart gat Oog & Blik/De Bezige Bij, € 29,90 ISBN: 9789054922025
Deze recensie staat ook op het stripblog van Zone 5300.
Nou ja, in de krantenstrip, sinds jaar en dag geschreven door Stan Lee himself, heeft de magische handeling nooit plaatsgevonden, maar begon men simpelweg met een nieuw verhaal waarin Peter Parker weer vrijgezel was en bij zijn tante May woonde. Nu ruim een jaar later, bleek dit bestaan slechts een boze droom te zijn geweest. Een clichématige verhaalwending die in een soap niet zou misstaan. En helaas net zo fantasieloos als hoe de schrijvers bij Marvel het huwelijk in de eerste plaats uit de geschiedenis van Spiderman wisten. Naar verluidt reageren de stripmakers van de krantenstrip hiermee op de vele boze brieven die ze ontvingen nadat Marvel deed alsof het huwelijk tussen Peter en Mary Jane nooit had bestaan.
In de normale stripuitgaven van Spiderman blijft de Brand New Day verhaallijn vooralsnog van kracht. Al zal het mij benieuwen hoe lang dat nog duurt. De reacties waren indertijd heftig van de negatieve soort, waarover ik vorig jaar berichtte.
In de verhaallijn van de maandelijkse Spiderman-comics werd tante May dodelijk verwond. De enige manier om haar leven te redden was door een pact met de duivel te sluiten. Tante May zou leven als Mephisto de grootste liefde aller tijden mocht ontbinden. Dit had tot gevolg dat Peter Parker opeens weer bij zijn tante inwoonde, kampte met geldproblemen en vooral veel pech leek te hebben. Het huwelijk tussen Mary Jane en Peter Parker dat in 1987 plaastvond had opeens nooit bestaan. Met deze reboot proberen de schrijvers van Marvel vooral de begindagen van het webhoofd te evenaren om op die manier weer aansluiting te vinden op het jonge publiek.
Klik op de afbeelding voor een grotere/leesbare versie. Bron: Mtv Splash Page.
Komt er ooit nog een Ghostbusters 3 of moeten we het met de 3D game doen die in juni dit jaar uitkomt? Sommige fans besloten zelf het antwoord op deze vraag te geven door een fanfilm te maken: Ghostbusters Hellbent.
Nee, de film is nog niet af en zou volgens de berichten in postproductiefase verkeren. Het heeft lang geduurt voordat fanfilmmaker Matt Adams het zover gebracht heeft, want hij schreef een eerste versie van het script al in 1999. Op de Myspace pagina van de film staat de volgende synopsis:
Ghostbusters International recruiter Oscar Wallace (Bowles) sets out along the East Coast to set up Ghostbusters franchises outside of New York, Landing him in Richmond, Virginia. A meal gone ghastly leads him to recruit Steven Reeves (Hodges), Marc Skyler (Childress), and Jay Davis (Adams). Three college students with a knack for the paranormal.
They set up shop as GHOSTBUSTERS, ridding Richmond of bizarre aparitions. However, the Boys in Grey are challenged when the River City catches the eye of the anti-christ. Soon all hell breaks loose and it's up to the Ghostbusters to stop it.
Klinkt als een aardige synopsis, maar hou je adem nog maar niet in voordat je de trailer van de film gezien hebt. Mijn verwachtingen zijn na het zien van de trailer niet bepaald hooggespannen. Typisch een geval van 'ik ga een leuke video maken met mijn vrienden en laat het camerastatief en goede microfoon thuis'. Het ziet ernaar uit dat de specialeffects beter zijn dan de acteurs. Jammer want het concept van Ghostbusters is rijk genoeg voor interessante films. En games. En animatieseries.
Voorlopig zet ik mijn geld in op de game die geschreven werd door Dan Ackroyd en Harold Ramis. De mannen die ook de twee films schreven en deel uitmaken van de cast. De rest van de originele cast doet ook weer mee. Ze spraken de stemmen in en stonden model voor de avatars. Wie alvast een voorproefje wil, check de site van Ghostbusters, the videogame.
Moet ik toch een keer een gamecomputer gaan kopen. De laatste keer dat ik een Ghostbuster-game speelde was op de Commodore 64, ergens in de vorige eeuw. "Ooh, he slimed me!"
Het heeft iets anarchistisch: lekker op de muur tekenen en alles vol kladderen met stripfiguurtjes. Wat je als kind niet mocht, was dit weekend toegestaan in Sugar Factory Amsterdam. Tenminste, als je een van de uitgenodigde stripmakers was van Comic Invasion.
Van donderdag 21 tot en met zondag 24 mei namen stripmakers de Sugar Factory over. Tijdens het reguliere programma werden muren vol getekend, lichaamsdelen van een krabbel voorzien en waren ook bierviltjes niet veilig. Op sommige avonden werden tijdens dj-sets tekeningen gemaakt en geprojecteerd.
Cartoonjocken Maar waarom eigenlijk? Stijn Schenk, officemanager bij Sugar Factory, legt uit: 'We willen de strips uit de stripbeurs halen en op andere plekken brengen. Strips moeten meer in het straatbeeld zichtbaar zijn.' Het idee ontstond toen Floor de Goede door een oom, een van de eigenaren van Sugar Factory, werd gevraagd om de flyer voor het programma van de maand mei te maken. Flo is samen met Tommy A en andere stripmakers cartoonjocker: terwijl een dj muziek draait of een band optreedt, maken de tekenaars in razendsnel tempo tekeningen. Het tekenen wordt vastgelegd door een camera en meteen geprojecteerd tijdens het optreden. Na de flyer opdracht vroeg de Sugar Factory de stripmakers om bij het programma deze maand iets met strips te gaan doen. Dat idee groeide uit tot Comic Invasion, waarbij de stripmakers 'infiltreren' in de Sugar Factory en met allerlei activiteiten op een ludieke manier aandacht vragen voor het beeldverhaal.
Zaterdagavond waren stripmakers Jeroen Funke (Lamelos), Dio (John & John), Tommy A (Cutie magazine), Floris Oudshoorn (Swamp Thing) en Merel Barends (Zone 5300, Eisner) in Sugar Factory om daar hun tekenkunst te verspreiden. Tussendoor vertelde Barends waarom ze hieraan participeerde. 'Het is een onconventionele manier om je werk onder de aandacht te brengen. Je bereikt er een heel ander publiek mee,' liet de stripmaakster weten. Toch doet Barends vooral mee voor de gezelligheid: 'Dit heeft natuurlijk een heel andere sfeer dan in je eentje thuis aan de slag gaan. Het is gezellig tekenen met een biertje erbij. Je bent als stripmaker onderdeel van het feest.'
Tommy A vertelde Comic Invasion vooral te zien als iets grappigs. 'Dit heeft geen effect; mensen gaan er niet meer strips door kopen.' De reactie van de bezoekers in de rookruimte, waar de muren zaterdagavond aardig vol zaten, was positief. Men vond de illustraties vooral 'leuk en vrolijk'. Al kwamen de mensen in eerste instantie voor de muziek en was men niet op de hoogte van de aanwezige stripmakers.
Interactie Nu is een van de uitgangspunten van Comic Invasion dat er interactie ontstaat tussen de stripmakers en het publiek. Dat dit soms anders uitpakte dan gepland, bleek toen bezoekers op de eerste avonden zelf een stift ter hand namen en de wanden als kladblaadje gingen gebruiken. Dat was echter niet de bedoeling. Mooi illustreren moet je immers aan de professionals overlaten. Ook vielen twee kunststukjes aan de toiletmuur zo in de smaak dat ze door bezoekers werden gestolen. Toch smaakt Comic Invasion naar meer. 'Dit is niet eenmalig, maar een work in progress,' vertelt Schenk. 'In de toekomst willen we vaker stripmakers uitnodigen.'
Merel Barends tekende een beeldblogje naar aanleiding van Comic Invasion.
Dit verslag heb ik geschreven voor het stripblog van Zone 5300. Check het blog voor meer foto's.
Zaterdagnacht was ik in Sugar Factory om daar Comic Invasion te verslaan voor de Zone 5300.
Overal hingen orginele tekeningen, ter plekke vervaardigd door Nederlandse stripmakers. Zo kon het gebeuren dat je in het herentoilet een poepend meisje van Floor de Goede zag hangen.
Even moest ik weer denken aan de klassieke internethype 2girls1cup, om daarna die gedachte snel met een flesje spa weg te spoelen.
Een uitgebreid verslag volgt. (Over Comic Invasion welteverstaan, niet specifiek over deze charmante prent.)
In het oeuvre van tekenaar/animator Han Hoogerbrugge worstelt de kunstenaar zich met humor door het dagelijks leven en onderzoekt hij zijn eigen obsessies, neuroses en emoties.
Om in slaap te komen leest de Rotterdamse kunstenaar/animator/webpionier Han Hoogerbrugge oude stripalbums van Kuifje, Lucky Luke en Asterix & Obelix. 'Dat doet mijn vader ook altijd. Maar wel alleen albums die hij al heeft gelezen. Nieuwe leest hij overdag, anders kan hij er niet van slapen.' Hoogerbrugge die de slaap vat op het moment dat Lucky Luke van zijn netvlies vervaagt. Het is een beeld dat contrasteert met wat je verwacht bij iemand die een verwantschap voelt met kunstenaars als David Lynch, Matthew Barney, Damien Hirst en Chris Ware. 'Met hen voel ik een verbondenheid in opvatting en houding. Zij stralen een soort coolness uit waar ik iets mee heb,' zegt Hoogerbrugge. 'Bij David Lynch heb ik het gevoel dat ik waarschijnlijk het bankstel dat hij heeft ook mooi vind.'
Punker Het oeuvre van Hoogerbrugge omvat animaties, illustraties en installaties. In zijn werk schetst hij op toegankelijke wijze een nerveus tijdsbeeld, waarin de moderne mens zich door het dagelijks leven heen worstelt. Hoogerbrugge maakt vaak visuele grappen. 'Humor is prettiger als hij terloops is, en niet als een grap wordt aangekondigd,' vindt Hoogerbrugge. 'Het beeld moet interessant zijn.'
In wezen zat de kiem van Hoogerbrugges artistieke leven in zijn punkperiode, toen hij in een bandje gitaar speelde en collages maakte voor een punkblaadje. 'De gedachte achter punk is dat je zelf iets kunt opzetten,' zegt hij. 'Tegelijkertijd kom je erachter dat je heel veel niet beheerst. Dat is frustrerend, dus wil je het leren.' Hoogerbrugge studeerde schilderen aan de Academie voor Beeldende Kunsten Rotterdam (nu Willem de Kooning Academie) en maakte daarna vooral strips en illustraties tot in de jaren negentig het internet een bepalende rol in zijn carrière ging spelen. In de begindagen van het web was Hoogerbrugge al bezig met de eerste experimenten. 'Eigenlijk vanuit de punkgedachte: het idee dat je voor heel weinig geld iets kunt publiceren voor een potentieel groot publiek.' Het internet bood Hoogerbrugge een oneindige instant expositieruimte. 'De techniek achter de sites leek eenvoudig en dat sprak mij aan. Ik kon het bijna niet geloven dat als ik iets had geüpload en daarna online ging, dat mijn site daar dan ook echt stond. Geweldig!'
Zelfportret In 1998 begon Hoogerbrugge met de webanimatiereeks Modern Living/Neurotica. In feite was dit de virtuele voortzetting van een stripalbum dat hij in eigen beheer had uitgegeven. Dit autobiografische album was getekend in de klare lijn-stijl die Hoogerbrugge nu nog steeds gebruikt en behandelde dezelfde thema's. 'De Neurotica-reeks reflecteert mijn dromen, verwachtingen, conflicten, ervaringen en angsten,' zegt Hoogerbrugge. Neurotica kreeg een vervolg in de site en animatiereeks Nails, waarin hetzelfde mannelijke hoofdpersonage afwisselend controle heeft over of overheerst wordt door zijn gevoelens, emoties en instincten.
Het hoofdpersonage in het werk van Hoogerbrugge is gemodelleerd naar de kunstenaar zelf. 'Het is niet zo dat ik hem gebruik om dingen te zeggen die ik zelf niet direct zou durven uit te spreken. Aan de andere kant doet hij wel dingen die ik niet snel zou doen, zoals z'n kop kaalscheren. Maar dat zijn meer visuele grappen.' In werkelijkheid lijkt Hoogerbrugge slechts het uiterlijk met zijn avatar te delen: hij spreekt op zachte toon en denkt soms lang na voordat hij iets zegt. Zijn geanimeerde evenbeeld straalt daarentegen minder rust uit en baant zich op neurotische wijze een weg door de zin en onzin van alledag. In de loop der jaren is het evenbeeld ouder geworden. 'In de stripwereld worden personages nooit ouder. Ik vond het interessant om een cartooneske tekenstijl met dat gegeven te combineren.'
Kenmerkend voor de animaties van Hoogerbrugge is het spelen met verwachtingspatronen en het combineren van contrasterende elementen. Vaak krijgen natuurgetrouwe verbeeldingen een onverwachte, absurdistische wending. Al praat de kunstenaar niet graag over de betekenis van zijn werk. 'Nails gaat over mijn demonen. Ik kaart ze aan, zonder daar heel duidelijk in te zijn, terwijl je toch begrijpt wat ik bedoel. Een van de afleveringen van Nails heet 'Senescence': kort gezegd het verouderen van biologische cellen. Ik sla me in de animatie redelijk zelfverzekerd door een gordijn van botten heen. Het is een visualisering van het feit dat ik ouder word. De animatie geeft echter niet duidelijk aan of ik daar problemen mee heb. Het laat veel in het midden.'
Geanimeerde werkelijkheid Al sinds de begindagen hanteert Hoogerbrugge dezelfde werkwijze. Hij maakt video's van de mensen die in zijn studio voor een groen scherm de handelingen van een personage uitbeelden. Hij print de videoframes die hij nodig heeft uit en tekent deze op doorzichtig papier over. Nadat deze tekeningen digitaal zijn ingevoerd maakt Hoogerbrugge de animatie af in het programma Flash.
Door deze methode kan Hoogerbrugge sneller werken dan wanneer hij alles zonder modellen zou moeten tekenen. Hij noemt zichzelf op het gebied van tekenen geen natuurtalent. 'Je krijgt bewegingen alleen maar natuurlijk als je werkt met videomateriaal.' Door animatie te gebruiken kan Hoogerbrugge dingen laten zien die in film absurd lijken, of te veel de nadruk leggen op de techniek. 'Als ik iemand teken die zijn hoofd eraf trekt alsof zijn gezicht een masker is, dan benadruk je bij film het specialeffect, maar bij animatie is dat op zichzelf niet vreemd. Bij animatie gaat het dus meer om wat er gebeurt, niet hoe.'
De beperkte mogelijkheden van het internet hadden een duidelijke invloed op Hoogerbrugges stijl van animeren: 'De eerste animaties moesten zo klein mogelijk zijn. Binnen 20 seconden moesten ze volledig draaien. Daarom maken ze een kort en krachtig statement, zonder intro's.' Hoogerbrugge liet de animaties herhalen in een oneindige loop, enerzijds omdat gifanimaties pas vloeiend lopen als ze één keer volledig zijn geladen, anderzijds omdat dit goed aansloot bij het concept van Neurotica: 'Iets dat zich herhaalt wijst op een neurotische handeling.'
Omdat Hoogerbrugge vaak dezelfde elementen en symbolen in zijn animaties gebruikt, krijgt hij wel eens het verwijt dat hij zichzelf herhaalt. 'Stijl en persoonlijkheid horen bij elkaar. Als je voortdurend van stijl verandert, heb je geen eigen gezicht. Een herkenbaar handschrift is óók prettig. Als je voor een lange tijd iets doet, is het moeilijk eraan te ontsnappen. In dat opzicht is het ook een gevangenis.' Toch schuwt Hoogerbrugge herhaling niet: 'Over Gilbert & George wordt ook vaak gezegd dat ze hetzelfde trucje herhalen, maar ik geloof dat niet. Op visueel niveau gebeurt er weinig nieuws, maar thematisch is het heel gevarieerd. Je zult het in steeds subtielere dingen moeten gaan zoeken.'
Hotel Voor SubmarineChannel maakte Hoogerbrugge van 2004 tot 2006 het multimedia project Hotel: een non-lineaire vertelling, een crossmediale webervaring waarin gebruikers naar eigen behoefte door de verschillende hoofdstukken kunnen klikken. Interactie met de gebruiker is altijd een erg belangrijk element in de animaties van Hoogerbrugge. Dat de bezoekers van de site zelf met muisklikken de animaties kunnen activeren was in de beginjaren van het internet uniek. Bij Hotel leidt dit streven naar interactie tot een verhaal zonder duidelijke spanningsboog of karakterontwikkeling. Hoogerbrugge noemt het project dan ook zijn beste mislukking: 'Ik zou het zelf nooit volgen als verhaal. Je moet teveel zelf invullen om er wat van te maken. Het meest traditionele gedeelte, de strip over Dr. Goldin, is het beste aan het project. Dat roept de vraag op of ik er niet beter gewoon een strip van had kunnen maken.'
Geen stuiterende borsten Hoogerbrugges eerste betaalde opdracht was voor de VPRO, een flashanimatie voor het Lifesavers-project. Daarna werkte hij onder andere voor MTV, Tros Triviant, en grote merken als Sony, ING en Diesel. Ook maakte hij videoclips voor onder meer de Belgische band Dead Man Ray. Recent vroegen de Pet Shop Boys hem een clip te maken bij de single 'Love, etc'. 'Afgezien van een stuiterende vrouwenborst gingen ze met alles akkoord,' zegt Hoogerbrugge. Dat is wel eens anders geweest, zoals bij een opdracht voor Mercedes. Door de art directors werd het werk keer op keer teruggestuurd omdat men vond dat een uitgestoken wijsvinger te lang was. 'De hele opdracht zat vol met dat soort dingen. Die mensen bekeken mijn werk beeldje voor beeldje. Daar word je op een gegeven moment helemaal gestoord van. Overigens hebben ze er uiteindelijk wel een prijs mee gewonnen,' voegt de kunstenaar er glimlachend aan toe.
Pro Stress 2.0 Het huidige internetproject heet Pro Stress 2.0. Op deze site publiceert Hoogerbrugge iedere dag een strip of illustratie. De naam van het project verwijst naar Hoogerbrugges opvatting dat nare zaken ook hun goede kanten kunnen hebben. 'Een soort van Cruyffiaans idee dat elk nadeel ook een voordeel kan hebben. Stress kan bijvoorbeeld heel lastig zijn, maar geeft aan de andere kant ook een kick,' vertelt hij. 'Veel dingen tegelijk doen creëert voor mij een werkbare work flow waarin het mij beter lukt eigen werk te maken. Ik heb dan meer ideeën.'
Het is vanwege deze opvatting dat Hoogerbrugge bepaalde zaken die doorgaans als slecht worden bestempeld niet in zijn animaties veroordeelt. In tegendeel: 'Wat zouden de Stones zijn als Keith Richards alleen thee zou drinken?' Oorlog, criminaliteit en drugsgebruik horen volgens Hoogerbrugge bij het leven. 'Bij alles wat ik me bedenk, kan ik het tegendeel bedenken wat net zo goed waar is. Dit is niet verwarrend maar roept blijdschap op. Het betekent namelijk dat je in theorie niet hoeft te kiezen tussen goed of slecht. Niets is een harde waarheid, dat vind ik heel prettig.'
Op dit idee voortbordurend onderzoekt hij de ambiguïteit van beelden in een reeks aquarellen op Pro Stress 2.0. 'Een deel van La grande fête gaat over geweld ten opzichte van het gelaat. Met tekeningen van mensen die in elkaar zijn geslagen, mensen die net een plastische chirurgische operatie hebben ondergaan en een bokser. Allen hebben ze een beschadigd gezicht, maar de ene keer zijn de wonden een bedoeld effect zoals bij de chirurgie, de andere keer een onbedoeld effect.' Uiteindelijk moet deze zoektocht leiden tot een installatie die een combinatie zal zijn van bewegende en stilstaande beelden, film en animatie. De liefhebbers van Hoogerbrugges werk moeten dus binnenkort achter hun monitor vandaan komen en het museum in.
Hoogerbrugge highlights:
Modern Living / Neurotica (1998 - 2001) Eerste interactieve webanimatiereeks bestaande uit korte loops. Hierin krijgt Hoogerbrugges evenbeeld te maken met de kleine zaken van het dagelijks leven en onderzoekt de animator zijn eigen obsessies, neuroses en emoties.
Nails (2002-2006) Tweede reeks interactieve webanimaties die thematisch voortborduurt op Modern Living/Neurotica. Hoogerbrugges avatar reageert nu niet zo zeer op externe prikkels, maar worstelt met zijn innerlijke demonen in een zelfgecreëerde wereld.
Hotel (2004-2006) Een non-lineair, crossmediaal 10-delig verhaal dat Hoogerbrugge maakt in opdracht van SubmarineChannel. Dr. Doglin doet onderzoek naar 'freak accidents' en laat menig proefpersoon verdwijnen.
Modern living: The graphic universe of Han Hoogerbrugge (2008) Rijk geïllustreerd boek met dvd over het werk van de animator. Uitgave: Submarine Channel/ BIS publishers.
Prostress 2.0 (2008 – heden) Huidig internet project waarin Hoogerbrugge dagelijks een strip of afbeelding publiceert en op eigen humoristische wijze de wereld aanschouwt.
Dit artikel is gepubliceerd in VPRO Gids #19 (2009).
Zo wild als Flo het zich voorstelt in de flyer zal Comic Invasion in de Sugar Factory wel niet worden, maar ik ben toch benieuwd. Comic Invasion begint vanavond en gaat door tot en met zondag 24 mei. Nederlandse tekentalenten zullen tijdens live-optredens en clubnachten de interactie opzoeken met de muziek en het publiek. Tekeningen, geïnspireerd door de muziek, worden ter plekke gemaakt en tijdens de optredens geprojecteerd. Wat het precies inhoudt, kun je hier lezen. Ik ga zaterdag in ieder geval een kijkje nemen.
Gaat het ooit nog goed komen met de horrorfilm in Nederland? Misschien met de nieuwe productiemaatschappij House of Netherhorror die deze week werd aangekondigd tijdens het filmfestival Cannes. Er staan vier lowbudgetfilms gepland voor volgend jaar.
House of Netherhorror zal zich zich exclusief gaan toeleggen op het maken van Nederlandstalige horrorfilms. De productiemaatschappij is een initiatief van producenten Jan Doense en Herman Slagter.
Eind vorig jaar namen producenten Jan Doense (Film Events, Amsterdam) en Herman Slagter (Riverpark Film, Rotterdam) het initiatief tot een rondetafelgesprek waaraan diverse getalenteerde Nederlandse filmmakers met een voorliefde voor het horrorgenre deelnamen. Hieruit ontstond het plan om de handen ineen te slaan voor vier low-budget horrorfilms, die als pakket gefinancierd en geproduceerd zullen worden.
Vooralsnog zijn er vier projecten geselecteerd:
BIJLMER VOODOO Een film van Barend de Voogd (Zombeer) en Erwin van den Eshof (Doodeind). Een vluchtelingenadvocate raakt in Amsterdam Zuid-Oost verzeild in een duistere wereld van mensenhandel, slavernij en voodoo.
GROENE TANDEN Een film van Chris W. Mitchell (The Prodigal Son, Birthday Boy). Een groep wildkampeerders strandt in het bos en raakt in de greep van een mythologisch wezen, dat huist op de bodem van een meertje.
NIEUW BLOOD Een film van Edwin Visser en Frank van Geloven (Necrophobia, SL8N8). Een geheim onderzoek naar een revolutionair geneesmiddel tegen kanker en Aids leidt tot een epidemische uitbraak van vampirisme.
KINDEREN VAN HET VEEN Een film van Richard Raaphorst (Zombi 1, Popo). Een gezin dat de drukte van de grote stad verruild heeft voor de rust van het platteland, raakt in de problemen wanneer de vader onder de invloed raakt van hallucinerende paddenstoelen.
De strip is hot in Nederland. Graphic novels liggen in de winkels, er is voor het eerst een stripintendant aangesteld, gisteren werd de Marten Toonder Prijs aangekondigd, vorige week startte Zone 5300een stripblog en vandaag begint cartoonist Bandirah een eigen blog over cartoons. Het kan niet op.
Op Cartoon.blog.nl geeft cartoonist Robert Schuit (Bandirah) met een team van Nederlandse en Vlaamse cartoonisten dagelijks zijn visie op wat de Lage Landen op cartoongebied te bieden hebben. Schuit laat via een persbericht weten: 'Ik ben zelf cartoonist, en wil graag met behulp van mijn vakkennis uitdragen wat voor moois er op cartoongebied tussen onze taalgrenzen te vinden is.'
Op Cartoon.blog.nl zullen tekenaars Aaargh, Ad Kolkman, Argibald, Bandirah, Danibal, Emdé, Gnoe, Hallie Lama, Harry Gijsberts, Humordenar, Kapreles, Kito, Michiel van de Pol, Norman en Roland Conté dagelijks hun werk plaatsen. Ook belooft de redactie te zorgen voor cartoonnieuws, recensies van cartoonalbums en interviews met Nederlandse en Vlaamse cartoonisten.
Schuit vierde vorige week nog zijn vijf jarig jubileum als cartoonist en presenteerde tevens zijn nieuwe bundel Over Onreine Dieren Kan Ik Alleen Met een Rilling Spreken.
De Nederlandse stripwereld is vanaf vandaag een serieuze oeuvreprijs rijker. Vanaf 2010 zal de Marten Toonder Prijs jaarlijks worden uitgereikt aan de Nederlandse stripmaker die een bijzondere bijdrage heeft geleverd aan de stripcultuur. Aan de prijs is een bedrag van 25.000 euro verbonden.
Dat maakte minister Ronald Plasterk (Onderwijs, Cultuur & Wetenschap) maandag bekend bij de opening van de expositie ‘Nederland volgens Sigmund’ in het stripmuseum te Groningen. De prijs is een initiatief van de kersverse stripintendant Gert Jan Pos en het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB). Pos is per 1 mei door het Fonds BKVB als intendant aangesteld om de Nederlandse strip een extra impuls te geven.
Waarom deze nieuwe prijs? Nederland heeft immers al de Stripschapprijs, de oeuvreprijs die sinds 1974 jaarlijks wordt uitgereikt. 'Er kwam een verzoek vanuit het beroepsveld,' vertelt Pos. 'In het verleden zijn er prijzen geweigerd door stripmakers omdat er geen geldbedrag aan vastzat.' Vorig jaar weigerden Hanco Kolk en collega Peter de Wit bijvoorbeeld de nominaties voor de Hoogste Prijs van de VPRO. De stripmakers vonden het prijzenbedrag van 1250 niet overeenstemmen met de prestige die de Hoogste Prijs pretendeerde te hebben. Pos: 'Natuurlijk is het een eer om de Stripschapprijs te krijgen, maar bij deze waardering hoort ook een geldbedrag. Schilders, schrijvers en dichters krijgen immers ook prijzen waar een aanzienlijk bedrag aan vastzit.' Pos: 'Natuurlijk is het een eer om de Stripschapprijs te krijgen, maar bij deze waardering hoort ook een geldbedrag. Schilders, schrijvers en dichters krijgen immers ook prijzen waar een aanzienlijk bedrag aan vastzit.'
Vanaf 2010 zal de Marten Toonder Prijs ieder jaar aan het begin van het boekenseizoen in maart worden uitgereikt. Minister Plasterk zal de eerste Marten Toonder weggeven. Aan wie is nog niet bekend, maar daar het om grote namen gaat die veel voor de Nederlandse stripcultuur betekenen is de kans groot dat stripmakers als Joost Swarte, Dick Matena, Jan Kruis en Hanco Kolk & Peter de Wit op de shortlist staan. Mocht Kolk ooit de prijs krijgen, dan heeft hij geen legitieme reden meer om thuis te blijven.
Marten Toonder drukte zijn stempel op de Nederlandse stripwereld met onvergetelijke figuren als Tom Poes en Olivier B. Bommel en verrijkte de Nederlandse taal met termen als 'denkraam', 'grootgrutter' en 'zielknijper'. Lees hier meer over de in 2005 overleden stripgrootheid.
Nu blog ik bijna drie jaar en ik lees dagelijks tientallen blogs (niet honderden zoals sommige mensen denken). Geregeld kom ik blogposts tegen met regels voor het bloggen (zoals hier bijvoorbeeld).
Wat je moet doen om zoveel mogelijk hits te halen. Hoe je blog eruit moet zien. Dat je het liefste elke dag een post moet schrijven, of dan in ieder geval regelmatig moet posten om je lezerspubliek naar je blog terug te laten komen. Ik zeg: vergeet de regels, doe lekker wat je zelf wilt.
Nou ja, sommige regels snijden wel hout natuurlijk. En het is niet zo dat ik bepaalde richtlijnen niet in het achterhoofd hou. Hier een paar van die richtlijnen waar ik wel waarde aan hecht.
Om te beginnen: Stel jezelf een eerlijke vraag: schrijf je voor jezelf - moet je een ei kwijt en brandt in je een passie voor het een en ander waardoor je moet schrijven - of schrijf je met een ander doel voor ogen? Omdat je nieuws wilt delen bijvoorbeeld, of als specialist je kennis wilt verspreiden en eventueel harde cash met je blog wilt verdienen. Alle andere keuzes vloeien logischerwijs voort uit het doel van je blog.
Laat je niet leiden door blogdrift, maar publiceer wanneer je zin hebt. Vergeet daarom je statistieken. Ja, je kunt natuurlijk afgaan op de bestbezochte pagina's en die thema's blijven herhalen of daarop variëren zodat je zoveel mogelijk hits scoort. Als dat je uitgangspunt is, prima, maar laat dit geen molensteen zijn die je in het schrijven beperkt.
Wat je reden ook is om te bloggen: respecteer je publiek. Dus zorg dat je leesbare teksten schrijft en dat je informatie klopt.
Leg de lat hoog. Vraag jezelf af wat je toevoegt aan de informatiestroom, probeer dicht bij jezelf te blijven en daardoor origineel uit de hoek te komen.
Personal branding.Wees je bewust van het virtuele spoor dat je achterlaat via je blog en de comments die je maakt op andere sites. Hoe wil je jezelf presenteren? Het beeld dat online van je ontstaat heb je zelf deels in de hand. Denk na over welke informatie je prijsgeeft en welke privé-gegevens je niet wilt delen. Ja, dit is het tijdperk van uitwisselen en op digitale zeepkisten staan, maar weet dat toekomstige werkgevers óók van Google gebruikmaken.
Vergeet alle bovenstaande regels en doe lekker waar je zin in hebt. Je blog is jouw eigen webstek. Je speelplek waar je kunt experimenteren, kunt oefenen of gewoon lekker kunt freewheelen. Geniet ervan!
Etienne is een werkloze privé-detective die een grote geldprijs wint in de lotto. Voordat hij veilig het lot kan inleveren en zijn geld ontvangt is er echter nog van alles mogelijk. Auteur Jean-Claude Denis en stripmakerduo Philippe Dupuy en Charles Berberian laten zien dat de weg naar het geluk vol valkuilen kan zitten.
Je lot kan immers gestolen worden wanneer je in de nacht verdwaald rondloopt. Een auto-ongeluk overkomt je ook zomaar. En wie kun je nog vertrouwen met zo'n waardevol stukje papier op zak? Is bijvoorbeeld de interesse die Etiennes ex-vriendin Laetitia toont oprecht of weet ze dat hij een rijk man is geworden?
Jean-Claude Denis heeft zijn sporen als stripauteur ruimschoots verdiend in de Franse stripwereld en heeft met Vlak voor het geluk een luchtig verhaal met goed uitgewerkte personages geschreven. Dat deze levensecht lijken is vooral te danken aan de natuurgetrouwe dialogen die Denis ze laat uitspreken. Vaak zorgen de dialogen ook voor een fijne scèneovergang: de tekst van de nieuwe scène verwijst naar of geeft antwoord op de gestelde vraag in de voorgaande dialoog. Overigens is het vertellen over alledaagse taferelen wel aan Berberian en Dupuy toevertrouwd. Zij behoren immers tot de école Pigalle, een groep tekenaars die op lichtvoetige wijze kleinburgerlijke onderwerpen verstrippen. Het stripfiguurtje Meneer Johan van dit duo is daar een mooi voorbeeld van.
Televisiesoap De niet-geïnkte potloodtekeningen van Dupuy en Berberian zijn in een losse stijl getekend en de achtergronden zijn vaak een gedetailleerde, doch snelle schets. Deze semi-cartoonstijl is expressief, maar sprak mij minder aan - je houdt ervan of niet. Berberian en Dupuy hanteren een camerastijl die doet denken aan die van televisiesoaps. Zo zien we op blz. 50 een medium shot van Etienne en Patricia van de Franse kansspelen die hem psychologische bijstand komt verlenen. Patricia zit op een stoel en praat met de winnaar over zijn mogelijke geldbestedingen. De twee daaropvolgende plaatjes zit Patricia in dezelfde houding, haar hoofd en gezichtsuitdrukking zijn vrijwel identiek in alle drie de plaatjes. Het tweede plaatje is een close-up van haar gezicht, maar nog steeds gezien vanuit hetzelfde perspectief als het eerste en derde plaatje. Op de volgende pagina wordt het helemaal wat geforceerd als Etienne achter haar staat en Patricia nog steeds niet haar hoofd naar hem toedraait terwijl ze tegen hem praat. Dit maakt de figuurtjes nogal houterig en de strip op visueel vlak eentonig en beperkt.
Jammer van deze saaie cameravoering, want er valt verder veel te genieten van de kleine beeldgrapjes die Berberian en Dupuy in hun tekeningen stoppen. Zoals het zoontje van de vrienden van Etienne die 's ochtends slaapdronken de kamer binnenloopt met de afstandsbediening van de televisie al in de aanslag, en de twee eendjes die vol verbazing zwemmen naar de auto die zojuist te water is geraakt. Voor de gevederde zwemmers letterlijk een vreemde eend in de bijt. Het zijn dit soort humoristische toevoegingen die het verhaal nog leuker maken en de wrange kantjes ervan ietwat maskeren.
Dupuy-Berberian en Jean-C. Denis. Vlak voor het geluk. Oog & Blik/De Bezige Bij ISBN 9789054922483
Sinds vandaag staat op de site van Zone 5300 - in Nederland dé plek voor strips, cultuur en curiosa - een kersversch stripblog.
Het stripblog zal striprecensies, nieuws, achtergrondartikelen en strips brengen. De redactie van het blog wil de liefhebber op de hoogte houden van de huidige ontwikkelingen in de stripwereld. Het blog zal bijdragen bevatten van Tonio van Vugt, Marcel Ruijters, Sandra de Haan en ondergetekende. In de toekomst zullen daar ongetwijfeld nog redactieleden bij komen.
Sinds (strip)journalist Jeroen Mirck van zijn site comicbase.nl een archief maakte was het sprokkelen naar stripnieuws en recensies. Hoewel individuele sites wel recensies en stripnieuws plaatsen (denk aan stripster.nl, soms 8weekly, strips in Gelderland en soms EeuwigWeekend.nl) meende de redactie van Zone 5300 dat er nog zeker plaats was voor een nieuw gespecialiseerd stripblog.
Ook met een vers caffeïneshot wist mijn kop niet het wolkendek onstijgen.
Het leek een lege dag te worden waarin niets fatsoenlijks uit mijn vingers zou komen.
Twee aspirines. Een wandeling in de lentezon. Geen verandering.
Doch, een telefoontje met versch nieuws, deed het denkmechanische in mijn hoofd weer opgang komen. Sterker nog: er werd weer een normaal toerental gehaald...
Stallone nu ook op twitter? Nou ja, eigenlijk is het zijn setpubliciste die nieuwtjes blogt over de opnames van Stallones nieuwste actiefilm The Expandables.
The Expandablesgaat over een groep huurlingen die een Zuid-Amerikaanse dictator proberen ten val te brengen. De cast bestaat uit bekende actie-acteurs als Jet Li, Dolph Lundgren, Eric Roberts, Mickey Rourke en Oscarwinnaar Forest Whitaker. Stallone scheef het script, regisseert en speelt een rol in de film.
Filmmakers Jon Favreau (Iron Man) en Kevin Smith, acteur Hugh Jackman en schrijver Neil Gaiman zijn ook te vinden op Twitter. Zij schrijven hun tweets overigens wel zelf. Twitter wordt de laatste tijd steeds meer ingezet om films te promoten. Persoonlijk verwacht ik niet veel van de 'nieuwtjes' van de Stallone-film, al geniet ik erg van de tweets van Smith, Favreau en Gaiman.
Gastauteur, journalist en twitterevangelist, Jeroen Mirck schrijft waarom Amsterdam geen wereldstad is (zoals de titel van dit stuk al aangeeft.) Ik kan me goed vinden in zijn kritiek op de hoofdstad van Nederland, al verblijf ik er toch graag.
Mijn lieve Amsterdam, waar ben je in vredesnaam mee bezig? Internationaal ziet men je nog steeds als een stad waar je geweest moet zijn, word je in één adem genoemd met metropolen als New York, Londen en Parijs. Met dank aan de holle frase “I Amsterdam.” O zeker, ik voel me Amsterdam. Maar tegelijk schaam ik me voor mijn stad, zoals ik me ook al jaren schaam voor mijn land. De (hei)kneuterigheid, de regelzucht, de vertrutting… ze zijn jaren geleden al overgewaaid van het platteland naar de grote stad. Zo worden we natuurlijk nooit een wereldstad.
Nederland is een bang, kleinzielig land, maar gelukkig had Amsterdam altijd zijn branie. Johan Cruijff, Danny de Munck. Helaas. De laatste jaren drinkt burgemeester Job Cohen - toch in potentie een fantastisch leider - thee in de moskee. “De boel bij mekaar houden.” Dat is geen kreet die past bij een stad met ambitie. Nee, dan liever de keiharde wet van het succes, waarmee New York groot is geworden. Wie de boel komt verstieren, zal zich de afstraffing nog lang heugen. Wedden dat we dan helemaal geen kut-Marokkanen meer hebben?
Maar ik wilde het niet over buitenlanders hebben. Zij zijn er en daar moet de samenleving zich op instellen. Doe je dat krachtig en vol overtuiging, dan komt het goed. Als de macht zich weer gedraagt als macht, komt ook het respect weer terug. Nee, ik wil het hebben over de allure van Amsterdam. Amsterdam als metropool, als wereldstad. En de illusie dat dat ooit nog terugkomt.
Voor alle duidelijkheid: Amsterdam is alles behalve een wereldstad. Bij een wereldstad hoort een imposante keuken, maar die kennen we hier niet. En als het eten nog meevalt, is er altijd de bediening die het laatste restje optimisme definitief de grond in boort. Service is zeker in slechte tijden een krachtig wapen, maar in Amsterdam is het al sinds jaar en dag bot. Inderdaad: bot en onbeleefd.
Maar die service is nog tot daar aan toe - sommigen vinden die lompheid de charme van Amsterdam. Het zou wat zijn als je ook gewoon de hele nacht kon eten en uitgaan. Maar wederom helaas. Op maandagen zijn veel restaurants gesloten. De rest van de week moet je tijdig binnen zijn, maar om tien uur ’s avonds draait de kok het gas dicht. Of je nu al tien minuten op die ober hebt zitten wachten, of niet. Niet voor niets is Nederland het land waar huismoeders in opstand komen als Sesamstraat een halfuur eerder begint. Dan staan namelijk de piepers op het vuur, en Nederlanders willen graag stipt op tijd eten.
Laat eten is er niet bij, laat uitgaan ook niet. Menig café gooit stipt om één uur ’s nachts het grote licht aan. Wegwezen! En wie dacht dat het openbaar vervoer op die sluitingstijden was afgestemd, komt wederom bedrogen uit. Om half één rijden de laatste trams en metro’s. Daarna komt na uren pas een nachtbus vol kotsende studenten.
En die prachtige nachttreinen, hoor ik u zeggen? Die slaan de helft van alle Amsterdamse stations over. Vette pech voor wie ’s avonds nog terug wil naar Amsterdam Lelylaan, het knooppunt voor alles wat straks Nieuw-West gaat heten - zo ongeveer het grootste stadsdeel van Mokum. De laatste trein naar Lelylaan vertrekt vanaf Amsterdam Centraal om 23:20 uur. Wie dacht dat hij daarmee een levendig uitgaansleven faciliteert, is niet van deze wereld. En over Amsterdamse taxi’s heb ik het liever helemaal niet. Asociaal, vies en veel te duur. Toeristen schrikken zich dood als ze hun rekening onder ogen krijgen.
Klink ik cynisch? Wellicht. Dit zijn echter wel punten waar je het gevecht wint om een hoofdstad met allure te zijn. Een bruisende stad met een bruisende cultuur en uitgaansleven. Zorg voor nachtelijke trams, metro’s én treinen tussen álle Amsterdamse stations. Zorg voor restaurants die koken tot na middernacht. Zorg voor kroegen en clubsdie tot na drieën mogen doorfeesten. Zorg voor service, dan zorgt de rest van de wereld ervoor dat Amsterdam zijn allure hervindt. En worden we misschien ooit die wereldstad die we op grond van onze historische reputatie nog steeds hadden moeten zijn.
Deze column staat ook op JeroenMirck.nl - de webstek van Jeroen waar hij publiceert over media, marketing en internet, maar ook geregeld een persoonlijke noot laat horen.
Tot mijn genoegen heeft de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst maandag de Libris Literatuurprijs 2009 gewonnen met zijn boekGodverdomse dagen op een godverdomse bol.
Bij deze wil ik de jury bedanken voor het uitverkiezen van Verhulsts boek. Maar vooral de Vlaamse schrijver moet bedankt worden om zo'n prachtige titel aan zijn werk te geven. Het schenkt mij een sardonisch genoegen dat deze heerlijke titel de hele dag door de lezers van de journaals uitgesproken gaat worden in dit Nederland der vertrutting.
Dit Nederland waar een Bond tegen het – fucking – vloeken bestaat die denkt volwassen mensen te moeten opvoeden en dat hoopt te doen door stationsmuren vol te plakken met kinderachtige leuzen. Het LageLand waar omroepen werknemers schorsen omdat ze een beetje bloot in bladen verschijnen en die geen tegenspraak dulden tegen niet-letterlijke interpretaties van een oud stoffig sprookjesboek. Een niet zo NederigLand waar de christenen aan de macht zijn door vooral alle belangrijke beslissingen uit te stellen uit angst de coalitie te breken, maar ondertussen van alles lopen te verbieden en welhaast tot in de slaapkamer komen controleren of je wel vroom leeft. En waar aan de andere kant oppositiepartijen met één programmapunt het premierschap denken te halen. Een Waterland waar een dwaze man de Ark van Noach na laat bouwen en menig brievenbus laat volstouwen met een reclamefolder voor het scheppingsverhaal.
Ik hoop dat de moraalridders van Nederland iedere keer als Verhulsts boek vandaag bij naam wordt genoemd, binnensmonds zullen vloeken van ongenoegen.
Godverdomse dagen op een godverdomse bol! Zeker weten!
Deze week staat mijn interview met kunstenaar/animator/webpionier Han Hoogerbrugge in de VPRO Gids #19.
Hoogebrugge maakte recent een videoclip voor de nieuwste single van The Pet Shop Boys: 'Love, etc.' Hieronder de clip. Het interview gaat over de carrière van Hoogerbrugge die met animeren begon in de begindagen van het interpret. Het artikel zal binnenkort op Mike's Webs gepubliceerd worden. (Wie niet kan wachten kan natuurlijk ook gewoon de Gids kopen.)
Soms lijkt het net of ik in een filmdecor leef terwijl ik gewoon een kopje koffie zit te drinken in een grandcafé. Niet omdat de mensen om mij heen, die allen verwikkeld zijn in eigen dialogen, hun dagelijkse sores en dromen, op de achtergrond figureren, maar omdat de omgeving perfect zou passen in een spannende film noir of een kleinschalig drama.
Neem nu Stanislavski in de Stadsschouwburg te Amsterdam. Terecht een theatraal gebouw, met prachtige bogen, kroonluchters en een sierlijke trap, waar je ieder moment een mooi uitgelichte femme fatale kan verwachten die gracieus naar beneden loopt. Dezelfde ruimte kan ook fungeren als een ontmoetingsplek voor twee minnaars die een geheime ontmoeting hebben. Ze zitten achter de pilaar aan het tafeltje in de nis en houden zich zo klein mogelijk opdat ze niet opvallen.
Genieten van een ruimte die tot de verbeelding spreekt. Mijn kopje koffie smaakt er net dat beetje lekkerder door.
Onderstaande foto van Ellen ten Damme zag ik op GeenStijl.nl. Ten Damme gaat op deze foto van Perry Hermanshelemaal op in haar act tijdens het bevrijdingsfestival in Roermond. Ik vind het daarom een mooie foto.
Jammer dat GeenStijl er weer een semi-guitige tekst onder moest zetten. Maar goed, daarmee doen ze de naam van hun blog wel eer aan. Het is natuurlijk ook wel heel ingewikkeld om je een beetje te verdiepen in performance kunst en veel leuker om wat je niet begrijpt belachelijk te maken.
Op de foto heeft Ten Damme heeft verschillende kleine sensoren op haar lijf geplakt. Wanneer ze deze aangeraakt is er een stukje voorgeprogrammeerde tekst van haar te horen. Op die manier klikt ze zinnen bij elkaar als een moderne versie van William Burroughs. De act is onderdeel van de theatershow Durf Jij?, waarin Ellen ten Damme zongteksten van Ilja Pfeijffer ten gehore brengt. Ik sprak haar en Pfeijffer hier een tijd geleden over. Zie hier de video van dit gesprek.
Ik kwam gisteravond bij thuiskomst de buurvrouw, haar partner en zoontje voor de deur tegen. Het jochie had een grijze hoed op zijn hoofd; de anderen waren ook netjes aangekleed. 'Ja,' zei de buurvrouw, 'we gaan naar de dodenherdenking.' Ik was reeds vergeten dat het vier mei was en kon nog net een enthousiast 'veel plezier' inslikken. Wat moet je daarop zeggen? Zwijgen is soms beter.
Het was een opmerkenswaardige week, met vage projecties, een literaire 'ontdekking', goede maaltijden en dansende schijnsims.
Maandag zat ik in de bioscoopzaal van Warner Bros waar ik de film X-Men Origins: Wolverine zag. Stiekem had ik best naar dit soloavontuur van Wolverine uitgekeken, want van alle X-Men is Logan mij het dierbaarst. Ik mag die opvliegende en getormenteerde rauwdouwer wel en heb dan ook erg genoten van Hugh Jackmans vertolking in de X-Men films. Jackman ging in de afgelopen weken de wereld over om de film, die hij ook produceerde, te promoten. Zijn lotgevallen waren te volgen op twitter. Ongetwijfeld begon de Australische acteur een account op dit hippe netwerk om de film extra onder de aandacht te brengen.
Vage film Maar wat een teleurstelling trof mij in de zaal van Warner. Geen diepgaand relaas over het verleden van Wolverine, maar een haastig en oppervlakkig verhaal dat schetsmatig de geschiedenis van deze X-Man aanstipte. Daarbij was de projectie tijdens de persvoorstelling meermalen onscherp. Dat mag de mening van een recensent natuurlijk niet vertekenen, maar het leidde wel af. Opvallend ook hoe de vertaler niet de moeite had genomen om zich in het bronmateriaal te verdiepen. Zo werd steevast het woordje 'bub', wat Logan altijd gebruikt in de strips, vertaald met 'Bob'. Ook jammer dat Jackman niet zijn pruikje op had. De manen die het gelaat van Logan zo kenmerken zijn vervangen voor een nonchalante coupe. Het is betreurenswaardig dat de film zo kon mislukken ondanks alle goede bedoelingen van mensen als Jackman - dat hij het goed kan vinden met het personage mag na vier films duidelijk zijn. Ik koester een stille hoop dat hij zich met een volgende en boeiende aflevering revancheert.
Dinsdagochtend stond ik op met een zwaar gemoed: er moest nog een recensie over Wolverine aan het web worden toevertrouwd. De ochtend ging dan ook op aan het woordelijk uitdrukken van mijn particuliere mening. Eenmaal aan het schrijven, kwamen de woorden als vanzelf.
In de avond kreeg ik alvast een voorschot op mijn verjaardag, toen mijn ouders in Amsterdam waren en we met z'n vieren een naburig restaurant bezochten om bij te praten, te klinken en van een niet zo'n eenvoudige doch voedzame maaltijd te genieten.
De houdgreep Woensdag deed ik een interessante ontdekking in de boekenkast van L. Daarin stond een boek half uit de rij, alsof hij me stond op te wachten. Een zwoel kijkende jonge vrouw op het omslag maakte mij nieuwsgierig. De houdgreep van Joost Zwagerman, waar de auteur in 1986 mee debuteerde, gaat over Adriënne en Ingmar die samen hun eerste liefde beleven. Fijn dat Zwagerman ons daar ooit deelgenoot van maakte en deze liefde beschreef zoals alleen hij dat kan. Mooi verwoord, inleefbaar en levendig.
Wat heerlijk om na zo'n lange tijd weer eens de zinnen te verzetten met een goed literair werk; om te proeven van de Nederlandse taal waarin de geestesbeelden van een ander op vakkundige wijze worden uitgedrukt.
Prinsheerlijk In de avond maakte Amsterdam zich op voor Koninginnedag. De stad gonsde van verwachting. Donderdag begon met de geur van versgebakken appeltaart die mijn neusgaten streelde. Ik kreeg niet veel mee van de dag van Bea, en bracht mijn verjaardag deels door op het balkon, las wat strips en dommelde halverwege de dag weg in een oppervlakkige, surrealistische ervaring en werd pas weer wakker bij het nieuws dat er een aanslag op het Koningshuis was gepoogd. Een nare gebeurtenis die mooi in woorden werd gevat door Nico Dijkshoorn:
(Wat kan ik daar nog over zeggen, wat al niet uitentreuren is gedaan? Treurige gebeurtenis die door de media in overdosis is herhaald. Telkens maar weer dezelfde beelden, alsof dat het begrip voor wat we zien vergroot. Alsof dat iets verandert aan wat er gebeurd is. Volgende week weer een nieuwe ramp en gaan we weer door met de dagelijkse beslommeringen.)
Die avond at ik samen met L in een restaurant waar tot mijn genoegen oude hits van Prince werden gedraaid. Het was een verfrissende herinnering aan oud plezier; ik verbaasde mezelf dat ik nog zoveel songteksten kon herinneren en betreurde het feit dat de vlam van deze geniale muzikant al jaren op een laag pitje brandde.
Vrijdagmiddag balanceerde ik onwennig op een wippende stoel op het terras van De Molengang, waar de mannelijke bediening traag en allesbehalve klantvriendelijk was en waar ik samen met de Schone Schrijfster over het schrijven van fictie converseerde tot het tijd was om nog even Lambiek in de Kerkstraat te bezoeken, te bedrinken en te bedanken voor de gastvrijheid.
Funky in het Frans Vrijdagavond was ik met L en Jeroen in De Nieuwe Anita om de Jet Set Party bij te wonen en ons te verbazen over de funky Franse deuntjes van DJ Natasha en de uit Frankrijk ingevlogen deejay/remixer Minimatic. Terwijl Jeroen zijn toekomst in Tarottaal kreeg uitgelegd, keken L en ik naar de dansende jongens en meisjes op het feest. Anachronistische bewegingen, swingende heupen die niet zouden misstaan in een tienerfilm uit de jaren zestig. Hier en daar een houterige kantoorclerk die zijn best deed te mengen met de menigte. Van boven gezien deden deze ritmisch voortbewegende lijven me nog het meeste denken aan die van geautomatiseerd bewegende Sims.
Doch, dat de dames en heren hun dagelijkse zorgen even wegswingden op eigenaardige Franse muziek leek mij een toepasselijke daad aan het einde van deze markante week en een prachtig begin van de nieuwe maand.
Crosscountry rijden van Los Angeles naar New York. Het lijkt me een fantastische reis. Nu ben ik al eens heen en weer gevlogen, maar met vier banden op het asfalt door het Amerikaanse landschap spreekt tot de verbeelding.
Deze timelapse video laat zien hoe zo'n reis eruit zou kunnen zien. Aan de ene kant leuk dat ze de volledige vier minuten dat de video duurt hetzelfde camerastandpunt hebben gebruikt. Maar hoe veel interessanter was de video geweest als ze de camera achter het voorruit hadden gemonteerd. Dan had je veel meer van de states kunnen zien dan nu: