Mike's Webs is het weblog van Michael Minneboo: schrijvend journalist, audiovisueel programmamaker (item-regisseur, camjo & editor) en webredacteur. Mike's Webs bevat artikelen over films, strips en media, vermengd met stukjes vol dagelijkse observaties. En de door Minneboo gemaakte video's.
Je praat tegen dovemansoren als je een gelovige probeert uit te leggen waarom het geloof in God een onzinnige bezigheid is.
Vroeger had ik het misschien geprobeerd, maar tegenwoordig zie ik in dat dit net zo nutteloos is als hopen dat er met een kabinet waarin Balkenende de scepter zwaait ooit nog goede beslissingen worden genomen. In onderstaande video wordt door middel van logica het geloofs vraagstuk ontkracht. Nutteloos natuurlijk, want het lijkt me duidelijk dat geloven in God en logica niet samen gaan, noch dat fundamentalisten zich laten overtuigen van een (logisch) tegengeluid, maar het verhaaltje is wel vermakelijk.
New York is een stad die tot de verbeelding spreekt: het decor van menig film, televisieserie én stripverhaal, want Marvel Comics laat sinds jaar en dag de avonturen van zijn superhelden afspelen in The Big Apple. Dat is koren op de molen voor een stripnerd als ik. Daarom toog ik laatst naar New York om de meest bijzondere hangplekken van mijn favoriete stripheld Spiderman te bezoeken. Het werd een ontnuchterende zoektocht naar het raakvlak waar fictie en feiten in elkaar overvloeien.
Het Empire State Building is voor een ieder die Manhattan wil verkennen, dé plek om te beginnen. De grootste wolkenkrabber van de stad biedt op heldere dagen een prachtig uitzicht en de mogelijkheid om het stratenplan eens goed te bestuderen. Het gebouw, dat in 1931 werd gebouwd, speelt een belangrijke rol in de geschiedenis van Marvel. Toen deze stripuitgeverij nog Timely Comics heette was van 1942 tot 1951 hun kantoor op de dertiende verdieping gevestigd. Er hebben ook aardig wat superheldengevechten plaatsgevonden. Ook in live-action trouwens: in een van de afleveringen van de tv-serie Amazing Spider-man klimt de muurkruiper langs de buitenkant omhoog. Kijk maar:
Wie boven op het Empire State Building uitkijkt over de stad en een beetje zijn best doet, kan zich makkelijk voorstellen hoe het eruit ziet als Spiderman boven de straten van Manhattan slingert, slechts verbonden met de gebouwen dankzij een zijden webdraadje. Het opvallende rood-blauwe kostuum zou er goed uitspringen tussen het beton, steen en glas waaruit de wolkenkrabbers bestaan. Daar heb je geen digitale trukendoos voor nodig, alleen wat fantasie.
Het huis van Peter Parker In de jaren zeventig en tachtig, toen ik de Marvel Comics begon te lezen, woonde Peter Parker in de wijk Chelsea. Vanwege brandende nostalgische gevoelens besluit ik dit tot mijn eerste striplocatie te maken. Vanaf het Empire State Building is het tien straatblokken lopen. Volgens de comics uit de jaren tachtig woonde Peter op 410 Chelsea street, om de hoek van 8th avenue. Dit wordt overigens tegengesproken in Amazing Spider-Man 139. Wanneer Parker voor het eerst zijn appartement betrekt, wordt duidelijk aangegeven dat deze op 12th street staat. Een eerste aanwijzing dat de wereld van Marvel allesbehalve consistent in elkaar zit.
410 Chelsea street 410 Chelsea street, het appartement waar Peter Parker vaak vermoeid thuiskwam na gevechten met schurken als de Juggernaut, Dr. Octopus en Mr. Hyde om vervolgens de strijd aan te moeten met zijn altijd nukkige hospita. Het is het vrijgezellennest waar Mary Jane hem opbiechtte al jaren te weten dat hij Spiderman was en waar het stel na de bruiloft de wittebroodsweken doorbrachten. Het huis met het oh zo handige dakraam in de badkamer, waardoor Spidey duizenden keren de stad in slingerende. Hoewel: vaak kon het webhoofd zijn huis niet uit of in omdat z'n buurmeisjes op het dak lagen te zonnen. 410 Chelsea street, het appartement vol met mijn jeugdherinneringen, het bestaat niet. Chelsea Street staat namelijk niet op de kaart. En ook de vriendelijke postbode die zijn werk in deze wijk doet kan mij verzekeren dat er nooit zo'n straat heeft bestaan.
Toch voelt de sfeer in de buurt goed. Ik kan me wel voorstellen dat Parker zich hier heeft thuis gevoeld. Hoewel de gebouwen geen van alle precies lijken op de manier waarop de tekenaars van Marvel zijn huis hebben vormgegeven, ze hebben er vaak wel veel van weg. Soms alleen een deur of een trappetje voor het huis, maar vaak zijn veel herkenbare kenmerken terug te zien. Ongetwijfeld is #410 een fantasiegebouw, opgebouwd uit de elementen die deze buurt zo kenmerken. Ik ga een paar straten de huizen met het nummer 410 af en besluit dat Parker op de 23ste straat heeft gewoond, ergens tussen 8th en 9 avenue. (Niet heel ver van het beroemde Chelsea Hotel.) Daar lijkt het straatbeeld namelijk het meeste op wat ik ken uit de comics.
Overigens bestaat deze buurt vooral uit laagbouw, met hier en daar een hoge uitzondering. Ook de stripversie van het huis is maar twee verdiepingen hoog. Bij nader inzien lijkt het mij onwaarschijnlijk dat niemand Parker nooit door het dakraam van zijn huis heeft zien gaan. Het gaat toch op een gegeven moment opvallen dat Spiderman ieder keer uit de badkamer van de buurman kruipt? Of zouden die buurmeisjes al die jaren genoeg afleiding zijn geweest?
City Hall De redacteuren en commerciële directeuren van Marvel Comics mogen dan vorig jaar hebben besloten dat de verbintenis tussen Peter en Mary Jane geen goed idee was en via de magie van Mephisto dit huwelijk hebben gewist, wat mij betreft heeft het toch echt plaatsgevonden. Bovendien bestaat de locatie van de huwelijksvoltrekking ook echt, namelijk City Hall op Broadway bij Park Row. Het stadhuis werd tussen 1803 en 1812 gebouwd en is het oudste Amerikaanse stadhuis dat nog steeds als zodanig gebruikt wordt.
In de memorabele Amazing Spider-Man Annual #21 uit 1987 gaven de jonge geliefden Peter en Mary Jane elkaar het jawoord op de trappen voor het stadhuis. Ik weet het nog goed: ik was tien jaar oud en zat op de bank te lezen hoe Peter op het laatste moment zijn bedenkingen had. Hij kwam bijkans te laat op zijn eigen huwelijk. Had hij al zo'n voorgevoel dat de redacteuren van Marvel twintig jaar na dato deze heugelijke dag uit zijn geheugen zouden wissen?
De dag die ik heb uitgekozen om het stadhuis te bezoeken is weinig romantisch. Een massa mensen demonstreert in en rondom het plein tegen massaontslagen en loonmatigingen. Dit is Amerika in crisistijd. En ik sta er middenin. Vandaag is het stadhuis voor niemand toegankelijk. Normaliter kun je er alleen terecht als je een afspraak maakt voor een rondleiding. Daar zit ik niet op te wachten, ik wil alleen even op de treden voor de deur gaan zitten en deze historische trouwplek in me opnemen. De bewakers noch de NYPD weten van wijken. Ze laten slechts oogluikend toe dat ik vanaf de dranghekken een foto maak van de voorkant van het monumentale pand. De plek blijkt net zo onbereikbaar als de mythe van het perfecte huwelijk. Damn you Mephisto, Damn you!
Brooklyn Bridge Ironisch wellicht, maar nog geen kilometer van City Hall bevindt zich de plek waar Peter Parker zijn eerste grote liefde verloor. In Juni 1973 werd Gwen Stacy door de Green Goblin van de Brooklyn Bridge afgegooid. Spidey wist nog een webdraad aan haar laars vast te schieten en haar val te breken, maar juist mede door de schok die dat veroorzaakte brak haar nek. Hoewel de Goblin claimde dat mensen in zo'n situatie al dood zijn voordat ze het water raken, is het onbetwistbaar dat Parker mede verantwoordelijk is voor de dood van zijn vriendin. De dood van Gwen Stacy is daarom een van de meest controversiële scènes uit Spidermans geschiedenis. Superheldencomics verloren hun onschuld op de Brooklyn Bridge. De acties van de schurken en de helden bleken onherroepelijke consequenties te hebben. Nou ja, onherroepelijk: Gwen kwam een tijdje later even terug in de vorm van een kloon, en Norman Osborn herrees jaren na dato opeens uit de as. Maar in principe is de echte Gwen altijd doodgebleven. Ergens maar goed ook, want anders hadden de avonturen van Spiderman naast hun onschuld ook alle geloofwaardigheid verloren.
De Brooklyn Bridge lijkt in het daglicht helemaal niet op de onheilspellende plek die herinner uit de comic. Op de brug lopen veel wandelaars en toeristen. Schuin onder het loopgedeelte rijdt aan beide zijden een constante stoet verkeer. Niet echt een rustige plek om iemand te herdenken, al doe ik toch een poging, starend over de East River.
De Brooklyn Bridge is een van de meest bekende en mooie bouwsels in New York. Toen de brug in 1883 in gebruik werd genomen, was het de langste brug in de wereld. De pijlers van de brug zijn enorm, al is het in eerste instantie niet duidelijk vanaf welke boog the Green Goblin Spidey's vriendin naar beneden zou hebben gegooid. Ik gok erop dat dit de boog was die het dichtst bij Manhattan staat. Lijkt me logischer dan Brooklyn, aangezien de Goblin zijn schuilplaats aan de Hudson rivier in Lower Manhattan had en Stacy niet in Brooklyn woonde. Het doet er niet veel toe. Beide bogen zijn immens hoog, zie ik als ik naar boven staar en me probeer in te beelden wat er door je heen moet gaan als je de koude natte dood tegemoet valt. Niemand zal een val van die hoogte overleven. Ook een stripfiguur niet.
Op de brug bedenk ik me dat het wellicht gepast was geweest om een enkele rode roos neer te leggen. Meteen besef ik dat dit wel heel raar staat zo tussen al die fotograferende toeristen. Ik zie de blogposts al voor me: 'Stripnerd herdenkt dood van stripmeisje'.
Forrest Hills, Queens Na het bezoeken van de plaats des onheils, wil ik terug naar de plek waar het allemaal begon: het huis waar Peter Parker liefdevol werd opgevoed door zijn oom Ben en tante May. Het huis waar een inbreker Ben vermoorde. Dezelfde schurk die Peter een paar dagen eerder had laten ontsnappen omdat hij te druk met zichzelf bezig was. Hierdoor besefte Peter dat hij zijn krachten moest inzetten om de mensheid te helpen en hij deze niet gekregen had om chicks te scoren.
Volgens de gegevens in The Marvel Comics Guide to New York staat het huis van de Parkers in Forest Hills te Queens. Forest Hills gardens om precies te zijn. Forest Hills ontstond zo'n beetje rond 1906. In de wijk woont een grote populatie middenklassers, waarvan een groot deel uit bejaarden bestaat. Logisch dus dat May en Ben hier woonden. De rijkere bewoners wonen in Forest Hills Gardens, ontworpen door architect Grosvenor Atterbury, die door het gebruik maken van de Tudor stijl de wijk op een Engels dorpje deed lijken.
In tegenstelling tot Peters huis in Chelsea heb ik een straatadres dat wel op de kaart staat: 20 Ingram Street. Dat moet kat in het bakkie zijn. Ik neem de subway naar Forest Hills en loop na ongeveer tien minuten Ingram Street in.
Al snel blijkt het vinden van het huis minder gemakkelijk dan gedacht. Ingram Street wordt namelijk haaksgekruist door nummerstraten. De huisnummers bestaan uit vier cijfers. De eerste twee cijfers geven de straat aan die Ingram Street kruist, de laatste twee het huisnummer van het betreffende blok. Zodoende heeft ieder huizenblok een nummer twintig. Ik vrees dat ik net als in Chelsea Street niet het exacte adres zal kunnen achterhalen.
Het echte huis van tante May Gelukkig is er even verderop in de wijk een straat die is gebruikt in de Spiderman-films: Sixty-Ninth Road tussen Metropolitan Avenue en Sybilla Street. De huisjes voldoen precies aan mijn verwachtingen, want ze zijn identiek aan die in de film. Kleinere losstaande houten huisjes met een veranda en een houtenschutting. Opvallend veel Amerikaanse vlaggen hangen hier op Sixty-Ninth Road. Ik neem een stel foto's van de straat en enkele huizen. Al snel voel ik me een vastgoedpaparazzo: de vragende blikken die de bewoners mij toewerpen prikken in mijn rug. Ik zal vast niet de eerste Spiderman-fan zijn die sinds het uitkomen van de filmreeks deze straat bezoekt. 'Kijk Bob, daar heb je weer zo'n stripgek.' 'Jezus, waar halen ze die malloten vandaan? Als hij nog lang naar mijn tuinkabouter staart pak ik mijn geweer!'
Filmlocatie.
Ik besluit mijn geluk nog eens te beproeven op Ingram Street en loop deze straat tot aan het einde uit. Daar waar Ingram Street gekruist wordt door Ascan Ave wordt mijn volharding beloond: hier zijn huisnummers die uit slechts twee cijfers bestaan. Al snel vind ik 20 Ingram Road, het adres waar tante May woont. Het huis lijkt echter niet op dat van de Parkers – het bestaat volledig uit steen en heeft geen veranda aan de voorkant. Bovendien staat het huis vast aan nummer 22 en is niet losstaand zoals Mays woning. Ook lijkt het mij een stuk duurder dan wat tante May zich zou kunnen veroorloven. Logisch dus dat de filmmakers voor Sixty-ninth Road hebben gekozen. De huizen in die straat lijken immers meer op de stripversie en de bewoners behoren tot een lagere klasse dan de huiseigenaren van dit stukje van de wijk.
20 Ingram Street.
De bewoner van het huis komt naar buiten en klimt op een trap om zijn dakgoot schoon te maken. Het is een oudere, kalende man. Als ik even later de steeg in loop om een foto van de achterkant van het huis te maken, kijkt hij me verstoord aan. Ik vraag of ik een foto van zijn huis mag maken. 'Deze steeg is privé-terrein, dus ik kan je ook geen toestemming geven..' zegt hij nors. 'Daarom vraag ik het ook vriendelijk,' antwoord ik. Ik mag een foto nemen. Tien seconden later vraagt hij of ik nu klaar ben. Ik steek mijn hand uit om hem te bedanken, maar deze negeert hij. Ik vertel hem ook maar niet in wiens huis hij woont. Er woont een zuurpruim in het huis van tante May. Qua karakter lijkt hij wel iets op Nathan Lubensky met wie tante May in de jaren tachtig een relatie had.
Overigens lijkt de achterkant van het huis wel iets meer op de stripversie: een kleine veranda met een trappetje die naar de tuin leidt. Maar eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat deze overeenkomst erg oppervlakkig is.
Forrest Hills, Queens.
Even later loop ik door een van de winkelstraten van Forest Hills. De wijk heeft een heel andere sfeer dan Manhattan: veel laagbouw en gezellige winkeltjes. Hier is mijn favoriete tekenaar John Romita jr. ook opgegroeid. Zijn vader, ook een grootmeester in de comics, tekende Spiderman toen Jr. nog jong was. In een interview heeft hij ooit gezegd dat Peter Parker haast een vriend van de familie was. Dat sentiment deel ik met hem. Herinneringen uit mijn jeugd zijn vervlochten met de avonturen van Parker. Het voelt daarom enigszins vertrouwt om het decor van deze avonturen te vertoeven.
De bedevaart naar New York is tegelijkertijd ook ontluisterend: geen van de bestaande plekken die zo verbonden zijn met mijn ideeën over Spiderman lijken echt op hun stripversies. De Brooklyn Bridge en City Hall natuurlijk wel, maar op beide plaatsen is het lastig voor te stellen wat zich hier in de stripversies heeft afgespeeld. Het is alsof je een verloren herinnering probeert terug te halen door naar de plaats van de gebeurtenis af te reizen: iedere keer als het plaatje vorm begint te krijgen, verstoort de realiteit de herinnering. Misschien is het beter om het bij de strips te houden en de sleutelmomenten terug te halen door deze te herlezen. Toch is mijn leeservaring door de reis naar New York ook ten goede veranderd: als ik nu een Spiderman-strip lees en de muurkruiper slingert door de stad, dan herken ik niet alleen de straten maar hóór ik het verkeer en het geroezemoes van de bewoners op de achtergrond. Als Gwen Stacy haar dood tegemoet valt, dan voel ik de koude avondwind die rond de Brooklyn Bridge waait. Ook zie ik nu voor het eerst hoe woest het ijskoude water onder de brug kolkt als ze kopje ondergaat. En als ik Peter en May door Forest Hills zie lopen, weet ik dat er een leuk eettentje om de hoek is waar een dik besnorde Italiaan lekkere broodjes tonijn met een kopje slappe koffie serveert.
Spiderman bestaat écht. En hij woont in New York. Je treft hem alleen zelden thuis.
Tom (Joseph Gordon-Levitt) is het heilige geloof in het bestaan van de Ware nooit ontgroeid, Summer (Zooey Deschanel) vindt dat allemaal maar onzin en zit helemaal niet te wachten op een relatie. Toch krijgen ze 'iets' met elkaar en terwijl Tom hier een serieuze relatie in ziet, is Summer zich vooral aan het vermaken. Dat kan natuurlijk nooit goed aflopen, toch?
Toegegeven, bovenstaande samenvatting riekt naar een doorsnee romantische comedy, maar 500 Days of Summer stijgt mijlenhoog boven dit ingeslapen genre uit. Wat een heerlijke, verfrissende film over de liefde heeft regisseur Marc Webb gemaakt.
500 Days of Summer snijdt een interessant aspect van liefdesrelaties aan: hoe herinneren we ons het verloop van de zojuist gestrande romance? Welk beeld koesteren we van onze ex-geliefde? Het zijn vragen waar de regisseur zichzelf in herkende. Webb schrijft er in de persmap bij de film het volgende over:
'At the time, I believed that love was a magic pill that would connect my soul to the universe and provide unending, effortless bliss. [...] Some people end up with their Summer. I did not. We broke up and I entered into this weird limbo - I couldn't shake that feeling that something had gone horribly, painfully wrong with the universe.'
Webb snijdt hier een ervaring aan die in het standaardstudiepakket van volwassenwording hoort te zitten. Door de unieke en originele verbeeldingskracht die de filmmakers tentoonstellen wordt deze universele ervaring in 500 Days of Summer op een particuliere en zeer humoristische wijze verhaald. De film bewijst weer eens dat het recept tegen een gebroken hart uit een flinke dosis (zelf)spot bestaat.
Arsenaal Webb, die eerder videoclips en korte films regisseerde, zet in dienst van het verhaal een breed arsenaal aan filmtechnieken in. Zo gebruikt hij splitscreen op het moment dat het paar net uit elkaar is. Zo kan het publiek getuige zijn van hun levens na de breuk. Iedereen vraagt zich in de eerste solodagen immers af wat zijn ex-geliefde aan het doen is (en met wie!). Gelukkig wordt de film nergens zwaar op de hand: wanneer Tom en Summer voor het eerst het bed hebben gedeeld is hij in de zevende hemel. De euforie die hij ervaart wordt in een treffende sequentie in beeld gebracht. Onderweg naar zijn werk begroet Tom mensen uitbundig en wordt door iedereen opeens teruggegroet, alsof de wereld niet meer stuk kan. Webb gooit er nog een schepje bovenop door alle mensen op straat met Tom mee te laten dansen en om de grap compleet te maken fluit een geanimeerde vogel vrolijk en deuntje mee.
Roze flashback Scenaristen Scott Neustadter en Michael H. Weber schreven op basis van eigen ervaringen een origineel verhaal dat niet-chronologisch in elkaar steekt. 'I don't want to get over her, I want to get her back!', roept Tom tegen zijn vrienden en wereldwijze zusje nadat hij door Summer aan de kant is gezet. Tom probeert zich te herinneren waar het precies misging in zijn relatie, derhalve vloeit de film van de ene herinneringen over in de andere, altijd weer terugkomend in het heden: de duistere dagen vol zelfmedelijden waarin Tom verkeert.
Zoals vaak het geval is met mensen met een gebroken hart stelt Tom zich het verleden in beginsel rooskleuriger voor dan dat het was. Als we in de film voor een tweede maal bepaalde gebeurtenissen te zien krijgen blijkt dat alles lang niet zo gezellig te zijn geweest dan een eerste blik deed vermoeden. De tweede terugblik gaat soms langer door, zodat we getuige zijn van hoe de stemming verzuurt. Hierdoor verliest de roze bril van Tom langzaam zijn kleur.
500 Days of Summer past naadloos in mijn rijtje favoriete Topfilms over de Liefde, waar High Fidelity (Stephen Frears, 2000), Almost Famous (Cameron Crowe, 2000) en Chasing Amy (Kevin Smith, 1997) ook in staan.
Vanaf 24 september in de bioscoop. 500 Days of Summer, USA 2009. Regie: Marc Webb. Met: Joseph Gordon-Levitt, Zooey Deschanel en Geoffrey Arend. Deze tekst staat ook op het filmblog van Zone 5300.
Prijzen en 'awards': ik geloof er niet in. Ik vind het onzin. Sterker nog: ik wil er niets mee te maken hebben! Vaak is zo'n award alleen in het leven geroepen om een bepaalde sector of een bepaald medium te legitimeren. Zeker als het een medium betreft wat niet zo serieus wordt genomen is het raadzaam om er een award voor uit te loven. Soms zijn prijzen zelfs een lelijk aftreksel van een andere prijs. Zonder de Oscars waren de Hollandsche filmmakers immers nooit op Het Gouden Kalf gekomen. Dat Gouden Kalf hadden ze met het badwater weg moeten gooien, of zoiets. En die Dutch Bloggies ook!
Ik geef het toe: ook ik heb gestaard naar de vele categorieën voor de Dutch Bloggies. 'Beste blog, Beste vormgeving, Best geschreven, Gezondheid & sport...' Bepaalde categorieën zeiden mij niets, want dat soort blogs lees ik gewoonweg niet. Ik ben niet geïnteresseerd in Gezondheid & Sport. Ik lees me suf aan blogs, daar niet van, maar of dat nou de beste blogs zijn die Nederland te bieden heeft? Het is een vraag die mij eigenlijk niet interesseert. 'De Beste' van iets is ook zo arbitrair. Iedereen nomineert toch zijn vriendjes of de mensen die hij denkt die zijn vriendjes zijn? Sommige onverlaten zullen het niet nalaten om zichzelf te nomineren omdat ze vinden dat zij De Beste zijn. (Een actie die overigens wordt aangemoedigd door de organisatie zélf. In een van de tweets was het volgende te lezen:
Het magische getal 999 is bereikt op [link] Word jij nr 1000? Nomineer jezelf & maak kans op een Bloggie!)
Kortom: het is of een prijs die nepotisme als basis heeft of voortgestuwd wordt door egotripperij. In beide gevallen zegt het predikaat 'De Beste' dus niet zoveel. En anderzijds is 'De Beste' gewoon het blog dat de massa goed vindt, en daar heb ik doorgaans weinig mee.
Dit geldt natuurlijk voor alle awards, vandaar dat ik het idee van prijzen niets vind. Zo'n Dutch Bloggie is bovendien nutteloos. Weet jij nog wie er vorig jaar gewonnen heeft? En dat jaar ervoor? En kan het je wat schelen? Tuurlijk niet. Dat soort informatie is net zo boeiend als het nieuwe plannetje dat het Wilders-team nu weer bedacht heeft.
Waarom dan toch blogs nomineren? Sociale druk via twitter natuurlijk! Een blogger die ik graag lees opperde dat ik op zijn minst de blogs kon steunen die ik waardeer. Solidariteit onder bloggers. Een prima gedachte. Dus heb ik alleen blogs genomineerd die ik goed vind/die door vriendjes zijn geschreven. Mijn nominaties hebben derhalve maar weinig met 'De Beste' te maken.
Dit stukje is gepend naar aanleiding van de post van René van Densen waarin hij fel ageert tegen de Dutch Bloggies en verklaart vooral niet genomineerd te willen worden. Ondertussen zou hij volgens mij het best leuk vinden als Kutbinnenlanders.nl dit jaar een Dutch Bloggie zou winnen. Al is het alleen maar omdat er dan een blog heeft gewonnen dat niet door de massa wordt gelezen, dat geen duidelijke doelstellingen nastreeft of überhaupt ergens over moet gaan. Dat zal ze leren, die lui van de Dutch Bloggies!
Nietsvermoedend loop ik door Amsterdam als ik opeens meer dan levensgroot de beeltenis van Scarlett Johansson voor me zie. Hoewel, ik moet eerst twee keer kijken voordat ik mijn favoriete actrice uit Lost in Translation en de laatste Woody Allen-films herken. Wat hebben ze met je gedaan, Scarlett?
Ze staat op een reclame voor Mango, afgebeeld als een ordinair fotomodel. Neergezet voor een donkere muur, gekleed in een pantermotief en opgetoefd haar. Door het modefotografensausje dat over Scarlett heen is gesmeerd heeft ze alle eigenheid verloren. Hier zien we een gestileerde, gespeelde stoeipoes wier lichaam niets meer is dan een kapstok van wat een designer verstaat onder sexy en aantrekkelijk. Jammer hoor, bedenk ik me. Er is in dit plaatje niets over van de naturelle schoonheid die ik ontmoette in Lost in Translation, of van het tienermeisje met de wat logge knieën uit Ghost World. Haar beeld is volledig toegeëigend door een fotograaf, stylist en artdirector.
Natuurlijk is het zinloos om Scarlett te zien als slachtoffer. Ze heeft zelf in de hand waarvoor ze poseert en is ongetwijfeld goed betaald voor deze campagne. En in Hollywood heeft vrouwenschoonheid een beperkte houdbaarheidsdatum dus die meid moet wat werk betreft pakken wat ze pakken kan. Het zal haar een worst wezen wat ik ervan vind of welke man dan ook. Met mijn afkeuring geef ik immers net zo goed mijn eigen ideaalbeeld van Scarlett bloot.
Maar ik kan het niet laten: ik hou van naturel en heb een grenzeloze afkeer tegen het gemaakte, het geposeerde en opgelegde schoonheid. Ik bepaal zelf wel wat ik aantrekkelijk vind. Daar heb ik geen stilist voor nodig.
Wat de negen animaties in het programma Hollandse Nieuwe - Fresh animation from the Netherlands duidelijk maakt is dat Nederlandse animators vooral verliefd zijn op het animeren zelf, het vertellen van boeiende verhalen lijkt secundair.
Films als De Magische Tol van Joost van Veen, Theatre Patouffe van Maarten Koopman en Magic show van Milan Hulsing lijken puur in het leven geroepen om de kunst van het animeren te tonen en komen niet verder dan het overbrengen van een basisidee zonder de toeschouwer in vervoering te brengen. De animators lijken niet geïnteresseerd te zijn in het vertellen van een doorvlochten verhaal.
Een uitzondering op deze stelling vormt de animatie Paultje en de Draak, van regisseurs Albert `t Hooft en Paco Vink. Deze film is gericht op kinderen van vijf tot dertien jaar die lijden aan kanker. In de animatie zien we hoe de jonge Paultje ziek wordt en in het ziekenhuis wordt opgenomen. Om aan de jongen uit te leggen dat hij aan kanker lijdt, vertelt de dokter dat er een draak in zijn lijf leeft die de boel loopt te verzieken. In zijn fantasie trekt Paultje als ridder ten strijde tegen de draak. Hij wordt geholpen door de vrolijke blauwe druppels van zijn chemokuur. De regisseurs vertellen dit verhaal volledig visueel en slagen erin om zonder dialoog een ondoorzichtige situatie voor kinderen te verduidelijken.
Een andere animatiefilm die in het programma Hollandse Nieuwe opviel, was Variété. Regisseur Roelof Van De Bergh verbeeldt op bijzondere wijze de cyclus van het leven en het jachtige bestaan waar de Westerse mens mee worstelt. Als metafoor gebruikt hij een jonge jongleur die verschillende Chinese bordjes met allerlei mensen uit zijn leven erop draaiende probeert te houden, op een lange houten stok. Al deze mensen staan symbool voor zaken als onderwijs, huwelijk en werk. Wie te veel werk op zijn bord neemt, heeft moeite om alles soepel draaiende te houden. Variété was als enige Nederlandse film in de competitie van het Klik-festival opgenomen en is de officiële inzending van Nederland voor de Academy Awards in Hollywood in de categorie 'korte animatiefilm'.
Dirkjan geanimeerd Een onverwachte verschijning in deze reeks was de korte animatiefilm Het elixer, met stripfiguur Dirkjan in de hoofdrol. Het elixer is een luchtig verhaaltje waarin Dirkjan aan de slag gaat bij een bank als koffiezetter. Op de werkvloer wordt hij verliefd op Angela, maar zij wordt door een gladde collega weggekaapt. Dirkjan zoekt zijn toevlucht in een drankje om de concurrentie uit te schakelen, maar dit elixer heeft een onverwachte uitwerking. De film is gebaseerd op een strip van Mark Retera, tekenaar en bedenker van Dirkjan. De filmmakers hebben echter veel overboord gegooid om het filmpje zo kort mogelijk te houden. De strip bevatte bijvoorbeeld paginalang koffiegrappen en ging dus veel dieper in op Dirkjan als koffiezetter. Mijns inziens heeft deze animatie dan ook geen meerwaarde ten opzichte van een strippagina aan de hand van Retera.
De film werd gemaakt door productiemaatschappij Mooves en is bedoeld als pilot voor een televisieserie. Tot op heden hebben geen van de omroepen in Hilversum interesse getoond in zo'n serie. Voorlopig staat de film dus op zichzelf. Het Elixer was vorig jaar op het Nederlands Filmfestival te zien als voorfilm bij Moordwijven. Omdat echter maar weinig Nederlanders zin hadden om de nieuwe Dick Maas flick te aanschouwen, hebben nog maar weinig mensen de geanimeerde Dirkjan kunnen zien. Ik betwijfel of dat erg is.
Il Luster Animatie van een compleet andere soort is de korte film The Phantom of the Cinema van de Nederlander Erik van Schaaik, waar ik in deze blogpost al uitgebreid over schreef. Zowel Phantom of the Cinema, als Variété, Display en Paultje en de Draak zijn gemaakt door Il Luster producties. Een productiehuis met verhalenvertellers waar we in de toekomst vast nog meer moois van kunnen verwachten.
Vrijdag 25 september is het vanaf 17:00 uur weer tijd voor de Lamelos-veiling in stripwinkel Lambiek te Amsterdam.
Er worden dan weer allerlei vreemde spulletjes verkocht waar je op kunt bieden. En bied vooral gul, want met de opbrengst wordt drank aangeschaft die ter plekke genuttigd gaat worden. Want tja, stripmakers en bier dat gaat goed samen.
Ook presenteert het vierkoppige collectief Lamelos zijn nieuwste boekje Kaasheld #4. Mocht je niet van bier houden (en da's geen schande!) kom dan in ieder geval een boekje scoren. En anders op de Stripdagen die dit weekend plaatsvinden.
En hier dan even een vrolijke huishoudelijke mededeling: Zone 5300is jarig! In oktober 1994 verscheen het eerste nummer van dit tijdschrift voor Strips, Cultuur & Curiosa. Inmiddels zijn we bij de 87e editie en bestaat Zone 5300 15 jaar. Dat wordt gevierd met een jubileumnummer, een nieuwe vormgeving en festiviteiten op de Stripdagen in Houten.
Het feestelijke herfstnummer verschijnt met twee verschillende covers, één door illustrator Cosh (cover links) en één door kunstenaar Daan Markus, die ook nog op elkaar aansluiten; een waar collectors item! Ook heeft de redactie het jubileum aangegrepen om Zone 5300 stilistisch flink onder handen te nemen: het tijdschrift heeft een nieuwe, ruimere vormgeving en verschijnt vanaf deze editie volledig in kleur. Voor iedereen die nieuwsgierig is geworden: Zone 5300 #87 wordt met gepaste trots officieel gepresenteerd op De Stripdagen in Expo Houten in het weekend van 26 en 27 september 2009, waar Zone 5300 een prominente plaats inneemt.
Naast alle festiviteiten op de beurs en het jubileumnummer zelf, start Zone 5300 op haar verjaardag met een eigen albumreeks: Collectie Zone 5300, waarvan het eerste deel Cowboy John door Jan Vriends zaterdag om 14.00 uur officieel tijdens De Stripdagen overhandigd zal worden aan Peter de Wit en Schwantz.
In de Henk Albers Foyer op de eerste etage van Expo Houten is omgedoopt tot Zone 5300-zaal. Daar kan de bezoeker onder het genot van een drankje en een hapje lekker relaxed struinen door alle jaargangen, fijn even bijpraten met de redactie en de tekenaars of bijvoorbeeld luisteren naar dj's met een eigenwijze muziekkeuze, zoals 3FM-dj Michiel Veenstra. Ook zijn er unieke live-optredens van Lamelos, Djanko, Danibal en The Incredible Ladykillers, en zal Frits Jonker een presentatie van obscure Nederlandse reclamesingles houden naar aanleiding van zijn boek De Muzikale Verleiding (dat hij schreef met Dolf Hell). In de Zone 5300-zaal is ook een mooie Cowboy John-expo van Jan Vriends ter gelegenheid van zijn Cowboy John-boek en een expo van bekroond auteur en Zone-redacteur Marcel Ruijters.
Geschiedenis van Zone 5300 Zone 5300 werd in oktober 1994 opgericht door striptekenaar Robert van der Kroft en illustrator Tonio van Vugt. De ondertitel van het tijdschrift luidde vanaf het eerste nummer 'Strips, Cultuur en Curiosa', en van die formule is in 15 jaar niet afgeweken. Zone 5300 presenteert het neusje van de zalm van de nationale en internationale alternatieve strips. Het tijdschrift betekende een doorbraak voor veel tekenaars, onder wie Gummbah, Erik Kriek (Gutsman), Reid, Geleijnse & Van Tol (Fokke & Sukke) en Matthias Giesen. De laatste jaren zijn vooral jonge auteurs als Pieter De Poortere, Nozzman, Floor de Goede, Schwantz, Alice Kok en Simon Spruyt in 'de Zone' terug te vinden. Naast strips besteedt Zone 5300 ook veel aandacht aan verwante zaken als muziek, literatuur, film, dvd, games, kunst en B- en C-cultuur door middel van interviews, artikelen, recensies en columns.
En nu we het toch over de aankomende Stripdagen in Houten hebben... Een paar van mijn video'szullen worden vertoond in het theater van de Stripdagen. Studio Nieuw Gehoer zit dit jaar gezellig bij uitgeverij Xtra in de stand. En voor het volledige programma van de Stripdagen kun je hier terecht.
Zaterdag en zondag zat ik in De Balie, Filmtheater Kriterion en De Uitkijk voor de voorstellingen van het Klik! Amsterdam Animation Festival. Zondagavond heb ik in het bijzonder genoten van het programma The Best of Klik! waarin alle prijswinnaars getoond werden.
Op de verschillende locaties van het festival stonden of hingen animatiefiguren om de binnenkomende bezoeker alvast in de stemming te brengen.
Een andere heerlijke animatiefilm is Chainsaw Maid. Horror in de vorm van klei-animatie gemaakt door Japanse filmmaker Takena Nagao. Vooral de knipoog naar Twin Peaks van David Lynch kon ik erg waarderen.
De animatie Klotz und Klumpen/(Chump and Clump) van Duitse studenten Stephan Sacher en Michael Herm won de Student award. Hieronder de trailer van deze geestige, niets-aan-de-hand film.
De Italiaanse animatiefilm Il Naturalista sprong door zijn prachtige vormgeving en orginele boodschap met kop en schouders boven de gemiddelde animatiefilm uit:
Geen onderdeel van het Best of-programma, maar niet minder vermakelijk was het programmaonderdeel 'Bad Bugs Bunny': een reeks Warner Bros. cartoons die gekenmerkt worden door hun racistische inhoud, samengesteld door Dennis Nyback. Al viel het wel mee met de politiek incorrecte inhoud als je de cartoons in hun tijd beschouwt. Veel ervan werden gemaakt tijdens en rond WOII, en dan is het niet zo gek dat je stereotiepe Japanners en Duitsers ziet. Het was ook prachtig om te zien hoe de films na al die jaren verkleurd waren en vol kabelstrepen zaten. De tijd is echt in het filmmateriaal gaan zitten.
Een nadere beschouwing van het Klik! Hollandse Nieuwe programma over Nederlandse animatie volgt nog.
Terwijl ik met een kopje koffie achter mijn Mac langzaam aan het wakker worden ben, denk ik terug naar een zeer geslaagd weekend. Zaterdag en zondag zat ik in het donker te kijken naar animatiefilms op het Klik! Amsterdam Animation Festival. Vrijdagavond kreeg ik kippenvel van de bijzondere stem van Ray LaMontagne.
Er heerste een ontspannen sfeer vrijdagavond in de Rabozaal van de Melkweg. Zo'n 1400 man zat en stond te kijken naar Ray LaMontagne en zijn driekoppige band: Jennifer Condos op bas, Eric Heywood op gitaar en Ethan Johns op de drums. Eigenlijk kende ik LaMontagne niet zo goed. Op aanraden van vriend Johan (die wel eens blogt op breinkoekjes.blogspot.com) kwam ik die avond in de Rabozaal terecht. De stem van LaMontagne klonk als schuurpapier en veroorzaakte bij deze toehoorder kippenvel. Hij zingt vooral mooie luisterliedjes. Veel teksten gaan over de liefde, zijn geliefde, thuis en werken. Leefliedjes dus. Ik vond hem het lekkerste klinken bij de nummers waarin hij een wat hardere stem op zet en lekker angry schreeuwt.
LaMontagne maakte een verlegen indruk en zei zelden meer bij applaus dan 'dankjewel'. Wat ik begreep van het stel dat naast ons zat en al meerdere concerten had bezocht, is dat altijd het geval. Eén moment in de show speelde de gitaartechnicus een deuntje mee. Toen begon Ray zelfs even grapjes te maken. Hieronder het nummer waarin de technicus meespeelt. Een van de hoogtepunten van de avond, geplukt van Youtube.
Binnenkort maar wat meer muziek Ray LaMontagne inslaan. Voor de liefhebber hier nog het nummer 'Trouble' waarmee hij doorbrak:
Blogger bestaat tien jaar en om dat te vieren voegt het team van Blogger allerlei nieuwe gadgets aan het systeem toe. Ten opzichte van bijvoorbeeld Wordpress had Blogger ook een hoop in te halen. Toch ben ik nog niet laaiend enthousiast over de veranderingen die achter de schermen zijn doorgevoerd.
Eindelijk biedt Blogger een tag-cloud, maar deze is qua vormgeving zó 2005 dat ik nog steeds de voorkeur geef aan de gehackte tagcloud die ik al gebruikte. De nieuwe post editor lijkt in veel opzichten op die van Wordpress, maar hij werkt bij mij niet lekker. HTML wordt bij het invoegen van een plaatje verandert. HTML-codes etc. vallen weg, wat in het geval van dit blog betekent dat de regelafstand automatisch verkleind wordt van 1.5 naar 1.0. De codes terugzetten heeft niet veel zin, want de volgende keer dat je besluit om nog iets aan je tekst te veranderen verdwijnen ze weer net zo hard.
Gewoon de oude editor gebruiken, zou je zeggen. Dat zou een oplossing zijn, ware het niet dat het alleen met de nieuwe editor mogelijk is om 'lees verder'-links toe te voegen. Op die feature zat ik namelijk al een tijdje te wachten. Omdat ik soms lange stukken heb, vind ik het fijn om de inleiding op de homepage te plaatsen om vervolgens naar de rest van het stuk te kunnen verwijzen. Op die manier worden de eerdere posts niet meteen ver naar onderen verschoven als je nieuwe post wat aan de lange kant is.
Niet altijd verder lezen Gelukkig bieden slimme koppen op het interpret genoeg hacks om in je blog door te voeren wat je wilt hebben. Vanaf deze week dus eindelijk 'lees verder'-links op Mike's Webs. Dat maakt mij vandaag een blije blogger. Al is de hack niet perfect: de link verschijnt op alle posts, ook die kort genoeg zijn om volledig op de homepage te staan. Voor zover ik weet is daar tot nu toe, de hack dateert uit 2007, nog geen oplossing voor. Mocht je er wel een oplossing voor weten dan hoor ik het graag.
Het is een beetje lastig misschien, maar over het algemeen zal de link voor het merendeel van de posts wel kloppen en in andere gevallen meteen doorverwijzen naar de reacties als die bij de post geplaatst staan. Vergeet dus vooral niet door te klikken.
Blog-Art staat in oktober op stapel. Een evenement voor en door creatieve webloggers. Ik zal daar iets vertellen over internetvideo. Aan de hand van voorbeelden - goede en heel slechte - wil ik basisbeginselen van het videomaken uitleggen. Ik hoop ook op een paar spannende vragen uit het publiek.
een meetingpointvoor webloggers en andere geïnteresseerden
live performing art
samen werken (live foto’s van blog-art uploaden naar Flickr, live Twitteren, live bloggen)
Omdat ik een van de deelnemers ben van dit unieke blogevenement vroeg de organisatie mij een paar vragen te beantwoorden. Dat interview staat vandaag op de site.
Blog-Art is 9 oktober in Theater aan het Spui in Den Haag. Zet het in je agenda en bestel hier je kaarten.
Het lijkt zo makkelijk als je het hoort: een voice-overtekst inspreken, radio dj zijn of stemmetjes inspreken voor een animatiefilm. Zaterdag bezocht ik de oriëntatiedag voor stemmen in Hilversum. Ik heb veel goede tips gehoord van professionals uit het veld. Conclusie: stemmen inspreken doe je niet zomaar, dat is een vak!
Woensdag 16 september is het precies tien jaar geleden dat de eerste aflevering van Big Brother werd uitgezonden. Voor sommigen was dat een stap achterwaarts voor het medium televisie, voor anderen een nieuwe kijkuitdaging, want was er nu zo leuk aan het bekijken van een stel mensen die niets kunnen en opgesloten in een huis zitten?
Kennelijk was dat heel leuk. Nog steeds trouwens, want op dit moment wordt het programma in 72 landen gemaakt. En ja, ik keek ook. In het begin, want de latere edities, de slappe aftreksels bij andere omroepen konden mij niet zo boeien. Maar wat maakte Big Brother nou zou boeiend? Als eerstejaars student Film & TV-wetenschap schreef ik een paper over de narratieve structuur van het programma, in de hoop om de reden waarom ik bleef kijken te ontrafelen. Het leek me aardig om delen van dat onderzoek hier te publiceren.
Filmmaker John Waters, aka The King of Trash, was in Nederland en liet zijn gezicht zien tijdens het BUT filmfestival in Breda en in de filmzaal van De Melkweg te Amsterdam, waar zondagavond zijn films Polyester (1981) en Pink Flamingo's werden vertoond. Waters toonde zich een waar entertainer tijdens de Q&A die tussen de twee filmvertoningen plaats vond. Hij beantwoordde vragen van het publiek en lepelde enkele sappige anekdotes op uit zijn filmcarrière, die begon met zijn korte film Hag in a Black Leather Jacket uit 1964.
Uit bovenstaand fragment blijkt dat Paul Simon schrijft voor het plezier van het schrijven en vanwege het plezier dat hij in het zingen heeft. En sommige nummers schrijft hij om bepaalde dingen te verwerken, om zich emotioneel uit te drukken en spanningen die hij ervaart te verlichten.
Ik vind dat een mooie en waarheidsgetrouwe gedachte.
De kunstenaar die iets voor zichzelf maakt, maar niet per se iets naar anderen probeert te communiceren. Tegelijkertijd bieden Simons liedjes herkenbare en inleefbare emoties waarin we graag onszelf herkennen. Kunst geeft immers bij uitstek de ruimte om als toeschouwer/luisteraar er zelf iets mee te doen, om het werk als het ware een eigen interpretatie te geven.
Het nummer 'Homeward Bound', dat later in dezelfde clip gezongen wordt door Simon, is een van mijn favoriete Simon & Garfunkel-liedjes. Het gevoel dat Paul Simon hier verwoord is universeel: iedereen die lang onderweg is heeft het wel eens ervaren. Dat je ver weg van huis soms het gevoel hebt dat je van jezelf vervreemd en dat je weer verlangt naar de geborgenheid die je ervaart in de thuisbasis. Het liedje gaat natuurlijk ook over een zanger die niet langer gelooft in wat hij zingt. Misschien omdat de ideeën die de liedteksten uitdrukken niet meer de zijne zijn. Het vertolken van de liedjes is dan slechts een act, een lege performance, betekenisloos voor de uitvoerder. Het overkomt een ieder die werk doet waar hij of zij niet achter kan staan. Dat kan een tijdje goed gaan, maar uiteindelijk werk je jezelf leeg.
Tenminste, dat is wat het liedje bij mij oproept. Die interpretatie hoeft natuurlijk helemaal niet overeen te komen met wat Simon ermee bedoelde. Dat is juist zo mooi aan poëzie en kunstuitingen, dat ze voor een ieder iets anders kunnen betekenen. Simons gedachten bij Homeward bound zijn dan ook anders dan de mijne. In 1990 zei de zanger zelf het volgende over het nummer in een interview met Song Talk Magazine:
"That was written in Liverpool when I was traveling. What I like about that is that it has a very clear memory of Liverpool station and the streets of Liverpool and the club I played at and me at age 22. It's like a snapshot, a photograph of a long time ago. I like that about it but I don't like the song that much. First of all, it's not an original title. That's one of the main problems with it. It's been around forever. No, the early songs I can't say I really like them. But there's something naive and sweet-natured and I must say I like that about it. They're not angry. And that means that I wasn't angry or unhappy. And that's my memory of that time: it was just about idyllic. It was just the best time of my life, I think, up until recently, these last five years or so, six years... This has been the best time of my life. But before that, I would say that that was." Bron: Songfacts.com.
Hieronder een andere, maar zeker niet minder mooie uitvoering van dit nummer:
Stripmakers Jean-Marc van Tol en Hanco Kolk krijgen de P. Hans Frankfurtherprijs 2009 van het Stripschap uitgereikt op de aankomende Stripdagen in Houten. Minister Ronald Plasterk (OC&W) krijgt hem ook. Alle drie hebben de heren zich in het afgelopen jaar goed ingezet voor het medium strip.
Zo zijn Kolk en Van Tol naar de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gestapt met een plan om het voortbestaan van dit unieke medium aan de basis aan te pakken en daarmee nieuwe kansen te geven. Drie pijlers van hun plan, het opzetten van een opleiding aan een kunstinstelling voor de opleiding van nieuw talent, het creëren en reguleren van subsidie voor stripmakers die iets bijzonders willen doen en het mogelijk maken van een nieuwe stripprijs, waar een groot geldbedrag aan hangt, zijn inmiddels gerealiseerd. Ook hebben we tegenwoordig een heuse stripintendant. Aan andere plannen wordt gewerkt.
Het Stripschap wil de prijs ook aan Plasterk geven omdat 'hij iets gedaan heeft wat al zijn voorgangers nagelaten hebben, namelijk inzien dat de strip naast al die andere kunstvormen een volwaardige en unieke kunstuiting is,' aldus het Stripschap.
De P. Hans Frankfurtherprijs (vernoemd naar de overleden oprichter van het Stripschap) wordt ieder jaar uitgereikt aan een persoon of personen die zich in het afgelopen jaar op bijzondere wijze heeft ingezet voor het medium strip.
Je zou bijna vergeten dat naast een goede trailer een doeltreffende filmposter ook bezoekers naar de bioscoop kan lokken. De filmwebsite Cinema.nl organiseert dit jaar daarom voor de negende keer de Afficheprijs.
Uit 53 posters van Nederlandse films heeft een vakjury vijf posters genomineerd. Het betreft de affiches van de films Angst (ontwerp Sander Plug), De laatste dagen van Emma Blank (Alex van Warmerdam), Nothing Personal (Susanne Keilhack & Joost Hiensch), Oorlogswinter (Sara Simpson & Richie Burridge) en De Storm (Michael van Randeraat).
Uiteindelijk bepaalt het publiek welke uiteindelijk de winnaar wordt. De uitreiking vindt plaats op woensdag 30 september live in het Nederlands Film Festival Journaal dat tijdens het festival dagelijks wordt uitgezonden op Nederland 2. De prijs bestaat uit een geldprijs van € 2.500 en een wisseltrofee (een ingelijst affiche van de klassieker Jonge Harten, ontworpen door Titus Leeser). Ja, dat laatste vind ik ook een beetje een rare prijs. Waarom moet men de poster na een jaar weer doorgeven en krijgt de winnaar niet gewoon een herdruk van de betreffende poster? Nou goed, mocht je je geroepen voelen om mee te stemmen dan kan dat tot en met 28 september 24.00 uur op www.cinema.nl/afficheprijs. Maar zie ook: www.afficheprijs.nl, een nieuwe site gewijd aan posters van Nederlandse films.
Zelf vind ik de posters van Angst en Nothing Personal erg mooi. Ook de poster van de film over de theatervoorstelling van Theo Maassen kan mij zeer bekoren door het slimme design, maar die haalde de selectie van vijf niet. De poster van De Storm doet me teveel aan een foute Hollywood-film a la Titanic denken. Hieronder de mening van de vakjury over mijn twee favoriete prenten.
Angst – ontwerp Sander Plug De kwaliteit van het affiche voor de documentaire Angst van Michiel van Erp wordt in hoge mate bepaald door de intrigerende foto. Als toeschouwer word je onmiddellijk betrokken bij een pijnlijk leven achter de luxaflex. Een wereld die wordt bepaald door angststoornissen. Het affiche roept herinneringen op aan de poster voor Body Double van Brian De Palma. De luxaflex werkt als een scherm dat opgetrokken lijkt te worden en anderzijds iets verbergt. Je voelt je bijna een voyeur die deelgenoot van iets wordt gemaakt. Het personage achter de luxaflex kijkt je recht in de ogen, alsof ze zich ervan bewust is dat ze bekeken wordt.
Nothing Personal – ontwerp Susanne Keilhack & Joost Hiensch / Shosho De kwaliteit van deze poster zit ‘m in de minimalistische aanpak, maar het in lakens gewikkelde lichaam geeft een extra dimensie, die je in eerste instantie makkelijk kunt missen. De vrouw is wakker, de manier waarop ze het lichaam vasthoudt, verraadt emotie. Haar foetushouding onderstreept haar kwetsbaarheid, maar in haar houding zit ook iets beschermends en krachtigs. Wat de poster zo intrigerend en effectief maakt, vanuit esthetisch én marketing oogpunt, is de visuele aantrekkingskracht gecombineerd met het feit dat je niet precies weet wat er gebeurt. Is het een psychologische thriller, een liefdesverhaal, een moordmysterie? Het doet er niet toe. De poster is een blikvanger, hij eist je aandacht op. Maar hij schreeuwt zijn boodschap niet uit, het beeld doet zijn werk perfect.
Vandaag is officieel de Beatles-box uitgekomen met remasterversies van alle albums. Ik ben een groot fan van de Fab Four, maar zal ik deze collectie aanschaffen of is er sprake van een minimaal kwaliteitsverschil?
Het is natuurlijk fantastisch dat er door middel van deze cd-release en een game als Rock Band weer frisse aandacht is voor een van de grootste bands aller tijden. Het biedt de jongere generatie een kans kennis te maken met The Beatles. Toch twijfel ik of ik deze cd-box moet aanschaffen. Ik heb immers al het merendeel van de cd's in huis. Waarom zou je immers de boel dubbel aanschaffen? En als ik muziekkenner Leo Blokhuis mag geloven, hoor je de verbeterde geluidskwaliteit van de remasters alleen als je heel goede apparatuur in huis hebt. Super hi-fi dus. Gisteren bij De Wereld Draait Door hoorde in ieder geval niemand het verschil.
Producer/componist Rob Bolland liet gisteren inNOVA horen dat er wel degelijk verschillen zijn tussen de oude cd's en de remasters. Maar goed, hij luistert zijn cd'tjes ook in een professionele geluidstudio. Daar kan mijn blikken torentje niet tegenop. En een iPod natuurlijk ook niet. Nu hoef je tegenwoordig geen cd meer te kopen om hem de muziek te kunnen luisteren. Jaap Stronks van Bright schrijft vandaag dat alle cd's al via torrentsites te downloaden zijn, maar maakt terecht de opmerking dat je met mp3 het verschil met de oude versies niet zult horen. Helemaal mee eens, want hoe goed de compressie tegenwoordig ook is, ik blijf altijd verschil horen tussen mp3 en het cd-format. Daarom maakt het mij ook niet uit of The Beatles ooit via iTunes te krijgen zijn of niet. Bovendien wil ik gewoon cd's in de kast hebben staan in plaats van alleen vage nummers op een display te hebben als 'platencollectie'.
Na het zien van het Nova-item sprak ik DJ/cartoonist/muziekliefhebber Hallie Lama aan de telefoon. Hij is enthousiast over het uitkomen van de Beatles-box, want ook bij de remasters van The Doors-cd's een paar jaar geleden kon hij ook thuis duidelijk een verschil horen.
Tja, wat te doen? Toch maar naar de winkel omdat ik als zelfuitgeroepen Beatles-fan niet kan achterblijven met de meute? (En omdat ik stiekem toch wel heel gevoelig ben voor mooi verpakte cd-collecties?) Misschien, maar dan wel op zijn Hollands. Over een paar maanden is de box vast al voor een meer gunstiger prijs dan ruim 200 euro te krijgen.
Bosbranden in Californië komen ieder jaar voor. Je hoort erover in het nieuws, ziet soms wat beelden van rook en vernietigde huizen en vergeet alles vervolgens weer, want je woont er toch niet in de buurt.
Onderstaande video is gemaakt door Cathy Davies, die daarvoor Idle Time Software gebruikte. Een applicatie die ze zelf ontwikkelde. De video laat wat mij betreft goed zien wat voor vernietigende kracht van het vuur uitgaat zonder dat er beelden van verkoolde huizen vertoond worden. Als de avond is gevallen, zien de vlammen er in het donker extra dreigend uit. Vooral omdat het licht in de loop van de tijd de duisternis opvreet.
Door het contrast van de licht-donker vlakken heeft het beeld welhaast een abstracte kwaliteit. Soms kan cinema heel simpel zijn.
Vanaf zaterdag begint de Beatles-week bij de BBC. En ook de film Funny People die 3 september in première gaat, bevat enkele rake (solo) Beatlenummers. Persoonlijk kan ik geen genoeg van ze krijgen, The Beatles. De band mag dan sinds november 1969 uit elkaar zijn, er gaat bijna geen week voorbij zonder dat er niet een van hun albums in de la van de cd-speler ligt te draaien. Tijdloos vind ik ze en tot op de dag vandaag inspirerend.
Zo denkt regisseur Judd Apatow er kennelijk ook over: hij gebruikte maar liefst drie liedjes van Beatles in zijn nieuwste film Funny People. In Funny People krijgt stand-upcomedian George Simmons (Adam Sandler) te horen dat hij ernstig ziek is en nog maar kort te leven heeft. Hij huurt opkomend talent Ira Wright (Seth Rogen) in als persoonlijke assistent en grappenbedenker, want Simmons besluit na jaren flauwe Hollywood-films gemaakt te hebben het standup circuit weer in te gaan. Wanneer Simmons afscheid heeft genomen van vrienden en familie, en in het bijzonder met zijn ex Laura op wie hij nog steeds gek is, blijkt hij op wonderbaarlijke wijze genezen te zijn. Simmons krijgt een tweede kans en besluit om zijn ex voor zich terug te winnen. Hij is van plan om niet langer de egoïstische eikel te zijn die hij altijd was, maar of hem dat gaat lukken is nog maar de vraag.
Slechte dag De film begint met Paul McCartney's 'Great Day' van het album Flaming Pie (1997). Het liedje wordt ironisch gebruikt, want we zien tijdens de openingssequentie hoe Simmons zijn bed uit komt op de dag dat hij te horen krijgt dat hij ernstig ziek is. Voor hem is het dus niet zo'n beste dag.
Op een gegeven moment huurt Simmons sessiemuzikanten in om thuis mee te jammen. Het nummer dat hij speelt is 'Real Love' van John Lennon. Hij voelt zich zielig en alleen. Voor wie de songtekst erbij pakt is het niet moeilijk voor te stellen dat Simmons dit liedje zingt voor zijn ex Laura (Leslie Mann):
All my little plans and schemes Lost like some forgotten dream Seems like all i really was doing Was waiting for you
Overigens werden er tijdens de opnames acht tot tien nummers opgenomen tijdens de jamsessie omdat Apatow in de montage wilde zien welk nummer het beste zou passen. 'Photograph' van Ringo Starr is ook opgenomen en zal waarschijnlijk op de extra's bij de dvd zitten. Ook komt in de film John Lennons 'Watching the Wheels' nog ergens voorbij.
Van komedie tot relatiedrama Helaas is de film Funny People niet van dezelfde kwaliteit als de gebruikte nummers. Hoewel het uitgangspunt een boeiende film kan opleveren, is de derde rolprent van Apatow erg uit balans. Het begint allemaal goed en de comedians doen hun naam eer aan met goede grappen. Halverwege slaat de film om van zwarte komedie in een tenenkrommend familiedrama waar nog maar weinig om te lachen valt. Wanneer Simmons weer beter is en naar het huis van zijn ex afreist om alles weer recht te breien, stuit hij op haar huidige echtgenoot. Deze wordt gespeeld door Eric Bana. Bana slaagt erin de ongeloofwaardigste Australiër ooit neer te zetten. Een hele prestatie als je je bedenkt dat Bana zelf Australiër is. Overigens is met de rest van de cast weinig mis. Sandler speelt deze dramatische rol vol overtuiging en de cameo's van bekende Amerikaanse grappenmakers zijn vermakelijk en verlenen het verhaal een zekere geloofwaardigheid.
Had Apatow maar wat meer de mes in de film gezet en het credo less is more in zijn achterhoofd gehouden. Zijn levenlange fascinatie met stand-upcomedians had hem toch moeten leren dat een goede grap valt of staat met de timing waarin deze verteld wordt. Een afgeslankte filmversie was ongetwijfeld beter geweest. Funny People draait sinds 3 september in de Nederlandse bioscoop.
Beatles-week Maar goed, we hadden het over de vier jongens uit Liverpool. De komende week is het Beatles-week op de BBC 2&4. De aanleiding hiervoor is de computergame The Beatles Rockband die woensdag 9 september uitkomt. De gamer kan net als bij Guitar Hero met een plastic gitaartje meespelen met geanimeerde bandleden. Ook komen er een reeks remasters uit.
Op de BBC wordt onder andere de documentaire The Beatles on Record uitgezonden. In de acht jaar sinds hun eerste stappen in de Abbey Road Studio in 1962 maakte de Beatles een hele groei door als muzikanten, een ontwikkeling die is vastgelegd in de studioalbums die ze in die jaren maakten. De documentaire brengt die studiojaren in beeld met zeldzaam archiefmateriaal, foto's en outtakes. The Beatles vertellen in hun eigen woorden hun geschiedenis.
Over de mythe dat The Beatles zouden hebben bijgedragen aan het uiteenvallen van de Sovjet Unie gaat de documentaire Storyville: How the Beatles Rocked the Cremlin. Ook de film Help!(Richard Lester, 1965) wordt weer eens vertoond. Dit keer in gerestaureerde versie.
Dus eigenlijk hoef je helemaal de bioscoop niet in deze week. Er is genoeg Beatles-vertier bij de BBC. Misschien moet je alleen even de deur uit om de soundtrack van Funny People aan te schaffen.