31 oktober 2009

Halloween op het spoor

Vandaag, 31 oktober, is het wederom Halloween. En dus is het tijd voor mijn jaarlijkse Halloween-post. Dit keer met wat foto's uit Londen en drie, ietwat huiselijke, video's.

Veel mensen hebben er een hekel aan, omdat het Amerikaans zou zijn. De versie waar we in Nederland tegenwoordig mee te maken hebben is dat ook, maar de oorsprong van Halloween kent verschillende bronnen. Ik schreef vorig jaar al een stukje over mijn passie voor Halloween en de oorsprong van dit spookachtige feestje.

Halloween, ik ben er gek op. Toen ik laatst in Londen was hoopte ik een winkel te vinden die allerlei spulletjes rondom dit thema verkocht. Gewoon, om wat leuke items mee naar huis mee te nemen en mijn kantoor op te luisteren. Het is me alleen gelukt om een winkel te vinden waar kostuums werden verkocht en verhuurd.



Ook zag ik hier en daar posters en andersoortige aankondigingen van feesten. Ze maken er werk van, die Engelsen.

Bij Forbidden Planet kocht ik een buste van Jack Skellington. Het enige echte Halloween-item dat ik uit de UK meenam.


Halloween-video's
Deze video is recent op YouTube gezet, al werd hij al in 2003 gemaakt. Een stel tieners gaan een kijkje nemen in een huis in de buurt waar een psychopaat woont. Verwacht er niet te veel van, want deze video staat vol met de filmclichés - de makers kennen hun klassiekers zullen we maar zeggen. Eigenlijk is het een lange puberale grap van 17 minuten. Maar toch is het melige geheel vermakelijk, al is het alleen al omdat de heren filmmakers wat betreft locatie niet verder komen dan hun eigen buurt. Ze tonen dus naar alle waarschijnlijkheid hun eigen huizen, wat dit tot een vreemdsoortige homevideo maakt.


Ook een soort van homevideo is de volgende productie. Ik vind hierin vooral het veld vol met pompoenen een mooi beeld opleveren. De schijnbaar niet gerelateerde scènes worden bij elkaar gehouden door de muziek, want zonder dit bindmiddel lijkt het geheel een arbitraire combinatie van opnames te zijn. Lijkt, want doordat hetzelfde meisje doorlopend in beeld is, gaat deze video vooral over de passie van de filmmaker voor deze vrouwpersoon.

Pumpkin from Aidan Knight on Vimeo.


Het is in Amerika gesneden koek dat je met Halloween een Pompoen maakt. En ik zie ze in Nederland ook steeds vaker in de supermarkt rondom Halloween. Tot slot dus een familievideo dat allesbehalve eng is, tenzij je kinderen griezelige wezens vindt natuurlijk.

Pumpkins from Simon Willcox on Vimeo.

Happy Halloween!

Lees verder>>

29 oktober 2009

Striprecensie: Ik ben God

Levensbeschouwelijk navelstaren op Viva-niveau

Ik ben God, luidt de wat pretentieuze titel van het nieuwe album van Gerrie Hondius. Toch moet deze titel net zo luchtig worden opgevat als het stripverhaal dat hij aanduidt, want Hondius bewerkte voorvallen uit haar eigen leven met een flinke dosis zelfspot en fantasie.

Hondius toont haar vakmanschap in de visualisatie van Ik ben God. Met een aanstekelijke, zwierige lijn toont de stripmaakster alleen de noodzakelijke elementen om haar verhaal te vertellen. Dit biedt de lezer de ruimte om zelf details in te vullen. De plaatjes zijn kaderloos en lopen in elkaar over, waardoor de strip letterlijk Hondius' gedachtestroom visualiseert. Het is dan ook haar levensfilosofie en zoektocht naar zingeving die centraal staan. We zien Hondius herhaaldelijk in bed haar leven overpeinzen en dialogen met God of met een van haar onenightstands voeren. De herhaling van locaties en handelingen maakt dat het verhaal wat meer een eenheid wordt, hoewel dit vertelmiddel niet volledig het episodische karakter van de strip kan maskeren.

Het levensbeschouwelijk navelstaren van Hondius mag dan vermakelijk zijn, het ontstijgt het niveau van bladen als de Viva of de Happinez niet. Om Ik ben God dan ook het predikaat 'literaire strip' mee te geven, wat uitgeverij Contact zonder schroom op de achterflap doet, gaat wat ver. Waarschijnlijk kan Hondius daar zelf ook hartelijk om lachen.

Gerrie Hondius – Ik ben God
(Contact, € 17,95)

Deze recensie is eerder gepubliceerd in Zone 5300#87.

Lees verder>>

26 oktober 2009

Mike's Webisodes 3: Stripdagen 2009

In de derde aflevering van Mike's Webisodes een blik op de Stripdagen in Houten die eind september plaatsvonden. Dat betekent aandacht voor de autobiografische strip: een gesprek met Barbara Stok, winnares van de Stripschapprijs en met het stripduo Ype & Willem. Ook laat Paul Stellingwerf van zich horen. Als bonus analyseren stripkenners Dr. Penseel en Hans B. Potlood de deplorabele staat waarin de stripbeurs in Nederland verkeert.

Geen standaard reportage dus met daarin de hoogtepunten en nieuwswaardigheden van de Stripdagen. Dit evenement was immers al weer een paar weken geleden en dat maakt het oud nieuws. Bovendien leek het me wel eens leuk om een alternatieve blik op de stripbeurs te bieden. Een b-kant als het ware, met een speciale rol voor stripmaker Robert Schuit en de Vlaamse stripmaker Serge Baeken, die u reeds kent van Episode 2.

Voordat de vaste kijker misschien denkt dat die Webisodes alleen maar over strips en stripmakers gaan...


Episode 3 zal niet de laatste aflevering over strips zijn. De komende delen is er nog aandacht voor 15 jaar Zone 5300 en de tragische wereld van Cowboy John. Tussendoor reizen we af naar Londen voor een bezoek aan het beroemde kruispunt op Abbey Road. Daarna neem ik een interview op met Arnoud de Jong, beter bekend als Verbal Jam, om over bloggen te praten. Kortom: stay tuned.

Lees verder>>

Halloween Horror Show in Tuschinski

Even een pretvertorial tussendoor, omdat ik zoals u weet gek ben op horrorfilms en Halloween in het bijzonder. Dit jaar organiseert Mr. Horror Jan Doense op 31 oktober namelijk een 'Horrornacht met Halloween in Tuschinski theater in Amsterdam.

De Halloween Horror Show is een marathon van vier nieuwe horrorfilms die tijdens dit evenement hun Nederlandse première beleven. Op vrijdag 30 oktober is het programma ook te zien in Trianon, Leiden tijdens het Leids Film Festival. Initiatiefnemer van de Halloween Horror Show is Jan Doense, voormalig directeur van het Imagine/Amsterdam Fantastic Film Festival. Doense, alias Mr. Horror, zag in het in Nederland steeds populairder wordende Halloween een goede aanleiding om de oude traditie nieuw leven in te blazen. 'In Amerika doen horrorfilms het rond deze tijd van het jaar heel goed', legt de organisator uit. 'Die trend is ook in Nederland steeds duidelijker waarneembaar.' Het is de bedoeling dat de Halloween Horror Show een jaarlijkse traditie wordt.

Op het programma van de Halloween Horror Show staan vier Nederlandse premières: Trick ‘r treat, Orphan, Triangle en The Tripper. De eerste en de laatste zijn tijdens de Halloween Horror Show eenmalig in de bioscoop te zien, de andere twee krijgen later nog een reguliere release. Verder zullen enkele korte horrorfilms worden vertoond - waaronder het Nederlandse Zombeer van Barend de Voogd en Rob van der Velden, waar ik in dit stuk al uitgebreid over schreef, het Spaanse Mamá en het Amerikaanse Treevenge. Bezoekers worden aangespoord om verkleed naar Tuschinski te komen.

Vrijdag 30.10 – 23.00u: Leids Film Festival. Trianon Theater, Leiden
Zaterdag 31.10 – 24.00u: Pathé Tuschinski 1, Amsterdam

Lees ook:

Lees verder>>

25 oktober 2009

Breinkoekje: Vriendin op vakantie

Hoe
krijg
ik
de vaatwasmachine
nu
in
m'n
eentje
vol?!

Lees hier alle breinkoekjes.

Lees verder>>

24 oktober 2009

Video: Happy Tree Friends Halloween

Alvast om warm te lopen voor het aanstaande Halloween-feest, een aflevering van Happy Tree Friends die je goed in de sfeer brengt. MOEHAHAHA!

Zie hier voor meer Halloween-animaties van de serie.

Lees verder>>

23 oktober 2009

Lekker nerden in Londen (2) met Kevin Smith

Dinsdagavond 13 oktober kwam voor mij het hoogtepunt van de reis naar Londen, toen waren we maar liefst vier (!) uur lang getuige van een optreden van de Amerikaanse filmmaker Kevin Smith.

Hij sprak in een zaal in de O2 naar mijn smaak net iets te vaak over het lossen van zijn feces (de man is duidelijk geobsedeerd, wat ook al blijkt uit zijn dagboek My Boring Ass Life), al waren de verhalen over hoe hij eens door de wc is gezakt en die keer dat hij stoned zijn behoefte deed, ook wel weer vermakelijk. Uit de mond van Smith klinkt bijna alles grappig. Kortom, het was een ouderwetse Q&A zoals alleen Smith die kan houden. Smith weet op basis van vragen die door het publiek gesteld worden een zeer humoristisch en doorlopend verhaal te vertellen. Mijn inziens gebruikt hij de vragen slechts om een aantal van tevoren bedachte anekdotes te oreren, maar dat geeft niets, want de regisseur kan met gemak concurreren met menig standupper.

Conclusie van Smiths verhaal was dat hij met zijn laatste film Zack & Miri Make a Porno inzag een nieuwe weg in te moeten slaan. Achteraf gezien had hij deze film gemaakt om de criticasters die vinden dat hij met de komst van Judd Apatow (die recent Funny People maakte) overbodig geworden was, het zwijgen op te leggen. Volgens deze criticasters maakt Apatow bromance-films zoals Smith, maar dan beter. Uiteraard ben ik het daar als Smith-liefhebber niet mee eens, desondanks vind ik ook dat Zack &Miri niet zijn beste filmwerk was. (Ik heb me hier al eerder uitgebreid over beklaagd.) Smith wilde met Zack & Miri laten zien dat hij het nog kon, maar besefte na het draaien van de film dat hij als maker al een tijdje een andere weg is ingeslagen. Met Zack & Miri probeert Kevin Smith als het ware zichzelf na te doen. Dat kan nooit de juiste motivatie zijn voor een meesterwerk.

Ik ben dan ook erg benieuwd naar zijn nieuwste film A Couple of Dicks, met Bruce Willis in de hoofdrol, die binnenkort uitkomt. Smith regisseerde hiervoor het scenario van Mark Cullen en Robb Cullen. Het is voor het eerst dat hij een filmscenario van iemand anders verfilmd. Smith had nog een paar aardige sappige anekdotes over zijn samenwerking met Willis, een acteur die al 25 jaar in het vak zit en zich eigenlijk niet laat regisseren. Ook niet door een acteur met wie hij samen in Die Hard 4 heeft gezeten. Het volgende project wordt waarschijnlijk een film over ijshockey.

Een Clerks-cloon drinkt aan de bar voor de show.


Zoals verwacht was Smiths Q&A een ware samenscholing van nerds. Bijzonder moment was de jongen die zijn vriendin te huwelijk vroeg. (Ze zei nog 'ja' ook, nerd-romantiek op zijn prachtigst!). Verder liepen er wat Jay-clonen rond en kampten opvallend veel van de vrouwelijke bezoekers met overgewicht. Net als Smith, die ook geregeld verwijst naar zijn corpulente omvang en wat dit voor zijn seksleven betekent.

Al met al was het een avondje genieten. Ik vond het in ieder geval bijzonder om een Q&A van Kevin Smith (waarvan in de afgelopen jaren enkele zeer vermakelijke dvd's zijn verschenen) eens echt mee te maken.

Hier enkele fragmenten die ik wist op te snorren op YouTube. Ik geef toe, geen van allen geven de sfeer van de avond goed weer en de laatste is wellicht het vreemdste filmpje dat ik ooit heb geplaatst op deze site, maar soms moet je het doen met het weinige beschikbare materiaal. (Het was uiteraard verboden om tijdens de show te video'en.

Negeer de stills aan het begin, na een minuutje hoor je de Man praten. Aan het einde van het fragment vertelt Smith iets over zijn samenwerking met Bruce Willis. Smith weet op de set niet welke filmlens bij welke beelduitsnede hoort, iets wat Willis verbaast.






Kevin Smith ontmoet een transseksueel die midden in de ombouw zit. Het verhaal begint pas echt na 4 minuten, maar al met al vertelt het een aandoenlijk verhaal van een fan die helemaal uit zijn/haar dak gaat als hij/zij Kevin Smith backstage ontmoet.


Lees ook het eerste deel van het avontuur in Londen en de volgende posts over Kevin Smith, (of vooral niet als je geen fan bent van deze filmmaker, want dan zit je gewoon je tijd verdoen):


Lees verder>>

22 oktober 2009

Lekker nerden in Londen

Wat doen een stel vroeg-dertigers met een voorkeur voor films en strips in een van de bruisendste steden in Europa? Precies: een bezoek aan Forbidden Planet brengen en een Q&A van Kevin Smith bezoeken. En zich verder te buiten gaan aan een oncontroleerbare koopzucht betreffende strips, cd's en verwante artikelen. Cultuur snuiven noemen we dat.

Starbucks, echte Engelse koffie
Samen met compadre Paul, die ik al langer ken dan dat ik mijn naam weet te spellen, vloog ik maandagochtend vroeg met de makkelijke luchtvaartmaatschappij naar de hoofdstad van de UK, waar we snel energie opdeden in een van de vele Starbuckstenten die de stad telt. Starbucks betekent Amerikaans imperialisme, dus daar is weinig Engels aan, maar de reiziger die een opkikkertje kan gebruiken zal dat een worst wezen. Ons dus ook. We zouden de komende dagen nog vaker in dit walhalla van koffieconsumptie aan ons cafeïne gerief komen.

Holmes, echte Engelse replica's
Al was de toerist uithangen niet meteen ons doel van de reis, die maandagmiddag liepen we nog over de Tower Bridge, later over Leicester Square en de volgende dag deden we het Sherlock Holmes museum aan. (Over het bezoek aan Abbey Road verschijnt binnenkort een Mike's Webisode. Zie hoe de Duitse huisvader zijn gezin over het zebrapad dirigeert voor een foto.) Het Sherlock Holmes museum in Baker Street is een replica van het oude huis en kantoor van de beroemde fictieve speurneus waar ook beelden staan van personages uit de boeken, als evenals acteurs die Watson en Holmes spelen.



Een beeld van Prof Moriaty, de aardsvijand van Sherlock Holmes.


Verboden planeet

Die week bezochten we tweemaal Forbidden Planet waar ik een alleraardigste buste van Jack Skellington van The Nightmare before Christmas aanschafte. Ook nam ik een exemplaar van gebundelde Spiderman krantenstrips en American Splendor: Our Movie Year mee. Een bescheiden hoeveelheid, vooral als je je bedenkt dat Forbidden planet een paradijs is voor een stripliefhebber als ik. Er is zoveel moois te vinden, dat het daarom moeilijk kiezen is. Dankzij het internet is het merendeel echter ook gewoon online te bestellen, dus wie weet wat ik de komende maanden nog binnenhaal. (Hoewel, de stapel nog te lezen cultuur is van zodanige omvang dat ik mezelf een koopstop heb opgelegd.) Later kwamen daar overigens nog een prachtig artbook van Tim Burton, de autobiografie van Roger Moore en The Death of Bunny Munro van Nick Cave bij.

Dorian Gray, echte Engelse cultuur
In de avond bekeken wij de film District 9 van regisseur Neill Blomkamp. Een van de originelere sciencefiction flicks die ik de laatste tijd gezien heb. (Hier een kritische recensie van Floortje Smit op cinema.nl). Woensdagavond zagen wij Dorian Gray, een kersverse verfilming van het klassieke boek van Oscar Wilde. The Picture of Dorian Gray, een prachtig boek vind ik dat. Een inspirerend verhaal met een origineel idee als basis.

Deze verfilming was in handen van Oliver Parker en hij maakte een onderhoudende film waarin de jonge Dorian Gray na aankomst in Londen zich al snel overgeeft aan de geneugten des levens. Ondanks zijn wilde levensstijl lijkt hij geen dag ouder te worden, wat alles te maken heeft met een schilderij dat langzaamaan steeds meer van zijn zondige ziel blootgeeft. Leuk aan de film vond ik, behalve zeer geloofwaardige acteerprestaties van hoofdpersoon Ben Barnes (Prins Caspian) en Colin Firth, de mise-en-scène. De opnames zijn soms vaak duidelijk in een studio opgenomen en tegelijkertijd hebben ze daardoor een perfecte theatrale uitstraling. Het was helemaal passend om een bezoekje te brengen aan een fictief Victoriaans Londen te brengen terwijl ik me in de hedendaagse versie van die stad bevond.

Lees ook: Lekker nerden in Londen met Kevin Smith.

Lees verder>>

21 oktober 2009

Video: Nogmaals 24 Hour Comics Day in Lambiek

In het eerste weekend van oktober vond dit jaar wederom 24 Hour Comics Day plaats. Wereldwijd, dus ook in stripwinkel Lambiek te Amsterdam. Ik berichtte er al eerder over. Lot Rossmark, de altijd vrolijke verschijning en een van de medewerkers van bovengenoemde stripwinkel, maakte een uitgebreide video over dit gebeuren. Hieronder het resultaat.

24 Hour Comics Day 2009 Lambiek from Stripboekenwinkel Lambiek on Vimeo.

Nog geen van de 24 Hour Comics gelezen? Hier zijn de linkjes naar de sites van de deelnemers.

Matt Baay (www.illumatie.nl) (Beng Beng on lambiek.net)
Suzan Bongers (www.microwavedcoffee.com)
LarieCook (allemaalariecook.blogspot.com)
Marissa Delbressine (www.mindmapped.nl)
Aleks Deurloo (Lamelos)
Jeroen Funke (Lamelos)
Gerrie Hondius (www.gerriehondius.com)
Maarten Janssens (www.bladvulling.nl)
Aimee de Jongh (www.iamshotaro.com)
Sandra Kleine Staarman (www.littlestarman.nl)
Menno Kooistra (www.mennomail.nl)
Alice Kok (comichouse.nl)
Hallie Lama (hallielama.blogspot.com)
Maia Machèn (maia.frinky.nl)
Rutger Ockhorst (www.rutgerockhorst.com)
Boris Peeters (Lamelos)
Piers
Robert van Raffe (www.dandyraffe.nl)
Emma Ringelberg (www.emmaringelding.com)
Johan de Rooij (www.johanderooij.nl)
Pepijn Schermer (www.mundopepino.nl)
Yannick Schueler
Viktor Venema (v-thingies.blogspot.com)
Wasco

Lees verder>>

19 oktober 2009

Mike's Webisodes 2: Serge Baeken

Tijdens de Stripdagen liep ik de Vlaamse stripmaker Serge Baeken tegen het lijf. Baeken is eigenlijk altijd aan het werk en creëert zoveel tekenmateriaal dat er uiteindelijk hele bibliotheken nodig zullen zijn om zijn gehele oeuvre in te bewaren. Ondanks zijn tekendrift lukte het mij om hem even los van de tekentafel te rukken en hem te ondervragen. Tijdens ons gesprek vertelde hij over zijn vele huidige projecten en hoe zijn fascinatie met pornografie een weg vindt in zijn werk.


Het interview met Baeken is de tweede aflevering van de serie Mike's Webisodes...

Mike's Webisodes is een serie van – bij voorkeur – korte webvideo's over zaken die mij fascineren. De eerste aflevering verhaalde de recent gehouden Lamelos-veiling in Stripwinkel Lambiek. De afleveringen van Mike's Webisodes zullen met enige regelmaat online gepubliceerd worden. De komende tijd staan er in ieder geval een reisverslag naar Londen en een aflevering over toeristen op het beroemde kruispunt bij Abbey Road gepland. Aflevering drie zal een alternatieve blik op de Stripdagen 2009 tonen.

Lees verder>>

18 oktober 2009

Gastcolumn: Inglorious conductors

Gastschrijver Johan, van het kersverse blog Jooper.nl, schrijft zijn frustratie als eeuwige forens van zich af. Het verschil tussen de NS en de NSB lijkt immers maar uit een letter te bestaan, wanneer je voor de zoveelste keer je aansluiting mist op een overvol perron en het personeel van de NS niet veel meer kan bieden dan een meewarige blik. Johan beschrijft met de perfecte gifitige pen hoe je dan met je frustraties om kunt gaan.

Het is vrijdagmiddag en op het moment dat de trein Centraal Station nadert besluit de conducteur van dienst maar eens te doen wat hij anders nooit doet, namelijk reizigers informeren. “Dit is het eindpunt van deze trein.” Blijkbaar een conducteur die in ‘40-’45 ook al in dienst was. “U wordt geadviseerd via Alkmaar om te reizen.”


”Godverdomme! Wat de vliegende fuck heb ik in fucking Alkmaar te zoeken?! Fuck!” Ik kon er niets aan doen, het was alweer de 4e keer dat ik vertraging hadns_logo_spoorwegen_ deze week. “Excuus, syndroom van Gordon fucking Ramsey”, verontschuldigde ik me tegen een toevallig passerende NS-medewerker. “Maar mocht je er een probleem mee hebben dan trap ik je met alle plezier een teelbal af”, vertrouwde ik hem in het voorbijgaan nog even toe. Iets van “potverdikkie” mompelend besloot de lamstraal maar door te lopen.

Normaal gesproken denk ik in dit soort gevallen “schijt aan de NS, ik pak de bus wel”, echter stond aan de overzijde van het perron de trein naar Alkmaar al te wachten. Tien minuten vertraagd (surprise!), dus een geluk bij een ongeluk. Tijdens de 40 minuten durende rit was er in het treinstel helaas geen NS-personeel te bekennen. En dan is er dus ook geen mogelijkheid om te vragen hoe het in Alkmaar met de aansluiting zit. Bij aankomst blijkt meteen hoe het met de aansluiting zit; dat zit namelijk niet. De aansluitende trein is 2 minuten eerder al vertrokken.

Dit is toch te idioot voor woorden! De NS adviseert om te reizen via (fucking) Alkmaar en zorgt ervoor dat een paar honderd toch al vertraagde reizigers nog eens een half uur langer onderweg zijn. Kokend van woede ren ik achter een zich uit de voeten makende blauwjas aan. “Hé, ontspoorde treklocomotief, treintje oosterhuis, vieze kaartjesfetisjist! Kom eens hier, dan zal ik je ff een slagboom voor je harses geven!”

“Nou, nou, dat kan best wat minder”, meldde de railrunner op nogal angstige toon. Wat minder, ja, dat had inderdaad gekund. Maar meer kon ook. Zoals gebruikelijk bij conducteurs had ook dit misbaksel een fluitje om de nek hangen. In één vloeiende beweging greep ik met mijn linkerhand de fluit en duwde het stuk plastic in een neusgat van de treinterrorist, gevolgd door een welgemikte rechtse directe vol op de neus. Bloed spoot uit de gok van de op de grond gevallen NS-er. Doordat het fluitje de neusholte was ingeschoten klonk er bij iedere ademhaling een nogal irritante fluittoon.

“Dat klinkt alsof er een trein gaat vertrekken” sprak een blonde dame met humor. “Zou een keer tijd worden ook.”

Een keurig geklede heer op leeftijd liep langs en beschouwde het tafereel met kritische blik. Of het een beetje ging, vroeg hij. “Nou, niet echt”, moest ik toegeven. “M’n trein reed niet en nu moest ik via fucking Alkmaar maar thuis zien te komen.” De man kon niet anders dan beamen dat dit zwaar kut met peren was.

“Kan ik misschien iets voor u doen?”, vroeg hij vriendelijk. Dat liet ik me geen twee keer vragen. “Misschien kunt u met uw wandelstok dat fluitje nog iets dieper in z’n neus rammen?”, verzocht ik aarzelend. “Ik word knettergek van dat gepiep.” Dat bleek geen enkel probleem. De bejaarde gentleman bleek nog een verrassend vaste hand te hebben en na een paar keer stevig porren was het stil. “Nou komt die twee keer per week biljarten toch nog van pas!”

Na het krasse heerschap bedankt te hebben voor bewezen diensten besloot ik tijd en honger te doden met een culinair hoogstandje. Toevalligerwijs bevindt zichDSC00422 aan de overzijde van het station dönertent Deniz, dus besloot ik daar de warme maaltijd te nuttigen. Vijf minuten later had ik een heerlijk broodje warm lamsvlees voor me liggen. Of Deniz met de peniz boven de emmer saus heeft gehangen is niet bekend, maar broodje en saus smaakten uitstekend. Volgegeten en met een voldaan gevoel keerde ik terug naar perron twee.

De intercity kwam aanrijden op het moment dat ik voet zette op het perron. De gehavende conducteur, die net weer voldoende krachten had verzameld om aan z’n laatste shift van de dag te beginnen, stond voorover gebogen met het hoofd boven het spoor in een poging de laatste restjes bloed uit z’n neus te snuiten. Ik keek naar de conducteur, daarna naar de dichterbij komende trein en besloot dat dit een buitenkansje was.

Toen de trein genaderd was tot een meter of 25 stapte ik naar voren en gaf de nog altijd voorover gebogen NS-er een stevige trap onder het achterwerk. Hij wankelde, viel naar voren en op het moment dat zijn schouder de grond raakte klonk het geluid van vlees en botten tussen het ijzer van wielen en spoor. Zijn laatste adem klonk als het geluid van een vertrekkende trein; het was hem niet gelukt het fluitje uit de neusholte te peuteren.

De trein kwam tot stilstand en, alsof het zo was bedoeld, stond ik op het overbevolkte perron precies op de plek waar de deuren open gingen. Ik stapte in, liep de coupé binnen en besloot, ondanks mijn 2e klas treinkaart, het laatste deel van het traject 1e klas te reizen. Controle van m’n treinkaartje? Ach, dat zou wel loslopen…

Even over Jooper.nl
Jooper.nl is het nieuwe blog van Johan, die al eerder publiceerde op Breinkoekjes.blogspot.com. Jooper.nl heeft dus niets te maken met DeJoop.nl of het ongevraagde antwoord daarop: DeJaap. Waarom Jooper? Johan geeft de volgende reden: 'Ken je dat gevoel, dat er iets jeukt aan de binnenkant van je hersenpan? Dat je 's avonds na je 2e glas wijn de niet te stoppen behoefte voelt om een baksteen door de televisie te flikkeren en de goudvis op z'n bek te slaan? Daarom dus jooper.nl. Omdat het moet, omdat het kan en om erger te voorkomen.' Kortom: aanrader!

Plaatje komt van Fok.nl.

Lees verder>>

16 oktober 2009

Volwassenen zijn ook maar amateurs

Op een doodnormale dag liep ik door de American Book Center (ABC) in Amsterdam, op de eerste verdieping waar ik mij tussen de strips en filmboeken het meeste thuis voel. Er stond een kar volgestapeld met boeken, vaak meerdere exemplaren van dezelfde titel, klaar om in de kasten gezet te worden. Eén boek trok mijn aandacht. Misschien omdat het een paperback was tussen de verzameling hardcovers, maar waarschijnlijk omdat dit het enige exemplaar leek te zijn. Een uniek boek tussen een berg dubbelaars.

Het bleek een nieuw boek te zijn van een van mijn favoriete schrijvers, Michael Chabon. Manhood for Amateurs stond erop de voorkant. Een titel die me meteen aansprak.

Manhood for Amateurs is Chabons eerste non-fictie boek. Sterker nog: het werkje is autobiografisch. Mijn interesse was gewekt. Ik volg Chabon al sinds ik de film Wonder Boys zag en later de roman las waarop die film gebaseerd is. En hoewel ik tot twee keer toe zijn sleutelroman The amazing adventures of Kavelier & Clay niet doorkwam, beschouw ik mezelf als een fan van deze schrijver. Daarbij woont hij in Berkeley, de stad in the bay erea waar ik woonde van 1995-96. Kortom, dit boek moest ik lezen. Het leek immers alsof het speciaal voor mij was neergelegd, dit singuliere exemplaar op een kar vol met boeken.

Ik heb me prima vermaakt met Manhood for Amateurs. Niet in de laatste plaats omdat Chabon op openhartige wijze toegeeft dat volwassenen ook maar wat aankloten maar dat we het in tegenstelling tot het jonge grut dat we voortbrengen, goed weten te faken dat we weten wat we doen:

'This is an essential element of the business of being a man: to flood everyone around you in a great radiant arc of bullshit, one whose source and object of greatest intensity is yourself. To behave as if you have everything firmly under control even when you have just sailed your boat over the falls. "To keep your head," wrote Rudyard Kipling in his classic poem "If," which articulated the code of high-Victorian masculinity in whose fragmentary shadow American men still come of age, "when all about you are losing theirs"; but in reality, the trick of being a man is to give the appearance of keeping your head when, deep inside, the truest part of you is crying out, Oh, shit!'

Wat mij betreft is bovenstaand citaat een mooie omschrijving van de schrijnende onkunde waar we in het dagelijks leven mee te maken hebben. Zoals de medewerker van de helpdesk van je internetprovider die niet meer weet over het aan de praat krijgen van je verbinding dan dat er op het blaadje voor zijn neus staat. En dat is meestal bar weinig. Of de expert in de elektronicawinkel die schijnbaar minder weet over de videocamera die je wil gaan kopen dan jijzelf. Of die babbelaar op het feestje die het gesprek altijd weet te laten draaien om die drie feitjes die hij wel weet.

Ik vind dat wanneer er sprake van service moet zijn, de bieder daarvan verdomd goed moet weten wat hij doet. In dagelijkse situaties echter, faken we het allemaal wel eens. Vaak leer je door gewoon in het diepe te springen en aldoende te ontdekken waar je precies mee bezig bent. Daar is op zich niets mis mee. Dat een van mijn favoriete schrijvers dat toegeeft, beschouw ik als een troost.

De uitgebreide recensie die ik van Manhood for Amateurs schreef, staat deze week op het blog van de ABC.

Lees verder>>

14 oktober 2009

Filmrecensie: Largo Winch

Verwaterde Bond

Largo Winch is het hoofdpersonage uit de gelijknamige succesvolle stripreeks van Philippe Francq en Jean van Hamme. Inmiddels zijn er zestien albums en een tv-serie over de rebelse miljardair die liever op avontuur gaat met zijn vriend Simon dan dat hij vergaderingen bijwoont van Groep W, de multinational waar hij hoofd van is.

De stripalbums kennen een filmische vertelvorm en bieden de vaart en plezier van een goede actiefilm. Prima bronmateriaal voor een verfilming zou je denken. Helaas is Largo Winch, le film, net zo meeslepend als het kijken naar opdrogende verf.


De vele actiesequenties, de exotische locaties, Largo's nonchalante houding ten opzichte van gevaar en de schurk met het obligate Oost-Europees accent én gehavend gelaat maken pijnlijk duidelijk dat de producenten een Franse James Bond voor ogen hadden, maar deze ambitie niet waar kunnen maken. Ongetwijfeld lieten de stripmakers zich ook door de Bondfilms inspireren, maar hun creatie komt toch beter tot zijn recht op een strippagina dan als filmheld.

Onverschillig
Tussen de actiescènes door wordt er veel overlegd over de toekomst van Groep W. Largo is de geadopteerde erfgenaam van miljardair Nerio Winch, die een meerderheid van de aandelen bezit en op verdachte wijze overlijdt. Snoodaards binnen de Groep zijn niet bereid dit economisch imperium te laten leiden door een onbekende jongen met street smarts. Acteur Tomer Sisley zet een sympathieke Largo neer, maar de verder bordkartonnen cast en de bedrijfseconomische prietpraat - waarvan nooit de ernst duidelijk wordt gemaakt - smoren alle empathie in de kiem, waardoor de clichématige achtervolgingen en het machtspelletje achter de schermen onberoerd laten.

Largo Winch, Frankrijk 2008. Regie: Jérôme Salle. Met: Tomer Sisley, Kirstin Scott Thomas en Miki Manojlovic

Deze recensie stond ook in Zone 5300 #87.

Lees verder>>

13 oktober 2009

John Waters zegt: 'No smoking!'

De Q&A met John Waters in de Melkweg waar ik laatst bij was, deed me denken aan een kort niet-roken-spotje dat vroeger werd gedraaid voor filmvoorstellingen in mijn favoriete theater in Berkeley op University Ave.

In dit spotje kondigt de toen nog jonge filmmaker aan dat er vooral niet gerookt mag worden in het filmtheater terwijl hij zelf lustig een sigaret wegpaft. Typische John Waters humor en in ieder geval een stuk leuker dan de zeurspotjes die je in Nederland doorgaans ziet.




Ik heb er trouwens veel films gezien, in dat oude theater. Een aantal filmklassiekers die mijn jonge filmhart sneller deden kloppen. Er is immers geen betere filmeducatie te bedenken dan het Witte Schoolbord, zoals K. Schippers het witte doek ooit noemde. Ik zag er veel Hitchcock en de Bond-films met Sean Connery voor het eerst op een groot scherm. Ik zat zelfs een hele marathon van Prince-films uit. Die middag onmoette ik Apollonia Kotero (uit de film Purple Rain) tijdens een signeersessie. Zij was daar aanwezig om haar carrière een nieuwe impuls te geven en hoopte dat de vele aanwezige Prince-fans ook haar aankomende album zouden aanschaffen. Ik was daar omdat ik indertijd mezelf als Prince-fan beschouwde. (Een predikaat waar ik mij tegenwoordig verre van houd.)

Het filmtheater stond vlak bij de universiteit van Berkeley. Misschien dat er daarom iedere vrijdag laat de film The Rocky Horror Pictureshow draaide, want dat is zo'n typische happening die vooral melige studenten kan bekoren. Een film van John Waters heb ik er overigens nooit gezien, al was het rookspotje wel de eerste keer dat ik van de filmmaker hoorde. Jammer dat overheidsspotjes in Nederland (van het voedingcentrum tot en met die draken van de belastingdienst) nooit eens echt leuk of goed kunnen zijn. Het zijn altijd van die flauwe dingen die volgens mij weinig tot geen effect scoren. Misschien moeten ze daar eens een goede filmmaker op zetten.

Lees verder>>

11 oktober 2009

Nu wordt het pas echt interessant

Ja! Het is weer oktober en de herfst heeft zijn intrede gedaan. Wat mij betreft nog steeds de fijnste tijd van het jaar.


De warme klefheid van de zomer hebben we achter ons gelaten. Evenals de wespen, muggen en enge mannen die met ontbloot bovenlijf door de stad denken te moeten lopen. (Oké, we moeten de korte rokjes en vrouwen in bikini ook missen, maar je kunt niet alles hebben. En hebben ze daar niet het interpret voor uitgevonden?)

Herfst betekent voor mij: die zwoele, koele najaarswind, de dwarrelende bladeren in het park, de natuur als levend schilderij dat in een zeer kort tijdsbestek een boeiende transformatie ondergaat, vernieuwde energie & zin om weer aan de slag te gaan... Nieuwe ideeënstorm en verse projecten. Maar ook Halloween eind oktober. En gezellig samen knus op de bank zitten.

Als het zou kunnen dan zou ik ieder halfjaar op een ander halfrond wonen, zodat ik het hele jaar door herfst en winter heb en altijd de zomermaanden kan overslaan. Helaas moet ik het vooralsnog met zes maanden per jaar doen.

Lees verder>>

10 oktober 2009

20 jaar Batman: 10 opmerkelijke feiten

Dinsdag 13 oktober is het 20 jaar geleden dat Tim Burtons Batman in de Nederlandse bioscoop in première ging. In de Verenigde Staten kwam de film in de zomermaanden uit en werd een megahype. Zelfs in de vaderlandse Kalverstraat liep men in Batman- en Joker T-Shirts rond. Hier enkele opmerkelijke feiten.

1. Regisseur Tim Burton noemt zichzelf geen stripfan omdat hij als kind nooit wist welke tekstballon hij als eerste diende te lezen. Daarom vond hij de strip The Killing Joke wel goed omdat daarin de volgorde meteen duidelijk is.

2. Toen bekend werd gemaakt dat Michael Keaton Bruce Wayne zou spelen kreeg filmmaatschappij Warner Bros. 50.000 boze brieven van de fans. Ze waren bang dat de film met Keaton, die voornamelijk komische rollen had gespeeld, net zo flauw zou worden als de tv-serie uit de jaren zestig.

3. Acteur Michael Keaton heet eigenlijk Michael (John) Douglas. Omdat Hollywood er daar al eentje van had heeft hij zijn naam veranderd.

4. Production Designer Anton Furst kreeg een Oscar voor het ontwerp van Gotham City. Hij pleegde zelfmoord in 1991.

5. Burton vindt dat de Prince-songs, speciaal geschreven voor de film, niet goed in Batman passen en deze teveel in een specifieke tijd plaatsen.

6. Net als Star Wars werd Batman opgenomen in de Pinewood Studio's in Engeland om kosten te drukken.

7. Tijdens de opnames ontmoette Burton de Duitse schilderes Lena Gieseke en trouwde met haar in februari 1989.

8. Actrice Sean Young was eerst gecast als Vicki Vale. Toen ze bij repetities van een paard af viel en gewond raakte werd ze vervangen door Kim Basinger.

9. Toen Burton Michelle Pfeiffer had gecast als Catwoman voor Batman Returns kwam Young in Catwomankostuum langs op zijn kantoor omdat ze vond dat zij de rol verdiende.

10. In tegenstelling tot de stripversie, is het de jonge Joker die de ouders van Bruce Wayne vermoord in de film.

Dit stuk stond ook in Zone 5300#87.

Lees ook:

Lees verder>>

08 oktober 2009

Dave Gibbons: 'Strips hoeven niet per se verfilmd te worden'

De Engelse stripmaker Dave Gibbons is vooral bekend als de tekenaar van de strip Watchmen die dit jaar verfilmd werd. Toch heeft hij onder veel meer interessante projecten zijn handtekening gezet. Een gesprek met de stripmaker over nieuwe vertelvormen, het gebruik van digitale technieken bij het strip maken en zijn meest persoonlijke werk. En natuurlijk vertelt Gibbons (soort van) wat hij werkelijk van de verfilming van Zack Snyder vindt.



Stripmaker Dave Gibbons zit al ruim dertig jaar in het vak. Net als zoveel andere tekenaars begon zijn carrière met het tekenen voor fanzines en underground comics. Gibbons eerste professionele potloodlijnen waren voor uitgever DC Thomson. Bekend werd Gibbons met zijn tekenwerk voor het Britse sciencefiction magazine 2000 AD, waar hij strips als Dan Dare, Harlem Heroes en Rogue Trooper voor maakte. In 1982 begon Gibbons te werken voor het Amerikaanse DC Comics, waar hij de sterstatus bereikte met de strip Watchmen die hij samen met schrijver Alan Moore produceerde. Ondanks de vele strips die hij voor DC maakte en zijn samenwerking met andere grootheden als Frank Miller en Mike Mignola, zal zijn naam toch het meeste met Watchmen geassocieerd blijven. Dit jaar kwam, zoals u ongetwijfeld weet, de verfilming uit van Watchmen. Professional die hij is zette Gibbons zich persoonlijk in voor de promotie van de film. In de afgelopen maanden beantwoordde de sympathieke tekenaar minstens duizend vragen over de verstripping en de graphic novel. Moore liet het zoals gewoonlijk afweten en was a priori tegen de verfilming van Watchmen. Recent verscheen de dvd op de Nederlandse markt.

Niet dat hij zich hoeft te schamen voor de graphic novel die in de tweede helft van de jaren tachtig een geheel nieuwe visie op het superheldengenre liet zien, allerminst zou ik zeggen, maar Gibbons heeft veel meer moois dan alleen Watchmen voortgebracht. Als tekenaar én schrijver. Hoog tijd om te vragen waar hij zich tussen alle promopraat door mee amuseert.

Waar bent u op dit moment mee bezig?
'Er is een bundeling verschenen van alle verhalen over Martha Washington, getiteld The Life and Times of Martha Washington in the Twenty-First Century geschreven door Frank Miller, waar ik de tekeningen voor maakte. Een dik boek van 600 pagina's. Verder schrijf ik een project voor DC en een animatiefilm met DC-karakters.'

Over welke personages van DC gaat die animatiefilm?
'Ik weet niet of dat ik dat al mag zeggen. Laten we het erop houden dat het iets met de aankomende Green Lantern-film te maken heeft. Ik vind het ook fijn om na een jaar bezig te zijn geweest met Watchmen weer te tekenen. Ik doe wat tekenwerk voor computergames en begin binnenkort samen met Mark Millar, wellicht het beste bekend van de strip Wanted, aan een nieuw stripproject.'

Zelf aan de slag
Gibbons was een van de eerste stripmakers die digitale technieken omarmde. Dit jaar was hij een van de promotors van UK's Digital Artist awards. Recent gaf hij nog een masterclass waarin hij demonstreerde hoe hij Photoshop en Manga Studio gebruikt. Tijdens die masterclass sprak u de hoop uit dat elektronische media zullen leiden tot nieuwe vormen van verhalen vertellen. Kunt u dat nader toelichten?
'Er is een motion comic van Watchmen gemaakt. Die zie ik als een soort prototype van een nieuwe vertelvorm. De grammatica van deze verteltechniek interesseert me. Je ziet online nu bijvoorbeeld heel veel (video) slideshows. Ik zie die als een krachtige vertelmanier. Door beelden naast elkaar te plaatsen kun je een dramatisch effect bereiken zonder dat je alles vloeiend hoeft te animeren. Bij animatie wordt het publiek als het ware voor de gek gehouden, je suggereert immers beweging door een reeks plaatjes in een snel tempo achter elkaar te plaatsen, terwijl bij de slideshows het publiek participeert in de vertelling. Dat geldt ook voor strips. Wat strips en slideshows dus met elkaar gemeen hebben is dat er een directe verbinding is tussen maker en publiek.'

'Elektronische media hebben ook het voordeel dat ze makkelijk beschikbaar zijn voor mensen. Een film maak je niet zo maar, daar komt veel techniek bij kijken, maar net als bij striptekenen kun je in je eentje aan de slag met nieuwe media. Dat is ook wat mij in eerste instantie aantrok aan het medium strip: de directheid en simpelheid waarmee je aan de slag kunt. Je hebt alleen papier en een potlood nodig, het enige echte vereiste is talent. Een ander voordeel van elektronische media is het relatief makkelijke betaalmodel: je kunt afleveringen via bijvoorbeeld iTunes aanbieden voor kleine bedragen en zo inkomsten verwerven.'

Stripverfilmingen
Nu het woord film toch is gevallen, wat was uw eerste reactie toen u hoorde dat ze Watchmen wilde gaan verfilmen?
'Ik was sceptisch toen producent Joel Silver er in een bepaald stadium mee aan de slag ging. Hij zag namelijk een actiefilm voor zich met Arnold Schwarzenegger in de hoofdrol. Volgens mij zou zo'n film de pointe van de strip volledig missen. Toen ik hoorde dat Zack Snyder de film zou maken, was ik zeker geïnteresseerd in wat hij ermee zou gaan doen. Ik vond wat hij met 300 (de verfilming van de strip van Frank Miller, red.) had gedaan erg goed. Bij de première van 300 heb ik mezelf aan hem voorgesteld en we hebben een halfuur met elkaar gepraat. Ik had er vertrouwen in dat hij er iets goeds van kon maken. Een goede verfilming is vooral een kwestie van de juiste man aan het roer.'

Wat had Snyder volgens u anders moeten doen, waar slaat hij de plank mis bij deze verfilming?
'De film is niet perfect, maar dat is de strip ook niet. De film is Zacks interpretatie van de strip en gelukkig liet de studio hem zijn gang daarin gaan. Hij heeft er wat mij betreft meer goede dingen aan toegevoegd dan slechte elementen. Ik vond de openingssequentie erg mooi bijvoorbeeld. Volgens mij heb zo een antwoord gegeven dat politiek correct genoeg is. (lacht)'

Welke van uw andere strips acht u geschikt voor een verfilming?
'Ik denk dat Martha Washington vanwege het verhaal goed verfilmd kan worden. Frank Millers manier van vertellen is in zichzelf namelijk al heel filmisch. Maar ik denk dat strips niet per se verfilmd moeten worden. Als je kijkt naar Watchmen dan is het ergste wat had kunnen gebeuren dat het een slechte film was geworden. Als Watchmen nooit was verfilmd, dan was dat niet erg geweest.'

Gibbons schrijft ook zelf comics en heeft als auteur samengewerkt met tekenaars als Mike Mignola, José Luis Garcia Lopez en Steve Rude. Het duurde relatief lang voordat hij een van zijn eigen verhalen ook zelf visualiseerde. Dat werd de graphic novel The Originals (2005). Deze strip speelt zich af in het Groot-Brittannië van de nabije toekomst, waarin de tienergroepen Originals en Dirt met elkaar in de clinch geraken. De iconografie van het verhaal leunt zwaar op de Mods en The Rockers zoals we die kennen uit de jaren zestig.

Hoe kwam u erop om The Originals te maken?
'Ik teken heel veel strips op basis van scripts van anderen en schrijf aardig wat voor tekenaars. Ik vind het fijn om samen te werken en geniet van de interactie met andere stripmakers. Ooit moest het moment komen dat ik mijn eigen verhaal zou gaan tekenen. Ik wilde graag iets schrijven dat relevant voor mij zou zijn. Ik was zelf een Mod en ben erg door die tijd gevormd. Toen ik het idee van de strip aan Karen Berger voorlegde, de executive editor van Vertigo, vond ze dat ik die moest gaan maken. Het was voor mij een lange klus om te tekenen. Als je 18 maanden in je eentje aan iets werkt dan heb je soms last van een geloofscrisis, dan twijfel je of het wel goed wordt. Gelukkig heeft de strip een Eisner Award gekregen en zijn veel reacties lovend.'

Gibbons stelt dat het tekenwerk in dienst van het verhaal moet staan en niet de aandacht van de vertelling mag afleiden. Tekeningen moeten daarom vooral duidelijk zijn en de essentie weergeven, iets wat hij in zijn begin dagen bij DC Thomson leerde.

Wat maakt uw werk herkenbaar als een Dave Gibbons comic?
'Goede vraag, geen idee. Ik vind een strip goed als deze duidelijk is, gedetailleerd en toch ook subtiel. Ik heb een voorkeur voor een economisch gebruik van lijn en plot.
Nu ik ouder ben heb ik meer interesse in kunst die elegant is. Vroeger wilde ik zoveel mogelijk details zien, maar nu gaat mijn voorkeur uit naar het abstracte. Ik hoop dat mensen die mijn werk lezen deze zaken ervaren, dat ze kunnen zien dat ik toegewijd ben aan het werk en dat ik een fan ben van het medium.'

Nog geen genoeg van Watchmen? Lees hier de filmrecensie.

Dit interview staat ook op de site van Zone 5300.

Lees verder>>

04 oktober 2009

Mike's Webisodes 1: Lamelos-veiling

Vrijdag 25 september vond voor de vierde maal de Lamelos-veiling plaats in stripwinkel Lambiek.

Belangstellenden kwamen vanuit alle windstreken naar de Kerkstraat in Amsterdam om te bieden op tweedehandsspullen, of om zelf spullen bij te dragen. Oude rolschaatsen, een Rambo-pakketje, ja zelfs een stenen penis verwisselde van eigenaar. De opbrengst van de veiling werd direct uitgegeven aan bier voor de aanwezigen. Zie hieronder de video die ik maakte over deze feestelijke veiling:

De video over de Lamelos-veiling is de eerste aflevering van de nieuwe serie Mike's Webisodes...

Mike's Webisodes wordt een reeks webvideo's die met enige regelmaat op dit blog gepubliceerd zal worden. Iedere aflevering zal gaan over een onderwerp die ik interessant vind, van stripgerelateerde onderwerpen tot dagelijkse taferelen. Verwacht geen navelstaar-video's. Het is weliswaar een vorm van videobloggen, maar het doel is om een algemeen geïnteresseerd publiek aan te spreken. En hopelijk verrassend uit de hoek te komen. Of dat ook gaat lukken, gaan we de komende maanden zien.

Lees verder>>

24 uur striptekenen

Dit weekend vond voor alweer de vijfde keer de 24 Hour Comics Day plaats in stripwinkel Lambiek, te Amsterdam. Een aardig grote groep stripmakers liet zich wederom vrijwillig opsluiten om binnen een etmaal 24 pagina's te tekenen. Wasco, Aimee de Jongh, Hallie Lama, Lamelos, Mattt Baay, Gerrie Hondius en Emma Ringelberg waren onder andere aanwezig.
Gekkenhuis die 24 Hour Comics Day zul je wellicht denken. Toen ik in Lambiek was op zaterdagmiddag heerste er echter nog een vrolijke stemming.

Zelfs Menno Kooistra, die voor de derde keer een poging deed om de 24 pagina's af te tekenen, was in een goede bui rond 16 uur. Halverwege de nacht zou hij afhaken, nadat hij negen mooie stroken van zijn zombiestrip had getekend.

Ger van Wulften van uitgeverij Xtra en stripintendant Gert Jan Pos kwamen ook even kijken hoe het de stripmakers verging. Lot Rossmark, een van de medewerkers van Lambiek, zal later deze week een video van het gebeuren publiceren. Uiteraard is die dan ook op deze site te zien.

In het stripmuseum Groningen gingen ook stripmakers de strijd aan met tekenkramp, uitputtingsverschijnselen en inspiratiedipjes.

Hieronder portretten van enkele van de dappere helden in Amsterdam:

Menno Kooistra heeft al drie stroken af.

Viktor Venema heeft aan papier niet genoeg.

Robert - Dandy - van Raffe heeft er ook zin in.

Stripcollectief Lamelos zonder Sam (en met Mattt Baay helemaal achteraan.)

Nog meer Matt Baay.

Hallie Lama weet nu al dat hij op tijd klaar zal zijn.

Jeroen Funke en Boris Peeters nemen een momentje.

Aimee de Jongh poseert.

Emma Ringelberg ook.

Zondagochtend heb ik Lambiek weer bezocht. In tegenstelling tot de stripmakers bracht ik de nacht gewoon in mijn bedje door in plaats van achter een tekentafel in Lambiek. Bij aankomst bleek dat sommige tekenaars al klaar waren en het pand hadden verlaten. Mattt Baay tekende nog vrolijk door aan zijn cover, en had rond 10 uur zijn nieuwe Bunbun-strip afgemaakt. Hallie Lama was rond 8 uur in de ochtend klaar. Nog steeds snel, zeker als je je bedenkt dat hij zaterdag pas om 14 uur was begonnen met tekenen. 'Daarbij heb ik ook veel rookpauze genomen,' lichtte Hallie toe. We spraken gekscherend af dat hij volgend jaar 'ghost artist' wordt voor mensen die hun pagina's niet halen. Hallie zal dan wel voor ze bijtekenen.

Boris Kousemaker van Lambiek (helemaal rechts, bovenaan de trap) kondigt het einde van 24 Hour Comics Day aan.

In tegenstelling tot vorig jaar kreeg Emma Ringelberg haar strip op tijd af. Nou ja, zoals ze zelf zei: 'Mijn verhaal was op pagina 18 al klaar, dus heb ik er nog een kort verhaaltje bij gemaakt.' Het zeventienjarige tekentalent uit Dieren deed voor de tweede keer mee. Viktor Venema en Maarten Janssens waren net als vorig jaar niet heel erg ver gekomen. Stripmakers als Gerrie Hondius en Wasco lieten hen figuurlijk in het stof bijten. Gerrie leverde 24 pagina's in kleur af, genaam Eenden Soep, terwijl Wasco maar liefst 37 pagina's van tekeneningen voorzag. Robert van Raffe, mijn dandycollega van Zone 5300, liep voldaan rond door de stripwinkel zondag. Ook hij had zijn werk er op tijd op zitten. Zoals gewoonlijk eindigde de 24-uur met champagne en applaus, waarna de doodvermoeide tekenaars langzaamaan huiswaarts gingen.

Wasco is wel toe aan een borrel.
(Let op het vrolijke hoofd van Ringelberg op de achtergrond.)

Terugblik

Vorig jaar ging het er als volgt aan toe in Lambiek:
Zie hier de 24 Hour Comic van:

Lees verder>>

02 oktober 2009

Hanco Kolk: 'Ik zoek de schoonheid in het banale'

Stripmaker Hanco Kolk kreeg recent de P. Hans Frankfurtherprijs vanwege zijn inzet voor de Nederlandse strip. Een gespek over zijn passie voor het strip maken, zijn aanvallen van twijfel en zijn 'huwelijk' met Peter de Wit.

'Ik ben erg snel verveeld met dingen,' zegt stripmaker Hanco Kolk (Den Helder, 1957). 'Ik heb altijd een positie willen bereiken waarin ik kan doen waar ik zin in heb. Daar ben ik nu vrij dichtbij. Ik ben me aan het amuseren.' Op dit moment amuseert Kolk zich met uiteenlopende projecten. Samen met Peter de Wit (Sigmund) maakt hij de krantenstrip S1ngle, daarnaast speelt hij een rol in de film van Spinvis en werkt hij samen met Vlaamse stripmaker Kim Duchateau aan een script dat zowel tot een strip als een film moet leiden. 'Dat gaat over een man wiens vrouw wil dat hij weer de man wordt met wie ze ooit trouwde. Omdat hij geen flauw idee heeft wat ze bedoelt, probeert de man zich dingen te herinneren door fysiek in zijn geheugen te stappen. Het geheugen blijkt uit verschillende sectoren te bestaan: hele steden waarin je van de ene naar de andere stad via ezelsbruggen kunt rijden.'

Elke donderdag geeft Kolk les aan jonge stripmakers op Artez hogeschool voor de kunsten. Sinds september dit jaar ging daar de opleiding Comic Design van start. 'Het is natuurlijk niet de bedoeling dat er allemaal kleine Hanco Kolkjes uitkomen. Daarom wil ik de opleiding echt op de studentenmaat snijden. Kijken wat ze nodig hebben en dat aanbieden.'

Kolk behoort zelf tot de generatie autodidacte stripmakers. 'Ik ben een verhalenverteller,' zegt hij. 'Strips maken is haast een legitimering van mijn bestaan. Als dat wegvalt, dan ben ik maar voor 40% de man die ik wil zijn.' Kolk koos voor de strip omdat hij met dit medium alles zelf in de hand kan houden. 'Wat je op je papier zet, dát is de strip. Als ik iets wil vertellen, dan wil ik dat op mijn manier doen.' Al vanaf zijn achtste wilde hij stripmaker worden: 'Op een gegeven moment kon ik Fred Flintstone tekenen en kreeg daar allemaal complimentjes voor. Dus ik dacht: 'Ik teken er nóg één.'

De Wit & Kolk


Leerschool

Kolk begon zijn carrière in het undergroundcircuit met het blaadje de Gekleurde Omelet dat hij zelf mede oprichtte en Tante Leny Presenteert. Ook werkte hij als manusje van alles bij uitgeverij Drukwerk in Amsterdam. Daar kwam hij in aanraking met het tekenwerk van oude Belgische stripmeesters als Franquin en Tillieux die onder andere werden gepubliceerd in het Franse striptijdschrift Spirou (Robbedoes). Vanwege zijn bewondering voor hun tekenstijl ging Kolk bij stripblad Eppo werken. Daar raadde Wilbert Plijnaar, scenarist van Sjors en Sjimmie, artdirector en mentor van jonge stripmakers, hem aan om scenario's voor de Donald Duck te gaan schrijven. 'Dat was een goede leerschool. Die Disney-verhalen zijn namelijk heel wetmatig, alles wat erin gebeurt moet een functie hebben. Door dat keurslijf werd ik gedwongen doortimmerde scenario's te maken. Dat heeft me weer geholpen bij de eerste verhalen over Gilles de Geus die ik voor Eppo maakte.'

De verhalen over de Hollandse struikrover Gilles spelen ten tijde van de Opstand der Nederlanden. Collega Peter de Wit was echter niet erg te spreken over Kolks eerste pennenvruchten. Tijdens een van de redactionele bezoeken aan het café sprak hij Kolk hierop aan: "Je hebt goud in je handen, maar je doet er niets mee! Waar is de Tachtigjarige Oorlog?!" Op een zaterdagmiddag hebben Kolk en De Wit toen twee korte verhalen geschreven om te kijken of ze goed konden samenwerken. 'Het ging zó goed, het klikte ongelooflijk tussen ons. Ik ging naar huis en het was alsof ik half verliefd was,' vertelt Kolk. De twee stripmakers zijn nog steeds boezemvrienden. 'Hij is mijn man en Resi (van Kraaij, red.) is mijn vrouw.' Het duo vult elkaar goed aan, vindt Kolk. 'Peter is echt de gag-man van ons tweeën. Hij is heel scherp, geef hem een woord en hij verzint een grap. Ik let meer op de karakteropbouw, de timing en de dosering van de grappen.'


Ondoorgrondelijke wezens
Behalve Gilles de Geus maakten Kolk & De Wit samen Inspecteur Netjes, de fotostrip Mannetje & Mannetje en S1ngle. Van de strookjestrip over de drie vrijgezelle dames bestaat inmiddels ook een televisieserie, maar daar bemoeien de stripmakers zich verder niet mee. Wel leest Kolk altijd aandachtig de scripts door om te zien of er niets in staat dat teveel afwijkt van wat de personages in de strips zouden doen. 'Peter en ik zijn in 2000 met S1ngle begonnen omdat we weer graag samen een dagstrip wilden doen. Als we een strip maken moet deze echt alleen nu gemaakt kunnen worden, we willen de tijdsgeest pakken. En de Single is echt iets van deze tijd.'

Daarbij kon Kolk ook zijn passie voor het tekenen van mooie vrouwen in de strip kwijt. 'Ik vind vrouwen tekenen het allerleukste wat er is. Het zijn prachtige, ondoorgrondelijke wezens. Ik wil echte mensen van ze maken, geen pin-ups. Ik zoek de schoonheid in het banale, daarom teken ik Fatima bijvoorbeeld terwijl ze haar teennagels lakt. Van dat beeld kan ik erg genieten.'

Kolk heeft naast de samenwerking met De Wit ook een boeiende solocarrière. Twee jaar geleden sloot hij zijn meesterproef Meccano, een vierdelige albumreeks, af met De Ruwe Gids. Kolk noemt dit album het hoogtepunt uit zijn carrière. De eerste drie albums, Beauregard, Gilette en Schlager worden in november gebundeld heruitgebracht bij uitgeverij de Harmonie. Meccano (lees Monaco) speelt zich af in een gelijknamig vorstendommetje aan de Middellandse Zee, waar het leven wordt beheerst door hebzucht, hedonisme en opportunisme. In de strips geeft Kolk door middel van satire flink af op de excessen in de maatschappij. Ergernis blijkt een grote inspiratiebron voor zijn verhalen te zijn: 'In Gilette zit een scène waarin opgeföhnde fotomodellen worden neergezet in een sloppenwijk voor een modereportage. Dat heb ik letterlijk in de Vogue zien staan. Daar kan ik me zó aan ergeren. Meccano was een perfecte manier om mijn woede over dat soort zaken te luchten.' Kolks werk, ook bijvoorbeeld een verhaal van Gilles de Geus, is altijd persoonlijk. 'Ik probeer altijd iets van mezelf in de strip te stoppen zodat het verhaal meer overtuigingskracht krijgt. Het moet een zekere legitimiteit hebben.'

Goedbedoelde rotzooi
In 1999 zag de stripmaker het allemaal niet meer zitten en raakte naar eigenzeggen fucked up. 'Het was een rottige tijd. Ik maakte kinderstrips voor Taptoe, terwijl ik heel ander werk wilde doen. De Gilles-stijl is wat ik noem de dikke-neuzen-flapschoenen-stijl en ik voelde me daar niet lekker meer bij. Als je dan ook nog humor moet gaan maken, dan is dat is het recept voor een depressie.' Op aanraden van een vriend ging Kolk ertussenuit, naar Toscane. Over die ervaring tekende hij het boekje Retraite. In dat boekje zien we voor het eerst de swingende, naar abstractiehangende lijnenstijl die hij perfectioneerde in De Ruwe Gids en die naar eigen zeggen op natuurlijke wijze uit zijn handen vloeit.

In Retraite toont Kolk zijn theatrale kant. Reeds op de eerste bladzijde - die hij al tekende voordat hij op reis ging - kondigt de stripmaker aan dat dit de beste verhandeling over fucked-upness moet worden die ooit is gemaakt. Dat suggereert dat zijn breakdown deels gechargeerd is. 'De manier waarop ik leef moet een mooi meeslepend verhaal zijn met mijzelf in de hoofdrol,' legt Kolk uit. 'Ik kan daar soms heel kinderachtig in zijn. Om het eindigen van Meccano een bepaalde betekenis te geven heb ik op mijn vijftigste verjaardag de laatste streep van De Ruwe Gids gezet.'

Kolk is een perfectionist en op zoek naar vernieuwing. Sinds het afronden van Meccano zoekt hij een nieuwe tekenstijl. 'Op het moment dat het tekenen een automatisme gaat worden, word ik achterdochtig. Er moet dan weer wat nieuws komen, anders is het te makkelijk.'

De zucht naar perfectie leidt bij Kolk soms ook tot grote twijfelaanvallen: 'Dan ben ik aan het werk en denk ik opeens dat het allemaal goedbedoelde rotzooi is wat ik maak. Soms bel ik dan met Miriam, mijn agent van Comic House, en overdrijf ik door te zeggen dat ik de slechtste tekenaar van de hele wereld ben. Gelukkig is Miriam iemand die dan antwoordt: "Van de hele wereld? Van het universum zul je bedoelen! Er is nog nooit zo'n slechte tekenaar als jij geweest!" En dan is het weer over. Of ik draai heel harde muziek zodat ik de negatieve stem in mijn hoofd ook niet meer hoor.'

Erkenning
In de loop der jaren kreeg Kolk al veel erkenning voor zijn werk. In 1996 ontving hij de Stripschapprijs voor zijn oeuvre - naar zijn gevoel te vroeg. Tijdens de stripdagen dit jaar kregen Kolk, Jean-Marc van Tol en minister Ronald Plasterk (OC&W) de P. Hans Frankfurtherprijs uitgereikt vanwege hun inzet voor de Nederlandse strip. Mede door hun toedoen heeft Nederland er een stripintendant, een nieuwe oeuvreprijs en de bovengenoemde stripopleiding bij.

In 2008 weigerde Kolk samen met Peter de Wit om de Hoogste Prijs van de VPRO in ontvangst te nemen. De stripmakers vonden dat het lage prijzenbedrag van 1250 euro de ambitie van de prijs, bedoeld om de topkwaliteit van het Nederlandse beeldverhaal te belonen, ondermijnde.

Overigens verandert niet alles wat Kolk tekent in goud. In 2007 tekende hij een week op de redactie van The New Yorker. 'Ik had een paar illustraties opgestuurd omdat die me wel geschikt leken voor The New Yorker en twee artdirectors waren daar heel enthousiast over. Als proefopdracht maakte ik een serie illustraties over Casanova in New York, maar deze zijn uiteindelijk gestrand op het bureau van de hoofdredacteur. Vroeger was ik er net zo lang mee doorgegaan tot het wel lukte of ik erbij neerviel, maar nu dacht ik: laat maar zitten. Al baalde ik er wel van.'

In mei dit jaar kreeg Kolk een hartaanval en werd gedotterd: 'Het irriteerde me heel erg, want dingen moeten het gewoon doen bij mij. Ook een hart.' Hoewel Kolk er laconiek over doet, denkt hij door deze ervaring wel serieus na over de koers van zijn werk. 'Ik ben blij dat Meccano afgelopen is en wil nu zeker andere dingen gaan maken. Ik heb de afgelopen maanden veel geschreven. Ik heb drie, vier grote ideeën, maar vraag me af of ik daar zelf nog genoeg tijd voor heb of dat ik de uitvoering ervan moet uitbesteden aan anderen.'

Deze tekst stond in VPRO Gids#39.

Lees verder>>